Samenvatting Micro-economie
1 Inleiding
1.1 Wat is micro-economie?
Bestudeert economisch gedrag van individuele economische agenten
• Elk(e) individu/entiteit die een rol speel in (mondiale) economie
• Consumenten & producenten bedrijven, managers, overheden, arbeiders, …
• Strategische interacties & marktvormen → hoe interageren agenten in
specifieke markten en hoe vormen ze grotere units (markten & industrieën)?
1.2 Theorie vs. model
ECONOMISCHE THEORIE ECONOMISCH MODEL
• Verklaart geobserveerde fenomenen • Formele beschrijving van specifieke
a.d.h.v. basisregels en assumpties problemen die men wil onderzoeken
• Legt onderliggende mechanismen • Abstractie van realiteit om terug te
bloot & verklaart ze gaan tot essentie van wat men wil
Vb: theorie van consumenten; onderzoeken
theorie van perfecte mededinging Vb: 2-goederenmodel
1.3 Analytische hulpmiddelen in micro-economie
1. Optimalisatie met beperkingen (constrained optimization)
→ optimale keuzen gegeven een bepaalde beperking
Vb: winstmaximalisatie gegeven de kosten; beste keuze bij beperkt budget
2. Evenwichtsanalyse (equilibrium analysis)
Evenwicht = toestand die blijft bestaan zolang de exogene factoren
onveranderd blijven
Vb: marktprijzen bij perfecte competitie
3. Comparatieve statica (comparative statics)
→ verandering van exogene variabele beïnvloedt endogene variabele(n) in
economisch model
1.4 Rationaliteit-assumptie
Rationale agent: men gedraagt zich optimaal naargelang de preferentie
→ perfecte informatie & optimizers
• Lastig in realiteit: imperfecte informatie & begrensde rationaliteit
o Bounded rationality (Herbert Simon): beslissingen met beperkte & deels
foutieve info + beperkte tijds- en/of intellectuele capaciteit → beperking
o Behavioural biases (Kahneman and Tversky): zelfs met volledige & juiste
info nog foute beslissingen door biases (bv framing) → behavioural
economics
• Alsnog: dit als startassumptie = essentieel en nuttig om afwijkingen van
rationaliteit te bestuderen
o Gewoon belangrijk om in achterhoofd te houden dat er assumpties zijn
Academiejaar 2025-2026 1
,Vrije Universiteit Brussel
Deel 1: de consument
3 stappen:
1. Beschrijven van consumentenvoorkeuren;
2. Budgetbeperking (beperkt inkomen)
3. ① + ②: consumentenkeuze (uit voorkeuren en beperkingen)
a. Goederencombinaties kopen die hun tevredenheid maximaliseren
b. Hieruit: vraagfunctie opstellen & analyseren
2 Budgetbeperking
2.1 Twee-goederen model
Een consument met budget 𝒎 kan kiezen uit twee goederen: goed 1 (𝑥! ) & goed 2 (𝑥" )
Nuttig om consumentenkeuze te begrijpen in reële wereld:
• Voldoende rijk om factoren die consumentenkeuze bepalen te verklaren;
• 2 goederen geven een realistisch beeld van ‘echte’ consumptiekeuzes:
o Goed 1 = 𝑥; goed 2 = ‘alle andere goederen’ (samengesteld goed)
n-goederenmodel kan ook, maar 2 goederen volstaat al
Budgetbeperking: 𝑝! 𝑥! + 𝑝" 𝑥" ≤ 𝑚
𝑝! 𝑥! = hoeveelheid geld gespendeerd aan goed 1;
𝑝" 𝑥" = hoeveelheid geld gespendeerd aan goed 2
2.2 De budgetrechte
Budgetrechte: 𝑝! 𝑥! + 𝑝" 𝑥" = 𝑚
𝑚 𝑝!
⇔ 𝑥" = − 𝑥!
𝑝" 𝑝"
#!
#"
= helling = de opportuniteitskost van 𝒙𝟏
= hoeveel eenheden 𝑥" je moet opo_eren voor
1 eenheid 𝑥! , de prijs van het beste alternatief
Budgetverzameling (budget set) = de opp. van de
driehoek gevormd door de assen en de BR = alle
haalbare bundels
Academiejaar 2025-2026 2
,Vrije Universiteit Brussel
2.2.1 Wijzigingen van de budgetrechte
1) Wijziging in inkomen
Stel: budgetstijging van 𝑚 → 𝑚′ (met 𝑚 < 𝑚′)
𝑚 𝑝!
