1. Maken van een serumvrij medium
2. Normale cellijn vs continue: geef voorbeelden en toepassingen
3. Leg volgende begrijppen uit
a. Cryostock
b. Holdingmedium
c. Veiligheidskast II
d. Feederlagen
4. Bespreek hollow fibers
5. Leg mbv een voorbeeld competitief, homoloog enzym immunoassay uit
6. Hoe zou je het volgende steriliseren en geef voor- en nadelen van de gekozen
methoden
a. Lege plastieke flessen
b. Glucose in poedervorm
c. Medium zonder serum
7. Beespreek mbv een tekening filter well inserts en geef 2 toepassingen
8. Bespreek kort
a. Organotypische cultuur
b. RPMI
c. HEPES
d. Cadherines en integrines
e. Koude trypsine behandeling
9. Leg uit homogene, competitieve EIA
10. Vergelijk directe en indirecte ELISA
11. Vergelijk gamma- en UV-straling
12. Hoe bepaal je de cytotoxiciteit van een antibioticum?
a. Welke cellen gebruik je en waarom?
b. Hoe buffer je het medium en met welke buffer? Leg ook de werking van de
buffer uit.
c. Hoe ga je cellen zaaien in een microtiterplaat?
d. Na hoeveel tijd zullen de cellen ongeveer vastgehecht zijn en hoe gebeurt de
aanhechting?
e. Hoe kan men cytotoxiciteit aflezen? Geef 2 methoden en de werking van de
reagentia.
f. Stel dat het antibioticum 50% van de bacteriën dood aan 1 micromolair. Wat
is dan een goede en veilige cytotoxische concentratie?
13. Leg cryopreservatie uit. Gebruik volgende begrippen: cryoprotectans, invriessnelheid,
invriesproces
14. Hoe kan je in een celkweek de gedifferentieerde eigenschappen van de cellen
behouden?
Examenvragen 2017
1. Door een flowcytometrische analyse wordt een ‘optische vingerafdruk’ gegenereerd.
Welke eigenschappen van een partikel worden hierbij gemeten (3pt). Bespreek in
functie van lichtverstrooiing (7pt)
, 2. Bespreek volgende begrippen op max 1⁄2 A4
a. Flowcytometrische overspraak compensatie (4pt)
b. Immunofenotypering (4pt)
c. Stoke’s shift (2pt)
3. wat zijn de eigenschappen van een probe? Geef ook een voorbeeld (10pt)
4. CD3+/CD8+ getest in een flowcytometer. Argon laser (488 nm). 2x bandpasfilters en
1x longpass filter.
a. Welke van de gegeven probes ga je gebruiken voor het bekomen van
testresultaten? (excitatie en emissiespectrum van FITC, APC, Cy5-PE, PE is
gegeven) (3pt)
b. Welke stappen moet je uitvoeren om intracellulaire metingen te kunnen
uitvoeren (6pt)
c. Resultaten van de flowcytometrische analyse is gegeven. Welk percentage
van CD8+ is positief? (1pt)
5. Bij ELISA worden er enzymes gebruikt
a. Wat is de werking van de enzymes (??) (5pt)
b. Welke enzymes kunnen we gebruiken (5pt)
6. Wat is cryopreservatie en hoe wordt het in het labo gedaan? Termen die zeker in je
‘verhaaltje’ moeten terugkomen: invriesproces, cryoprotectant, invriessnelheid (10
pt)
7. Filter well insert
a. Wat is het? Leg uit a.d.h.v. een tekening
b. Geef minstens 2 toepassingen en leg gedetailleerd uit (ev. met tekening)
8. Sterilisatie:
a. Vergelijk gammasterilisatie met stoomsterilisatie. Bespreek duidelijk de
gelijkenissen en verschillen. (5pt)
b. Waarvoor worden ze gebruikt? (5pt)
9. Hoe wordt een cellijn gekarakteriseerd? (10 pt)
10. Verklaar volgende begrippen in minstens 5 regels en maximum 10 regels
a. Lectinen
b. Stamcellen
c. xCELLigence detectiesysteem
d. Sferoïde
e. DMSO
Examenvragen herexamen 2017
Flowcytometrie
1. Wat is flowcytometrie?
a. Leg beknopt uit wat flowcytometrie is, met inbegrip van de voorwaarden om
aan FCM te doen. (5p)
b. Verklaar beknopt wat een goed biologisch staal zou zijn om aan FCM te doen?
2. Verklaar de volgende begrippen op maximaal 1⁄2 A4 pagina (per begrip)
a. Flowcytometrische overspraak compensatie (5p)
b. Stoke’s shift (5p)
c. Immunofenotypering (5p)
d. FRET (5p)