BEDRIJFSADMINISTRATIE
Week 1 en 2:
Balans:
Debet Credit
Bezittingen Schulden
Eigen vermogen
Inventaris : Meubilair en computers
Voorraden : Gewaardeerd tegen inkoopprijs
Debiteuren : Klanten die nog moeten betalen
Bank RC : Dagelijkse ontvangsten en uitgaven
EV : Storting eigenaren, jaarlijkse winsten en verliezen
Hypotheek : Lening gebouw
Crediteuren : Te betalen leveranciers
Liquiditeitsoverzicht:
Staan de ontvangsten en uitgaven per kas/bank op
Ontvangsten : Het geld wordt ontvangen.
Uitgaven : Zijn bedragen die je daadwerkelijk aan een ander betaald.
Resultatenrekening:
Staan de opbrengsten en kosten op
Kosten : Zijn bedragen die in een bepaalde periode je winst verminderen.
Opbrengsten : Geld is verdiend, maar hoeft nog niet ontvangen te zijn.
, VOORBEELDEN VAN OPGAVES: WEEK 1
Inkoop goederen op rekening
700 Voorraad goederen
Aan 140 Crediteuren
Contante inkoop van goederen
700 Voorraad goederen
Aan 100 Bank Rc
Aflossen hypotheek per bank
070 Hypotheek
Aan 100 Bank RC
Salaris per bank betaald
400 Salarissen
Aan 100 Bank RC
Verkopen op rekening
130 Debiteuren
Aan 840 Opbrengst verkopen
800 Inkoopwaarde verkopen
Aan 700 Voorraad goederen
Inventaris gekocht met Bank en lening
030 Inventaris
Aan 100 Bank RC
Aan 120 Lening
Goederen teruggestuurd naar leverancier
140 Crediteuren
Aan 700 Voorraad goederen
Rente en hypotheek aflossing
450 Rente kosten hypotheek
070 Hypotheek
Aan 100 Bank
Afschrijving gebouw (waardedaling)
410 Afschrijvingskosten gebouwen
Aan 010 Gebouwen
Rente betaling hypotheek
450 Rentekosten hypotheek
Aan 100 Bank RC
Aflossing hypotheek
070 Hypotheek
Aan 100 Bank RC
Ontvangen van Debiteuren
Week 1 en 2:
Balans:
Debet Credit
Bezittingen Schulden
Eigen vermogen
Inventaris : Meubilair en computers
Voorraden : Gewaardeerd tegen inkoopprijs
Debiteuren : Klanten die nog moeten betalen
Bank RC : Dagelijkse ontvangsten en uitgaven
EV : Storting eigenaren, jaarlijkse winsten en verliezen
Hypotheek : Lening gebouw
Crediteuren : Te betalen leveranciers
Liquiditeitsoverzicht:
Staan de ontvangsten en uitgaven per kas/bank op
Ontvangsten : Het geld wordt ontvangen.
Uitgaven : Zijn bedragen die je daadwerkelijk aan een ander betaald.
Resultatenrekening:
Staan de opbrengsten en kosten op
Kosten : Zijn bedragen die in een bepaalde periode je winst verminderen.
Opbrengsten : Geld is verdiend, maar hoeft nog niet ontvangen te zijn.
, VOORBEELDEN VAN OPGAVES: WEEK 1
Inkoop goederen op rekening
700 Voorraad goederen
Aan 140 Crediteuren
Contante inkoop van goederen
700 Voorraad goederen
Aan 100 Bank Rc
Aflossen hypotheek per bank
070 Hypotheek
Aan 100 Bank RC
Salaris per bank betaald
400 Salarissen
Aan 100 Bank RC
Verkopen op rekening
130 Debiteuren
Aan 840 Opbrengst verkopen
800 Inkoopwaarde verkopen
Aan 700 Voorraad goederen
Inventaris gekocht met Bank en lening
030 Inventaris
Aan 100 Bank RC
Aan 120 Lening
Goederen teruggestuurd naar leverancier
140 Crediteuren
Aan 700 Voorraad goederen
Rente en hypotheek aflossing
450 Rente kosten hypotheek
070 Hypotheek
Aan 100 Bank
Afschrijving gebouw (waardedaling)
410 Afschrijvingskosten gebouwen
Aan 010 Gebouwen
Rente betaling hypotheek
450 Rentekosten hypotheek
Aan 100 Bank RC
Aflossing hypotheek
070 Hypotheek
Aan 100 Bank RC
Ontvangen van Debiteuren