INTELLECTUELE EIGENDOM EN BIOWETENSCHAPPEN - Lodewijk Van Dycke
1 INLEIDING
1.1 intellectuele eigendomsrechten (IER)
intellectueel eigendomsrecht is een negatief recht en geen positief recht
→ een negatief recht is een verbodsrecht, een stoprecht, je mag iemand tegenhouden een actie te
ondernemen
→ positief recht is bv. recht op onderwijs en gezondheid waardoor iemand verplicht is iets te doen voor u
(bv. de overheid)
1.1.1 definitie IER
definitie IER:
• uitzondering op vrijheid van onderneming
• intellectuele eigendomsrechten (IER) zijn
o exclusieve verbodsrechten
o die bij wet worden verleend
o en die een tijdelijke bescherming (monopolie) creëren
▪ is voor een aantal jaar (maar je kan wel elke keer verlengen)
▪ verwaterd na een tijd
• bv. pampers wordt nu gebruikt om een luier te benoemen en wordt niet
meer gelinkt met het merk pamper
• bv. bic wordt nu gebruikt om een balpen te benoemen en wordt niet meer
gelinkt met het merk bic
• van een creatie = onlichamelijke zaken (≠ lichamelijke zaak waarin / -op de creatieve prestatie “staat”
bv. schilderij)
o “intangible assets” / immateriële goederen
o eigendomsrecht op creatie van intellect
o vorm nodig - geen bescherming van ideeën
• geldig in een bepaald territorium
je mag kopiëren maar er zijn uitzonderingen:
• intellectuele eigendomsrechten
1.1.2 waarom IER
waarom IER?:
• praktische redenen
o voorwerp is niet tastbaar ⇒ “fysieke” bescherming is niet mogelijk
o eenmaal voorwerp publiek is, is controle niet meer mogelijk (zeker digitaal)
• beleidsredenen
o focus op culturele en sociale vooruitgang: stimuleren van creativiteit
o focus op technologische vooruitgang: stimuleren van innovatie
o evenwicht tussen publieke en private belangen
▪ bv. octrooi: “patent bargain”:
exclusief recht in ruil voor openbaarmaking van uitvinding
1
,1.1.3 soorten IER
soorten IER:
recht voorwerp verkrijging
auteursrecht originele werken van ontstaat automatisch IER senso stricto
letterkunde of kunst focus op creativiteit
octrooi technologische uitvindingen registratie
merk onderscheidende tekens registratie industriële eigendomsrechten
tekening en model productdesing (2D of 3D) registratie focus op innovatie
1.1.4 complementen van IER
complementen van IER:
• eigendom gelden tegenover iedereen
• octrooi werkt tegen de hele wereld
• bedrijfsgeheimen
= informatie die je binnen het bedrijf houdt
o als iemand het afneemt, is die persoon in fout
o gebruiken als complement op bescherming
1.1.5 evolutie doorheen de jaren en databanken met geregistreerde IER
evolutie doorheen de jaren:
• planning en strategie zijn van groot belang
• bv. welk eigendomsrecht en wat wil je ermee doen
• niemand weet hoeveel auteursrechten er bestaan wereldwijd want ze worden niet geregistreerd
databanken met informatie over geregistreerde IER:
• octrooien: expacenet
• merken en tekeningen / modellen: eSearch plus EUIPO, TMview, DESIGNview, BBIE voor merken en
modellen
1.2 wetgevend karakter
wetgevend karakter:
• een IER is gebaseerd op een wet
• er bestaan verschillende niveaus van wetten
o belgie
o benelux
o europese unie
o globaal
• als je denkt dat er een inbreuk is moet je in alle landen naar de rechtbank gaan + regels zijn in alle
landen anders
• territorialiteitsbeginsel:
o IE-recht enkel in bepaald territorium
o gevolg: fragmentatie - problematisch, zeker digitaal!
