1. doelgroep
1. demografische kenmerken
- woonplaats
- leeftijd
- geslacht
- opleidingsniveau
- functie of beroep
- sociaal-economische status
2. kennisniveau en expertise
- Wat weet de doelgroep al over het onderwerp?
- hebben ze vakkennis of moet je dingen uitleggen?
- zijn er technische termen die je kunt gebruiken of juist moet vermijden?
3. doelen, belangen en behoeften
- Wat wil de doelgroep bereiken?
- waar liggen hun prioriteiten?
- welke problemen of wensen hebben zij?
- Welke ideeën of vooroordelen hebben zij?
4. relatie tot jou en jouw organisatie
- Is het een klant, partner, leverancier, collega of overheidsinstantie?
- Wat is de machtsverhouding of hiërarchische relatie?
- Is het contact louter formeel of (ook) informeel?
5. culturele achtergrond of bedrijfscultuur
- Zijn er culturele gewoonten of gevoeligheden?
- hoe wordt er normaal gecommuniceerd binnen dat bedrijf of die sector?
2. boodschap
Aspect Gericht op Betekenis
Referentieel Inhoud Feiten / werkelijkheid
Expressief Zender Gevoelens, houding,
persoonlijkheid van de zender
Relationeel Ontvanger Verhouding tussen zender en
ontvanger
Appellerend Doel / actie Wat de zender wil bereiken
3. tekstdoel
We kennen onderstaande 5 tekstdoelen; (ontspannen is geen zakelijk tekstdoel de rest wel)
Tekstdoel Doel van de zender Voorbeelden
Informeren Kennis overbrengen Krantenartikel, rapport, handleiding
Overtuigen Mening doen aannemen Opiniestuk, reclame
Aansporen tot actie De lezer iets laten doen Uitnodiging, oproep, advertentie
Vragen om informatie Antwoord of gegevens krijgen Enquête, vragenlijst
Ontspannen Vermaken of amuseren Roman, strip, mop, blog
we maken een onderscheid tussen primaire en secundaire teksten;
Tekstsoort Kenmerk Voorbeelden
Primaire tekst Officiële status, kan rechtsgevolgen Contract, wet, akte, officiële brief
hebben
Secundaire tekst Ondersteunend, geen officiële Commentaar, uitleg, samenvatting
waarde
,oefening; (p16-17)
lees de volgende tekst en beantwoord de bijhorende vragen.
Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
Arrest nr. 176 046 van 10 oktober 2018 in de zaak RvV X / II in zake: X Gekozen
woonplaats: X tegen: de Belgische staat, vertegenwoordigd door de
staatssecretaris voor Asiel en Migratie en Administratieve Vereenvoudiging
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Afghaanse nationaliteit te zijn, op 9 mei
2018 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te
vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de staatssecretaris voor Asiel en
Migratie en Administratieve Vereenvoudiging van 28 april 2018 tot weigering van verblijf
met bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 26).
Gezien titel I, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
van vreemdelingen. Gezien de beschikking houdende de vaststelling van het rolrecht van
3 juni 2018 met referentie X. Gezien de nota met opmerkingen en het administratief
dossier. Gezien de beschikking van 29 augustus 2018 waarbij de terechtzitting wordt
bepaald op 29 augustus 2018. Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken.
Gehoord de opmerkingen van advocaat, die verschijnt voor de verzoekende partij en van
advocaat, die loco advocaat verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Nuttige feiten ter beoordeling van de zaak. Nadat vingerafdrukkenonderzoek via
Eurodac had uitgewezen dat de verzoekster op 21 januari 2018 in Duitsland een
asielaanvraag heeft ingediend, richten de Belgische autoriteiten op 1 maart 2018 een
verzoek tot terugname aan de Duitse autoriteiten op grond van artikel 18, lid 1, b) van de
Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013
tot vaststelling van de criteria en mechanismen om te bepalen welke lidstaat
verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming
dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt
ingediend (hierna: de Dublin-III-Verordening). Dit verzoek werd niet binnen de door artikel
25, lid 1, van de Dublin-III-Verordening gestelde termijn beantwoord, zodat de
verantwoordelijkheid met toepassing van artikel 25, lid 2, van diezelfde verordening geacht
wordt te zijn overgegaan op België via een Tacit Agreement.
[…]
1. Wat is de tekstsoort en het tekstdoel?
- arrest
- informeren
2. bepaal je lezer aan de hand van (minstens) drie kenmerken.
- juristen
- voorkennis
- volwassen (24j)
- België
3. Wat valt op aan het taalgebruik?
- complexe en langere zinnen, ook lange alinea’s
- vakjargon
- ouderwetse taal
,4. Wat moet je doen om de inhoudelijke boodschap over te brengen op niet-gewijden?
- ouderwetse woorden omzetten naar moderne
- jargon naar normale woorden
- lange zinnen omvormen naar korte
- juridische verwijzingen schrappen
, 2. spelling
2.1 werkwoordspelling
1.1 basisregels
Tijd / Vorm Regel / Vorming Opmerking / Voorbeeld
OTT stam / stam + t ‘t kofschip speelt hier geen rol
OVT stam + -de/-te (volgens ’t kofschip) fuifde / blafte / lachte / wachtte
Voltooid deelwoord ge + stam + -d/-t (’t kofschip) geen -dt aan het einde! geblaft,
gefuifd
Imperatief stam / stam + t bij “u” Wend u tot de balie / Wendt u zich
tot de balie
VD als adjectief gewone adjectief regels toepassen bezet → bezette; vergroten →
vergrote
1.2 engelse werkwoorden
Tijd / Vorm Regel / Vorming Opmerking / Voorbeeld
de gewone regel volgen ’t kofschip brunchen → brunchte →
gebruncht
uitzonderingen indien nodig voor de uitspraak -e, skatete / croste / quootte
dubbele medeklinker, lange o
1.3 moeilijke werkwoorden
Infinitief OVT Voltooid Deelwoord
aanzien zag aan aangezien
afgelasten gelastte af afgelast
bederven bedierf bedorven
benijden benijdde benijd
bevallen beviel bevallen
bevelen beviel bevolen
bidden bad gebeden
blazen blies geblazen
breien breide gebreid
brouwen brouwde gebrouwen
durven durfde gedurfd
ervaren ervaarde/ervoer ervaren
eten at gegeten
gelden gold gegolden
genezen genas genezen
graven groef gegraven
hangen hing gehangen
heffen hief geheven
hijsen hees gehesen
houden hield gehouden
jagen jaagde (op jacht) gejaagd
joeg (andere betekenis)
klagen klaagde geklaagd
krimpen kromp gekrompen
kunnen kon gekund
lezen las gelezen
lijden leed geleden
meten mat, meette gemeten
mogen mocht gemogen
overhalen (Ned.) haalde over overgehaald