Hoofdstuk 1: Inleiding sociologie en sociologische verbeelding
3 Soorten groepen waarin we behoren:
- Microniveau = kleinste groep, je eerste contacten, veel interactie
(gezin, vrienden)
- Mesoniveau = middelste groep, organisaties, instituties (collega’s,
sport)
- Macroniveau = grootste groep, de wereld, de samenleving,
Sociologie = samenlevingskunde
- Sociologen hebben interesse in:
1. Hoe leven mensen samen in allerhande sociale verbanden?
2. Wat zijn de kenmerken van die samenlevingsverbanden?
3. Door welke wetmatigheden worden ze gestuurd?
Wetmatigheden = wetten, afspraken, de waarden,
doelstellingen
1. Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
Niet alleen kijken naar wat je ziet bij mensen en hoe ze denken, maar
meer en dieper denken, verder gaan kijken, vragen gaan stellen, de
achterliggende zaken ook bekijken en niet te oppervlakkig zijn. ->
Daarvoor heb je een sociologische bril nodig: structuur en betekenis te
kunnen geven aan wat we zien.
Sociologische verbeelding: Het vermogen om afstand te nemen van
onze dagelijkse levens en er anders naar te kijken, los van de vertrouwde
routines en met een frisse blik waardoor een dagelijkse ervaring wordt
gekaderd binnen de brede samenleving.
Statussymbool: een teken dat niet functioneel wordt gebruikt (zoals het
uniform van een politieagent), maar als verwijzing naar rijkdom, macht,
prestige.
3 componenten van sociologische verbeelding
1. Biografie = opleiding, alle keuzes die mensen maken in hun leven,
wat er gebeurt in mensen hun leven en hoe het ons maakt tot wie
we zijn als sociaal wezen (studiekeuze, een gezin, …)
, 2. Sociale structuur = gaat over de instituties (scholen, politiek, kerk)
die ons leven bepalen. Hoe is ons land en de samenleving
georganiseerd. In welke sociale structuur begeven we ons?
3. Geschiedenis = leert ons hoe een samenleving tot stand kwam en
hoe ze verandert. We moeten het verleden kennen om te kunnen
begrijpen wat er vandaag gebeurt. (Kenniscultuur, het historisch
proces)
Document bekijken!! Ook kennen!
1.1. Over eten en drinken
Eten is een primaire behoefte maar toch doen we het allemaal op
een andere manier en op een ander tijdstip.
Wordt beïnvloed door:
- Cultuur = (halal, koosjer, vegan…)
- Sociale klasse = (geld, arm of rijk)
- Trends en mode = (tiktok, influencers, …)
1. Biografie: voedingspatroon
2. Sociale structuur: sociale klasse, cultuur, trends, …
3. Geschiedenis: veranderingen in voedingsindustrie, productie,
transport, …
1.2. Over sport
Kies je het zelf of is het verbonden aan sociale structuur?
Sommige sporten zijn voor iedereen maar andere sporten alleen
voor rijkere mensen. Waarom? De sport is duur, je materiaal, je hebt
veel nodig
1.3. Over lifestyle en lijfstijl
Levensstijl: hoe je in het leven staat, wat je denkt en
belangrijk vindt, jouw muziekvoorkeuren,
vrijetijdsbesteding, mediagebruik, culturele smaak,
Schoonheidsidealen van alle tijden, ze zijn tijd, plaats en
cultuurgebonden = bij ons heel duidelijk beeld van wat mooi
en niet mooi is.
1.4. Over liefde
Je wordt gestuurd door je sociale relaties, je sociale omgeving
(dezelfde vriendengroep, dezelfde afkomst, dezelfde studies) dit is
vrij normaal.
3 Soorten groepen waarin we behoren:
- Microniveau = kleinste groep, je eerste contacten, veel interactie
(gezin, vrienden)
- Mesoniveau = middelste groep, organisaties, instituties (collega’s,
sport)
- Macroniveau = grootste groep, de wereld, de samenleving,
Sociologie = samenlevingskunde
- Sociologen hebben interesse in:
1. Hoe leven mensen samen in allerhande sociale verbanden?
2. Wat zijn de kenmerken van die samenlevingsverbanden?
3. Door welke wetmatigheden worden ze gestuurd?
Wetmatigheden = wetten, afspraken, de waarden,
doelstellingen
1. Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
Niet alleen kijken naar wat je ziet bij mensen en hoe ze denken, maar
meer en dieper denken, verder gaan kijken, vragen gaan stellen, de
achterliggende zaken ook bekijken en niet te oppervlakkig zijn. ->
Daarvoor heb je een sociologische bril nodig: structuur en betekenis te
kunnen geven aan wat we zien.
Sociologische verbeelding: Het vermogen om afstand te nemen van
onze dagelijkse levens en er anders naar te kijken, los van de vertrouwde
routines en met een frisse blik waardoor een dagelijkse ervaring wordt
gekaderd binnen de brede samenleving.
Statussymbool: een teken dat niet functioneel wordt gebruikt (zoals het
uniform van een politieagent), maar als verwijzing naar rijkdom, macht,
prestige.
3 componenten van sociologische verbeelding
1. Biografie = opleiding, alle keuzes die mensen maken in hun leven,
wat er gebeurt in mensen hun leven en hoe het ons maakt tot wie
we zijn als sociaal wezen (studiekeuze, een gezin, …)
, 2. Sociale structuur = gaat over de instituties (scholen, politiek, kerk)
die ons leven bepalen. Hoe is ons land en de samenleving
georganiseerd. In welke sociale structuur begeven we ons?
3. Geschiedenis = leert ons hoe een samenleving tot stand kwam en
hoe ze verandert. We moeten het verleden kennen om te kunnen
begrijpen wat er vandaag gebeurt. (Kenniscultuur, het historisch
proces)
Document bekijken!! Ook kennen!
1.1. Over eten en drinken
Eten is een primaire behoefte maar toch doen we het allemaal op
een andere manier en op een ander tijdstip.
Wordt beïnvloed door:
- Cultuur = (halal, koosjer, vegan…)
- Sociale klasse = (geld, arm of rijk)
- Trends en mode = (tiktok, influencers, …)
1. Biografie: voedingspatroon
2. Sociale structuur: sociale klasse, cultuur, trends, …
3. Geschiedenis: veranderingen in voedingsindustrie, productie,
transport, …
1.2. Over sport
Kies je het zelf of is het verbonden aan sociale structuur?
Sommige sporten zijn voor iedereen maar andere sporten alleen
voor rijkere mensen. Waarom? De sport is duur, je materiaal, je hebt
veel nodig
1.3. Over lifestyle en lijfstijl
Levensstijl: hoe je in het leven staat, wat je denkt en
belangrijk vindt, jouw muziekvoorkeuren,
vrijetijdsbesteding, mediagebruik, culturele smaak,
Schoonheidsidealen van alle tijden, ze zijn tijd, plaats en
cultuurgebonden = bij ons heel duidelijk beeld van wat mooi
en niet mooi is.
1.4. Over liefde
Je wordt gestuurd door je sociale relaties, je sociale omgeving
(dezelfde vriendengroep, dezelfde afkomst, dezelfde studies) dit is
vrij normaal.