2
,1.2.1 niveaus van wetten
nationaal niveau:
• wetboek economisch recht (WER) - federale wet
o in het bijzonder
▪ boek XI: inhoud (materieel)
▪ boek XV en XVII: handhaving (formeel)
• koninklijke besluiten: uitvoering
benelux niveau:
• Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE)
o enkel inhoud, handhaving is nationaal geregeld
EU-niveau:
• verordening:
o een recht unitair maken voor heel de EU in 1 keer
o bij een inbreuk moet je maar naar 1 rechtbank
o komt rechtstreeks vanuit het europese niveau tot bij ons, een bepaald artikel is rechtstreeks
van toepassing op ons ( V → Bel)
o overal dezelfde regels voor heel de EU, uniformiteit
• richtlijn:
o bindend voor de 27 lidstaten van de EU
o geeft algemene regels voor de lidstaten die ze moeten omzetten in nationaal recht
o regels in de verschillende landen zijn dan niet exact hetzelfde maar lijken wel op elkaar, zorgt
voor harmonie
o komt niet rechtstreeks vanuit het europese niveau tot bij ons, heeft nog een tussenniveau,
een bepaald artikel wordt eerst naar de lidstaten gezet en dan op ons
(R → 27 LS → Bel)
o doel: harmonisatie, niet exact dezelfde regels doorheen heel de EU
internationaal niveau:
• doel: overstijgen van territorialiteitsbeginsel
1. formeel: mbt registratieprocedure voor industriële eigendomsrechten in hele wereld
2. materieel: mbt inhoud van recht
▪ nationale behandeling: geen discriminatie
(buitenlandse aanvragers op dezelfde manier behandelen als inheemse bedrijven)
▪ minimumstandaarden
(= min bescherming voorzien voor iedereen)
• essentiële inhoudelijke verdragen
o verdrag van parijs (1883): industriële eigendomsrechten
o conventie van bern (1886): auteursrecht
o europees octrooiverdrag (1973, 2000) - niet EU! (38 lidstaten)
o TRIPs-overeenkomst (1994) < wereldhandelsorganisatie (WTO)
3
, verdrag van parijs:
• voornaamste principe: principe van non-discriminatie
• = de verschillende landen die deel zijn van het verdrag dat ze erkennen dat ze elkaars burgers en
ondernemingen niet gaan discrimineren voor het verkrijgen van een octrooi
wetgevend kader:
internationaal europese unie nationaal
verdrag van parijs (1883) biotech-richtlijn (1998) nationale octrooiwetten
europees octrooiverdrag (2001) enhanced cooperation door bv. duitse octrooiwet, deel van
TRIPS-overeenkomst (1994) verschillende lidstaten: franse IE-wet, deel van belgische
eenheidsoctrooi (2023 in werking) WER
4
1 INLEIDING
1.1 intellectuele eigendomsrechten (IER)
intellectueel eigendomsrecht is een negatief recht en geen positief recht
→ een negatief recht is een verbodsrecht, een stoprecht, je mag iemand tegenhouden een actie te
ondernemen
→ positief recht is bv. recht op onderwijs en gezondheid waardoor iemand verplicht is iets te doen voor u
(bv. de overheid)
1.1.1 definitie IER
definitie IER:
• uitzondering op vrijheid van onderneming
• intellectuele eigendomsrechten (IER) zijn
o exclusieve verbodsrechten
o die bij wet worden verleend
o en die een tijdelijke bescherming (monopolie) creëren
▪ is voor een aantal jaar (maar je kan wel elke keer verlengen)
▪ verwaterd na een tijd
• bv. pampers wordt nu gebruikt om een luier te benoemen en wordt niet
meer gelinkt met het merk pamper
• bv. bic wordt nu gebruikt om een balpen te benoemen en wordt niet meer
gelinkt met het merk bic
• van een creatie = onlichamelijke zaken (≠ lichamelijke zaak waarin / -op de creatieve prestatie “staat”
bv. schilderij)
o “intangible assets” / immateriële goederen
o eigendomsrecht op creatie van intellect
o vorm nodig - geen bescherming van ideeën
• geldig in een bepaald territorium
je mag kopiëren maar er zijn uitzonderingen:
• intellectuele eigendomsrechten
1.1.2 waarom IER
waarom IER?:
• praktische redenen
o voorwerp is niet tastbaar ⇒ “fysieke” bescherming is niet mogelijk
o eenmaal voorwerp publiek is, is controle niet meer mogelijk (zeker digitaal)
• beleidsredenen
o focus op culturele en sociale vooruitgang: stimuleren van creativiteit
o focus op technologische vooruitgang: stimuleren van innovatie
o evenwicht tussen publieke en private belangen
