Deel 1
1. Wat is criminologie?
Definitie (volgens Sutherland, 1949)
“Criminology is the study of the making of laws, the breaking of laws, and
society’s reaction to breaking the laws.”
De criminologie bestudeert volgens Sutherland dus drie domeinen:
1. Het ontstaan van wetten (hoe en waarom bepaalde gedragingen
strafbaar worden gesteld);
2. Het overtreden van wetten (criminaliteit zelf);
3. De maatschappelijke reactie op overtredingen (straffen, sancties,
herstel).
Algemener:
. Bestuderen van criminaliteit
. De oorzaken ervan
. De gevolgen voor individu en de maatschappij
Niet alleen begrijpen waarom mensen crimi plegen, maar ook hoe
het voorkomen kan worden en hoe samenlevingen omgaan met
daders en slachtoffers.
Centrale vragen:
Waarom plegen mensen crimi?
Hoe kunnen we crimi voorkomen?
Hoe ziet de criminele carrière eruit?
Wat zijn de kenmerken van slachtoffers?
Wat is de impact van straffen op recidive?
Hoe denkt de maatschappij over straffen?
Door systematisch onderzoek kunnen criminologen:
Verklaringen bieden voor de oorzaken en gevolgen van crimi.
Bijdragen aan evidence-based oplossingen om crimi aan te pakken.
Kritische reflecties formuleren op beleidskeuzes en maatschappelijke
reacties.
1.1. Criminologie als interdisciplinaire wetenschap
Criminologie is geen zuiver juridische wetenschap, maar
interdisciplinair:
1
, Gebruikt kennis uit psychologie, sociologie, recht, economie,
geneeskunde, statistiek, antropologie, enz.
Combineert empirisch onderzoek (positivistisch) met normatieve
reflectie (filosofisch/juridisch).
Doel: begrijpen waarom criminaliteit voorkomt en hoe we gepast
kunnen reageren.
1.2. Criminologie: hulpwetenschap of autonome wetenschap?
Eind 19e eeuw ontstaan als hulpwetenschap van het
strafrecht → ondersteunen van rechters en beleid.
Vandaag: een autonome, multidisciplinaire wetenschap met
eigen onderzoeksmethoden en theorieën.
2. Wat is criminaliteit?
2.1. Enge (juridische) definitie
Criminaliteit = gedrag dat door de staat verboden en strafbaar
gesteld is.
Focus op strafrecht (in Belgisch strafboek onderscheidt tussen
misdaden, wanbedrijven, overtredingen (elk hun eigen niveau van
sancties)
→ “misdrijven” in het nieuwe Strafwetboek 2026. Dan ook enkel
spreken over misdrijven en onderverdeeld in 8 strafniveaus +
minder focussen op gevangenisstraf.
Citaat Sutherland (1949, p. 31):
“The essential characteristic of crime is that it is behaviour which is pro-
hibited by the state as an injury to the state and against which the state
may react by punishment.”
Dus: wat de wetgever bepaalt, is crimineel.
2.2. Brede (sociale) definitie
Criminaliteit is een sociaal construct, afhankelijk van tijd, cultuur,
context, locatie en interpretatie.
Het gaat om het overtreden van afspraken, normen en waarden die
verschillende groepen binnen de samenleving maken.
2
, Sommigen zijn strafbaar, maar niet alles.
Wat vandaag strafbaar is, was dat vroeger niet (of omgekeerd).
Criminaliteit = product van sociale interactie en
normonderhandeling tussen burgers.
In deze benadering wordt ook deviant gedrag, dreiging of
maatschappelijke overlast meegenomen.
2.3. Normatieve vs. Reactieve definitie
Type
Uitleg Voorbeeld
definitie
Criminaliteit = schending van een
Normatie
bestaande norm (juridisch, moreel of Diefstal, moord
f
sociaal).
Criminaliteit = wat de maatschappij als
Cannabisgebruik,
Reactief crimineel bestempelt (sociale reactie
graffiti, betogingen
centraal).
Deze tweedeling komt later terug bij labeling theory en kritische
criminologie.