𝑥" = − 𝑥
𝑝" 𝑝" !
𝑚′ 𝑝!
⇒ 𝑥" = − 𝑥
𝑝" 𝑝" !
→ de helling (𝑝!"𝑝") verandert niet
→ de nieuwe BR is evenwijdig
2) Wijziging in prijs
Stel: prijsdaling van 𝑝! → 𝑝%! (met 𝑝#$ < 𝑝$ )
𝑚 𝑝!
𝑥" = − 𝑥
𝑝" 𝑝" !
𝑚 𝑝%
⇒ 𝑥" = − ! 𝑥!
𝑝" 𝑝"
#
→ de helling (𝑝!"𝑝") verandert
→ de opp. kost verandert
3) Belastingen en rantsoenering
Stel: taxatie voor consumptie groter dan 𝑥′!
(= hoeveelheidsbelasting, quantity tax)
→ voor consumptie van goed 1 hoger dan 𝑥′!
moet een extra taks 𝑡 per eenheid betaald
worden
𝑝! → 𝑝! + 𝑡 vanaf 𝑥′!
𝑚 𝑝!
𝑥" = − 𝑥 voor x" < x!%
𝑝" 𝑝" !
𝑚 𝑝! + 𝑡
𝑥" = − 𝑥! voor x" > 𝑥!%
𝑝" 𝑝"
→ de helling verandert
Academiejaar 2025-2026 3
, Vrije Universiteit Brussel
3 Voorkeuren
De consument kan elk paar van consumentenbundels 𝑋 % = (𝑥!% , 𝑥"% ) en 𝑋 %% = (𝑥!%% , 𝑥"%% )
ordenen (ordinale voorkeurrelatie)
Notatie: 𝑋 % ≻ 𝑋′′ ⇒ (𝑥!% , 𝑥"% ) ≻ (𝑥!%% , 𝑥"%% ) → 𝑋’ is strikt verkozen boven 𝑋’’
𝑋 % ~ 𝑋 %% ⇒ (𝑥!% , 𝑥"% ) ~ (𝑥!%% , 𝑥"%% ) → 𝑋’ en 𝑋’’ zijn equivalent (indi_erent)
𝑋 % ≽ 𝑋 %% ⇒ (𝑥!% , 𝑥"% ) ≽ (𝑥!%% , 𝑥"%% ) → 𝑋’ is zwak verkozen boven 𝑋’’
Assumpties:
• Volledigheid (‘completeness’): de consument kan altijd zeggen welke bundel
beter is (𝑥!% , 𝑥"% ) ≽ (𝑥!%% , 𝑥"%% ) of (𝑥!%% , 𝑥"%% ) ≽ (𝑥!% , 𝑥"% )
• Transitiviteit:
(𝑥 % , 𝑥 % ) ≽ (𝑥!%% , 𝑥"%% )
A %%! %%" ⇒ (𝑥!% , 𝑥"% ) ≽ (𝑥!%%% , 𝑥"%%% )
(𝑥! , 𝑥" ) ≽ (𝑥!%%% , 𝑥"%%% )
3.1 IndiCerentiecurves
IndiQerentiecurves (IC’s): verbinden bundels die voor de consument evenwaardig zijn
Consumentenvoorkeuren worden afgebeeld door veld van IC’s
𝐴~𝐵 Alle goederencombinaties IC’s kunnen niet snijden
! ⇒ 𝐴~𝐵~𝐶
𝐵~𝐶
𝐷≽𝐴 die boven & op de IC-curve → alle punten op curve hebben
zelfde waarde
liggen zijn verkozen → C zowel op IC1 als IC2, maar A ~ B
Strikt verkozen = alleen erboven is niet van toepassing: kan niet
De indi_erentiecurves van perfecte substituten & perfecte complementen hebben
een bijzondere vorm:
PERFECTE SUBSTITUTEN PERFECTE COMPLEMENTEN
Academiejaar 2025-2026 4