▪ bv. octrooi: “patent bargain”:
exclusief recht in ruil voor openbaarmaking van uitvinding
1
,1.1.3 soorten IER
soorten IER:
recht voorwerp verkrijging
auteursrecht originele werken van ontstaat automatisch IER senso stricto
letterkunde of kunst focus op creativiteit
octrooi technologische uitvindingen registratie
merk onderscheidende tekens registratie industriële eigendomsrechten
tekening en model productdesing (2D of 3D) registratie focus op innovatie
1.1.4 complementen van IER
complementen van IER:
• eigendom gelden tegenover iedereen
• octrooi werkt tegen de hele wereld
• bedrijfsgeheimen
= informatie die je binnen het bedrijf houdt
o als iemand het afneemt, is die persoon in fout
o gebruiken als complement op bescherming
1.1.5 evolutie doorheen de jaren en databanken met geregistreerde IER
evolutie doorheen de jaren:
• planning en strategie zijn van groot belang
• bv. welk eigendomsrecht en wat wil je ermee doen
• niemand weet hoeveel auteursrechten er bestaan wereldwijd want ze worden niet geregistreerd
databanken met informatie over geregistreerde IER:
• octrooien: expacenet
• merken en tekeningen / modellen: eSearch plus EUIPO, TMview, DESIGNview, BBIE voor merken en
modellen
1.2 wetgevend karakter
wetgevend karakter:
• een IER is gebaseerd op een wet
• er bestaan verschillende niveaus van wetten
o belgie
o benelux
o europese unie
o globaal
• als je denkt dat er een inbreuk is moet je in alle landen naar de rechtbank gaan + regels zijn in alle
landen anders
• territorialiteitsbeginsel:
o IE-recht enkel in bepaald territorium
o gevolg: fragmentatie - problematisch, zeker digitaal!
2
,1.2.1 niveaus van wetten
nationaal niveau:
• wetboek economisch recht (WER) - federale wet
o in het bijzonder
▪ boek XI: inhoud (materieel)
▪ boek XV en XVII: handhaving (formeel)
• koninklijke besluiten: uitvoering
benelux niveau:
• Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE)
o enkel inhoud, handhaving is nationaal geregeld
EU-niveau:
• verordening:
o een recht unitair maken voor heel de EU in 1 keer
o bij een inbreuk moet je maar naar 1 rechtbank
o komt rechtstreeks vanuit het europese niveau tot bij ons, een bepaald artikel is rechtstreeks
van toepassing op ons ( V → Bel)
o overal dezelfde regels voor heel de EU, uniformiteit
• richtlijn:
o bindend voor de 27 lidstaten van de EU
o geeft algemene regels voor de lidstaten die ze moeten omzetten in nationaal recht
o regels in de verschillende landen zijn dan niet exact hetzelfde maar lijken wel op elkaar, zorgt
voor harmonie
o komt niet rechtstreeks vanuit het europese niveau tot bij ons, heeft nog een tussenniveau,
een bepaald artikel wordt eerst naar de lidstaten gezet en dan op ons
(R → 27 LS → Bel)
o doel: harmonisatie, niet exact dezelfde regels doorheen heel de EU
internationaal niveau:
• doel: overstijgen van territorialiteitsbeginsel
1. formeel: mbt registratieprocedure voor industriële eigendomsrechten in hele wereld
2. materieel: mbt inhoud van recht
▪ nationale behandeling: geen discriminatie
(buitenlandse aanvragers op dezelfde manier behandelen als inheemse bedrijven)
▪ minimumstandaarden
(= min bescherming voorzien voor iedereen)
• essentiële inhoudelijke verdragen
o verdrag van parijs (1883): industriële eigendomsrechten
o conventie van bern (1886): auteursrecht
o europees octrooiverdrag (1973, 2000) - niet EU! (38 lidstaten)
o TRIPs-overeenkomst (1994) < wereldhandelsorganisatie (WTO)
3
, verdrag van parijs:
• voornaamste principe: principe van non-discriminatie
• = de verschillende landen die deel zijn van het verdrag dat ze erkennen dat ze elkaars burgers en
ondernemingen niet gaan discrimineren voor het verkrijgen van een octrooi
wetgevend kader:
internationaal europese unie nationaal
verdrag van parijs (1883) biotech-richtlijn (1998) nationale octrooiwetten
europees octrooiverdrag (2001) enhanced cooperation door bv. duitse octrooiwet, deel van
TRIPS-overeenkomst (1994) verschillende lidstaten: franse IE-wet, deel van belgische
eenheidsoctrooi (2023 in werking) WER
4