3. Twee oorsprongen van de criminologie
‘criminologie’ Latijns: ‘crimen’ = misdaad, Grieks: ‘logos’ = studie, leer’
Volgens David Garland (2002):
1. Lombrosiaans project – “academisch project”
o Ontstaan eind 19e eeuw.
o Doel: verklaren van misdadigheid via empirisch onderzoek
(Lombroso, Garofalo, Ferri).
o Focus: de dader → waarom pleegt iemand criminaliteit?
2. Overheidsproject – “beleidsproject”
o Empirisch onderzoek ten dienste van de overheid: werking van
politie, gevangenissen, recidive.
o Focus: het systeem → hoe werkt strafrecht en beleid?
De moderne criminologie combineert beide stromingen: theorie +
praktijk, onderzoek + beleid.
3
, 4. Wat doet een criminoloog?
Een criminoloog probeert verklaringen te vinden voor:
Waarom mensen criminaliteit plegen;
Hoe criminaliteit kan worden voorkomen;
Hoe de criminele carrière van een persoon evolueert;
Wat de impact is van straf, beleid en maatschappelijke context;
Hoe de maatschappij denkt over criminaliteit en straf.
Toepassing:
Beleidsadvies (veiligheidsbeleid, drugbeleid, jeugdzorg);
Onderzoek (criminologische studies, recidiveonderzoek);
Justitieel werk (slachtofferhulp, gevangeniswezen, politie, OM).
5. Criminaliteit in cijfers en perceptie
5.1. Crime drop en veiligheidsparadox
Sinds de jaren 1990: sterke daling van klassieke criminaliteit
(diefstal, geweld, moord).
Toch: gevoel van onveiligheid blijft hoog → “veiligheidsparadox”.
Verklaring:
o Media-aandacht voor misdaad.
o Nieuwe vormen van criminaliteit (cybercrime, fraude,
haatmisdrijven).
o Politieke retoriek rond veiligheid.
o Toenemende emancipatie en mondigheid van de burger.
5.2. Roep naar strengere straffen
Publieke opinie: “harder straffen = minder misdaad”.
4
1. Wat is criminologie?
Definitie (volgens Sutherland, 1949)
“Criminology is the study of the making of laws, the breaking of laws, and
society’s reaction to breaking the laws.”
De criminologie bestudeert volgens Sutherland dus drie domeinen:
1. Het ontstaan van wetten (hoe en waarom bepaalde gedragingen
strafbaar worden gesteld);
2. Het overtreden van wetten (criminaliteit zelf);
3. De maatschappelijke reactie op overtredingen (straffen, sancties,
herstel).
Algemener:
. Bestuderen van criminaliteit
. De oorzaken ervan
. De gevolgen voor individu en de maatschappij
Niet alleen begrijpen waarom mensen crimi plegen, maar ook hoe
het voorkomen kan worden en hoe samenlevingen omgaan met
daders en slachtoffers.
Centrale vragen:
Waarom plegen mensen crimi?
Hoe kunnen we crimi voorkomen?
Hoe ziet de criminele carrière eruit?
Wat zijn de kenmerken van slachtoffers?
Wat is de impact van straffen op recidive?
Hoe denkt de maatschappij over straffen?
Door systematisch onderzoek kunnen criminologen:
Verklaringen bieden voor de oorzaken en gevolgen van crimi.
Bijdragen aan evidence-based oplossingen om crimi aan te pakken.
Kritische reflecties formuleren op beleidskeuzes en maatschappelijke
reacties.
1.1. Criminologie als interdisciplinaire wetenschap
Criminologie is geen zuiver juridische wetenschap, maar
interdisciplinair:
1
, Gebruikt kennis uit psychologie, sociologie, recht, economie,
geneeskunde, statistiek, antropologie, enz.
Combineert empirisch onderzoek (positivistisch) met normatieve
reflectie (filosofisch/juridisch).
Doel: begrijpen waarom criminaliteit voorkomt en hoe we gepast
kunnen reageren.
1.2. Criminologie: hulpwetenschap of autonome wetenschap?
Eind 19e eeuw ontstaan als hulpwetenschap van het
strafrecht → ondersteunen van rechters en beleid.
