Les 7: Participatief armoedebeleid
1. Internationale aandacht voor armoede
1.1 Armoedebeleid
Indirect Direct armoedebeleid
armoedebeleid
Internationaal SDG’s (Sustainable Werelddag van verzet
development goals van tegen grote armoede.
VN)
Europa 2020-strategie
Federaal Sociaal beleid en Federaal armoedeplan
maatschappelijke Federaal steunpunt
integratie
Vlaams Gelijke kansen in Armoededecreet
onderwijs Samenwerking met
Sociale huisvesting Netwerk
Welzijnsbeleid Tegen armoede
Lokaal Lokaal sociaal beleid Participatief opgemaakt
armoedebeleidsplan
Samenwerking met
Verenigingen waar
Armen het woord nemen
en Welzijnsschakels
Indirect armoedebeleid: alles wat de strijd tegen armoede ten goede komt,
maar niet met die bedoeling.
Direct armoedebeleid: gericht op die groepen van mensen in armoede om
het daarvoor beter te maken.
1.1.1 Sustainable Development Goals
Regels voor alle landen die ertoe behoren we gaan alle landen oproepen om
hier werk van te maken, de eerste doelstelling is ‘wij willen geen armoede in de
wereld’.
Een belangrijke prioriteit van de Verenigde Naties:
17 oktober: Werelddag van verzet tegen extreme armoede
Steen in Frankrijk: voor alle mensen in armoede die in 1987 is ingehuld.
1.2 Armoedebestrijding in de Europese Unie
Vooral focus op economisch beleid.
Geharmoniseerd beleid rond armoede-indicatoren.
Aandacht voor activering en kinderarmoede.
Europa 2020-strategie.
o Men zetten activering en kinderarmoede centraal. Maar die
doelstellingen hebben we niet gehaald, daarom 2030 plan.
Actieplan voor Europese pijler van sociale rechten.
Pagina 1 van 56
, o Tegen 2030 aantal mensen in armoede vermindert men ten minste 15
miljoen mensen (van wie minstens 5 miljoen kinderen)
o Aanbeveling inzake minimuminkomen – aandacht voor kind in armoede
en dakloosheid.
Belangenorganisaties:
EAPN: European Anti-Poverty Network.
o een organisatie die vertegenwoordigers van alle landen gaan zoeken.
vertegenwoordigers die mensen in armoede in België
vertegenwoordigen, die kunne mee in het EAPN. Elk van die mensen
vertegenwoordigt het hele netwerk. Zo heb je een spinnenweb van
vertegenwoordigen. Paul (bindkracht) heeft ooit in het EAPN gezeten.
Feantsa: dakloosheid
Europese Volksuniversiteit van ATD.
o Organiseert volksuniversiteiten in Europa vertrekt vanuit ‘we kunnen
de samenleving niet veranderen als we niet weten wat er gebeurt
onder de mensen (hoe komt het dat mensen uitsluiting ervaren).
o Europese volksuniversiteiten: vertegenwoordigers vanuit alle ATD
landen komen samen. Ze luisteren dan naar de ervaringen van mensen
in armoede uit de verschillende landen.
1.3 Het federaal armoedebeleid
Algemeen Verslag tegen de Armoede (als startpunt – 1994) mijlpaal in
vormgeving van Belgisch armoedebeleid.
o Dialoogproces tussen mensen in armoede, beroepskrachten en
vrijwilligers (participatie centraal).
o Armoede als een schending van mensenrechten (13 levensdomeinen).
Samenwerkingsakkoord tussen federale staat, gemeenschappen en gewesten
doel: gecoördineerd armoedebeleid (1999)
Interfederaal Steunpunt ter bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en
sociale uitsluiting.
o Doel: effectiviteit van uitoefening van mensenrechten in
armoedesituaties evalueren.
o Overlegprocessen en tweejaarlijkse verslagen.
o Bespreking in parlementen, NAR en SERV.
1.4 Het Vlaamse armoedebeleid
Het armoededecreet (2003)
o Om het mogelijk te maken gaan wij een netwerk tegen armoede
subsidiëren.
Netwerk Tegen Armoede
o 61 verenigingen, waar mensen in armoede het woord nemen – 6
criteria:
Armen verenigen zich.
Armen het woord geven.
Werken aan maatschappelijke emancipatie.
Werken aan maatschappelijke structuren.
Dialoog en vorming.
Pagina 2 van 56
, Armen blijven zoeken.
