Hoofdstuk 3: wondzorgmanagement
Deel 1: basiswondzorg
1. Benadering van een wonde volgens T.I.M.E Clinical Decision Support Tool
- Een gestructureerde evidence- based benadering van wondmanagement met gebruik van T.I.M.E
(gepast behandelplan)
- Holistische benadering van de patiënt met zijn wonde en betrokkenheid team
- Ontwikkeld om zorgverleners te ondersteunen bij klinisch redeneren rond wondzorg
- Gebruik gemaakt van een duidelijke structuur: de ABCDE-benadering
Anamnese en actieve beoordeling van ZO en zijn wonde (wonddiagnose) met aandacht voor:
oorzaak van de wonde, oorzakelijke en instandhoudende factoren, wondbeoordeling volgens
T.I.M.E, inschatting van te verwachten helingstijd
Benadering van de ZO: multi-/interdisciplinair om een holistische zorg te waarborgen
Correctie van oorzakelijke en instandhoudende factoren en aandacht voor preventieve
maatregelen
Doelgericht denken en opstellen lokaal behandelplan op basis van T.I.M.E – concept en
formulering van korte termijn doelen
Evaluatie van het wondbehandelplan en de wondmanagementdoelen
Anamnese en actieve beoordeling
Oorzaak van de wonde
= belangrijk om de oorzaak weg te nemen of te reduceren
Acute wonden (exogene oorzaak):
In normale omstandigheden = normaal genezingsproces
Worden ingedeeld in
Niet-iatrogene wonden veroorzaakt door trauma
o Mechanisch: snijwonden, skin tears, schaafwonden
o Chemisch: IAD, chemische brandwonden
o Thermisch: verbranding of bevriezing
o Elektrisch: elektrocuties
o Straling: na radiotherapie
Iatrogene wonden veroorzaakt door medisch ingrijpen
o Mechanisch: suturen, post-op, oncologische wonden
o Chemisch: extravasatie
o Straling: radiodermatitis
Moeilijk helende wonden (door/samen met endogene stoornis):
Ontstaan door een onderliggende stoornis
Genezen niet binnen een normale tijdsduur = abnormaal helingsproces
Steeds gelinkt aan een afwijkende doorbloeding van het wondbed met zuurstoftekort
Worden ingedeeld op basis van de onderliggende stoornis
Circulatiestoornissen: arterieel ulcus, veneus ulcus, gemengd vasculair ulcus
Diabetes: diabetesvoet
Druk- en schuifkrachten: decubituswonden
Kanker: oncologisch ulcus
Infectie: erysipelas, abces, atypische infecties
1
, Zorgvrager gebonden factoren die de wondgenezing kunnen beïnvloeden
= belangrijk deze factoren op te sporen
Aanpak = factoren elimineren of indien onmogelijk proberen stabiliseren/controleren
“Treat the whole patient, not only the hole in the patient”
Leeftijd/huidintegriteit van de ZO
Leeftijdsgebonden veranderingen = kwetsbaarheid!
Huidskleur speelt een belangrijke rol op manier waarop huid reageert
Zorgontvangers met een donkere huid:
o Hoger risico op vertraagde diagnose = subtiele kleurveranderingen moeilijker
te herkennen
o Hoger risico op onjuiste behandeling = symptomen zoals ischemie kunnen zich
anders manifesteren
o Slechtere en vertraagde wondgenezing
Actiepunten die kunnen helpen bij de beoordeling:
Verhoog de kennis
Gebruik gestandaardiseerde beoordelingsinstrumenten
Kijk niet naar roodheid, maar naar huidveranderingen
Gebruik alle zintuigen, vooral tastzin
Controleer op warmte
Vraag aan de ZO hoe zijn huid aanvoelt
Gebruik waar mogelijk fotografie voor registratie en controle
Comorbiditeiten
Vasculaire insufficiëntie (leidt tot hypoxie): arterieel, veneus, capillair
Stofwisselingsstoornissen: diabetes mellitus, nierinsufficiëntie
Longziekten: COPD, cystische fibrose (weefseloxygenatie daalt)
Onderdrukking van het immuunsysteem (vatbaarder voor infecties):
oncologische ziekten, auto-immuunziekten
Ziekte van bindweefselvorming
2
, Psychologische, mentale en sociale toestand
Stress, slaap, roken, alcohol en drugsgebruik
Dementie, cognitieve stoornissen, gebrek aan therapietrouw, gedragsproblemen
Lage sociale context, financiële problemen
Weerstand tegen infecties
Verminderde weerstand door chronische aandoeningen
Verminderde weerstand door lokale en systemische behandelingen vb. radiotherapie,
chemotherapie, corticosteroïden, immunosuppressiva
Voedings- en hydratatietoestand
Wonde nood aan bijkomende energie en voedingsstoffen