Vandaag: een autonome, multidisciplinaire wetenschap met
eigen onderzoeksmethoden en theorieën.
2. Wat is criminaliteit?
2.1. Enge (juridische) definitie
Criminaliteit = gedrag dat door de staat verboden en strafbaar
gesteld is.
Focus op strafrecht (in Belgisch strafboek onderscheidt tussen
misdaden, wanbedrijven, overtredingen (elk hun eigen niveau van
sancties)
→ “misdrijven” in het nieuwe Strafwetboek 2026. Dan ook enkel
spreken over misdrijven en onderverdeeld in 8 strafniveaus +
minder focussen op gevangenisstraf.
Citaat Sutherland (1949, p. 31):
“The essential characteristic of crime is that it is behaviour which is pro-
hibited by the state as an injury to the state and against which the state
may react by punishment.”
Dus: wat de wetgever bepaalt, is crimineel.
2.2. Brede (sociale) definitie
Criminaliteit is een sociaal construct, afhankelijk van tijd, cultuur,
context, locatie en interpretatie.
Het gaat om het overtreden van afspraken, normen en waarden die
verschillende groepen binnen de samenleving maken.
2
, Sommigen zijn strafbaar, maar niet alles.
Wat vandaag strafbaar is, was dat vroeger niet (of omgekeerd).
Criminaliteit = product van sociale interactie en
normonderhandeling tussen burgers.
In deze benadering wordt ook deviant gedrag, dreiging of
maatschappelijke overlast meegenomen.
2.3. Normatieve vs. Reactieve definitie
Type
Uitleg Voorbeeld
definitie
Criminaliteit = schending van een
Normatie
bestaande norm (juridisch, moreel of Diefstal, moord
f
sociaal).
Criminaliteit = wat de maatschappij als
Cannabisgebruik,
Reactief crimineel bestempelt (sociale reactie
graffiti, betogingen
centraal).
Deze tweedeling komt later terug bij labeling theory en kritische
criminologie.
3. Twee oorsprongen van de criminologie
‘criminologie’ Latijns: ‘crimen’ = misdaad, Grieks: ‘logos’ = studie, leer’
Volgens David Garland (2002):
1. Lombrosiaans project – “academisch project”
o Ontstaan eind 19e eeuw.
o Doel: verklaren van misdadigheid via empirisch onderzoek
(Lombroso, Garofalo, Ferri).
o Focus: de dader → waarom pleegt iemand criminaliteit?
2. Overheidsproject – “beleidsproject”
o Empirisch onderzoek ten dienste van de overheid: werking van
politie, gevangenissen, recidive.
o Focus: het systeem → hoe werkt strafrecht en beleid?
De moderne criminologie combineert beide stromingen: theorie +
praktijk, onderzoek + beleid.
3
, 4. Wat doet een criminoloog?
Een criminoloog probeert verklaringen te vinden voor:
Waarom mensen criminaliteit plegen;
Hoe criminaliteit kan worden voorkomen;
Hoe de criminele carrière van een persoon evolueert;
Wat de impact is van straf, beleid en maatschappelijke context;
Hoe de maatschappij denkt over criminaliteit en straf.
Toepassing:
Beleidsadvies (veiligheidsbeleid, drugbeleid, jeugdzorg);
Onderzoek (criminologische studies, recidiveonderzoek);
Justitieel werk (slachtofferhulp, gevangeniswezen, politie, OM).
5. Criminaliteit in cijfers en perceptie
5.1. Crime drop en veiligheidsparadox
Sinds de jaren 1990: sterke daling van klassieke criminaliteit
(diefstal, geweld, moord).
Toch: gevoel van onveiligheid blijft hoog → “veiligheidsparadox”.
Verklaring:
o Media-aandacht voor misdaad.
o Nieuwe vormen van criminaliteit (cybercrime, fraude,
haatmisdrijven).
o Politieke retoriek rond veiligheid.
o Toenemende emancipatie en mondigheid van de burger.
5.2. Roep naar strengere straffen
Publieke opinie: “harder straffen = minder misdaad”.
4