De Link vzw
o Opleiding voor ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting.
1.5 Het participatief Vlaams armoedebeleid
Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA)
o Elke 5 jaar bij start van legislatuur (2025 – 2029)
o Inhoud:
Omgevingsanalyse (def – structureel en participatief)
De situering binnen het nationale en het Europese
armoedebestrijdingsbeleid.
Doelstellingen: concrete beleidsacties en tijdspad binnen elk
beleidsdomein.
Indicatoren om de voortgang te meten en ingezette
instrumenten.
o Participatie van doelgroepen
o Minister Caroline Gennez, coördinerende minister armoedebestrijding.
1.5.1 VAPA 2025 – 2029
Thema’s:
Activering en ondersteuning naar werk.
Kansen voor kinderen en jongeren.
Betaalbaar en duurzaam wonen.
Participatie aan samenleving en beleid (NTA – De Link – Vakantie- en
vijetijdsparticipatie – vrijwilligerswerk)
Verticaal Permanent Armoedeoverleg (VPAO)
Thematisch overleg tussen NTA, kabinet en administratie.
Overleg per beleidsdomein.
Horizontaal Permanent Armoedeoverleg (HPAO)
Uitwisselingsplatform met aandachtsambtenaren en NTA.
Overleg over de beleidsdomeinen heen.
Armoedetoets.
o Als er maatregelen worden genomen, moeten we gaan kijken wat voor
effect het heeft op mensen in armoede. ook wordt er samen met
mensen in armoede samengezeten om de effecten te bekijken.
1.6 Lokaal sociaal beleid
Decentralisatie van lokaal armoedebeleid.
o Jullie moeten een armodeplan maken en voorstellen aan de overheid.
Jullie moeten voelen wat beter moet.
Integraal kinderarmoedebeleid ontwikkelen.
Regierol voor lokale besturen in lokale netwerken.
o Alle mogelijke actoren in hun gemeente verzamelen binnen het thema
armoede. (zoals vertegenwoordiger van een school,…)
Pagina 3 van 56
, Ondersteund door regionale ambtenaren.
Samenwerking met:
Verenigingen waar Armen het Woord nemen.
Welzijnsschakels
ATD-lokale cellen.
1.7 30 jaar beleidsparticipatie vanuit armoede-ervaring
Filmpje
Gesprek met 9 ervaringsdeskundigen – vrijwilligers en
beroepskrachten.
Waarom dit engagement?
o Vereniging als dynamiserende en veilige omgeving (drempel) –
ontschuldigend.
o ‘zwaarbeladen ervaringskennis in armoede op een positieve en
constructieve manier inzetten voor de samenleving, voor andere mensen
in armoede, in een duurzame strijd tegen armoede en voor grondrechten’.
o Bijdrage aan collectief doel, werk ook emancipatorisch.
Meerwaarde van beleidsparticipatie
o Stereotypen + vooroordelen doorprikken –wederzijds – emancipatorisch
langs 2 kanten.
o Medezeggenschap (ervaring van volwaardig burgerschap) – oprecht
luisteren – in hele proces betrokken.
o Gecoördineerde aanpak gestoeld op mensenrechtenvisie.
o Ervaringskennis en leefwereldperspectief in overweging nemen
(consultatie) – respectvol behandeld.
Grenzen of valkuilen
o Schijnparticipatie – belang van goede communicatie.
o Overbevraagd.
o Nood aan laagdrempelige ontmoetingsplaatsen – facilitator –
tandempartner.
o Ervaringen van stigmatisering en onbegrip blijven – media.
o Belang van honorering van engagement en omkaderende maatregelen.
Evaluatie
o Belang van waardig inkomen en dak boven het hoofd.
o Kleine projecten en bijpassingen zijn vaak pleisters op een open wonde.
o Decentralisatie: op helling zetten van garanderen van grondrechten.
o Individueel schuldmodel – zie voorwaardelijkheid van steun.
o Nood aan trage processen, zoeken naar gemeenschappelijke taal,
leefwerelden en perspectieven beluisteren, van pijnpunten komen tot
effectieve verandervoorstellen.
o Soms moeheid en kwaadheid en verenigingen die aan dienstverlening
gaan doen.
o Oproep voor langetermijnskeuzes, administratieve vereenvoudiging,
automatische rechtentoekenning, verbreding naar strijd voor
rechtvaardigheid en gelijkheid (partnerschap).
Pagina 4 van 56