Malnutritie = voedingstoestand waarin een tekort van energie, eiwitten of andere
voedingsstoffen nadelige effecten veroorzaken op de lichaamsfuncties
Belangrijke voedingsstoffen die een rol spelen in de wondgenezing:
o Eiwitten = zorgt voor herstel van het lichaam, zorgt voor productie collageen
wat ook nodig is voor vorming nieuw bindweefsel
o Supplementen zoals vitamines en mineralen = A, B, C en E
o Vocht = droge huid verliest zijn elasticiteit, heeft een verminderde doorbloeding
en wordt kwetsbaar en gevoelig grotere kans op wonden
Medicatiegebruik en therapieën
Anticoagulantia of antistollingsmiddelen: er ontstaat een belemmering in de
stollingscascade = er is dus een negatieve invloed op de stollingsfase
Anti-inflammatoire middelen
o Corticosteroïden: worden gebruikt bij ontstekingen in het lichaam, zullen ook
de wondheling gaan vertragen. Bij chronisch gebruik = cortisonehuid
o NSAID’s: onderdrukken de inflammatiefase van de wondheling
Immunosuppresiva: onderdrukt het immuunstelsel en heeft een invloed op de
celproliferatie en differentiatie
Cytostatica: remmen de celdeling ook in sneldelende weefsels zoals de huid
Radiotherapie: maanden tot jaren nog hinder thv de bestraalde zone
Pijn en sensibiliteit
Wondgerelateerde pijn geassocieerd met wonde of wondverzorging
Belang goede pijnbeoordeling en adequate pijnbehandeling!
Bij wondzorg kunnen vier types pijn worden onderscheiden
o Achtergrond – of rustpijn = aanwezig in rust zonder manipulatie v/d wonde
o Doorbraakpijn = ontstaat tijdens dagelijkse activiteiten zoals mobilisatie
o Procedurele pijn = door routineuze of basisprocedures zoals het verwijderen
van het verband of reinigen of verzorgen v/d wonde
o Operatieve pijn = gerelateerd aan een interventie die wordt uitgevoerd door
een gespecialiseerde zorgverlener
Factoren eigen aan de wonde
Datum van ontstaan i.f.v. bepaling helingsperiode
Type, uitgebreidheid, diepte van wonde, locatie wonde
Aanvullend
Vitale parameters van de ZO
Wondculturen, biopsies, bloeduitslagen, urineonderzoeken
Andere geplande onderzoeken
3
, Observaties volgens T.I.M.E !!!
Tissue = weefsel
Status en type van het weefsel dat aanwezig is in de wonde beoordelen
Epitheelweefsel
o Kan maar plaatsvinden van zodra de granulatie is voltooid
o Celdeling v/d epitheelcellen vanuit wondranden, de wonden v/d
zweetklierkanaaltjes en de schachten v/d haarfollikels
o Klinisch aspect: roze broze huid
Granulatieweefsel
o Granulerende wonden = helende wonden
o De rode kleur wordt veroorzaakt door goede doorbloeding
o Een diepe wonde wordt eerst ‘opgevuld’ met granulatieweefsel voordat
epithelisatie kan plaatsvinden
o Niet elk rood weefsel is granulatieweefsel CAVE tumorweefsel !!
o Klinisch aspect: rood, korrelig aspect
Fibrineus weefsel
o Bestaat uit dode cellen, bacteriën, wondvocht en fibrinebeslag
o Meestal geel en crèmekleurig
o Vaak taai en kan stevig vastzitten in wondbed
o Niet doorbloed en avitaal weefsel goed medium voor bacteriën
Necrotisch weefsel
o Gekenmerkt door afgestorven dood weefsel t.h.v. het wondoppervlak
o Necrose kan droog, vochtig of vloeibaar zijn
o Zwart, grijsgrauw, bruin, geel of dieppaars
o Beschouwen als een voedingsbodem voor micro-organismen
Samengestelde wonden
o Bestaan uit mengvormen v/d verschillende soorten weefsel
o Wordt in % uitgedrukt: bv. 10% granulatie, 80% fibrineus, 10% necrose
Subcutaan weefsel
o Onderhuids weefsel of subcutis = laag net onder de huid
o Bestaat uit voornamelijk vetweefsel, afgescheiden door bindweefselschotten
o Ook bloedvaten en zenuwen aanwezig
Pees/spier/botweefsel
o Sommige wonden zo diep dat dit komt bloot te liggen
o Vaak door typische weefselstructuur herkenbaar
o Belangrijk onderscheid te maken tussen fibrineus weefsel en pezen of bot (geel)
o Multidisciplinaire benadering is hier zeker noodzakelijk kan leiden tot
osteomyelitis of botinfectie
De grootte van de wonde geeft aan hoeveel weefselschade er is
Lengte indicatie voor duur van wondheling
Breedte indicatie over verloop genezingsproces
Diepte geeft een idee over de effectiviteit van de behandeling
4