Examenvragen Circulatie long nier 2017-2018
Examenvragen 2016-2017 2e zit (staan niet mee in examenbundel) → groep 7
EM-beelden:
Nier (pag 329) → proximale tubulus
Nier (pag 321) → gefenestreerde capillairen
Respiratoir (pag 309) → continue capillairen
Respiratoir (pag 307) → bronchiole
Lymfoide (pag 203) → miltpulpa
Lymfoide (pag 201) → HEV
MCQ:
Lucht gaat rechtstreeks van … naar de ductus alveolaris → respiratoire bronchiolen
Cellen van de thymus die bij de zich ontwikkelende cellen horen en niet tot het stroma →
prothymocyten (?)
Bij welke structuur komen pericyten voor → capillairen
Urine komt in in de calyces minores via de …? → verzamelbuizen (?)
Bronchio-alveolair carcinoom is de voorloper van → adenocarcinoom
Examenvragen eerste zit
Voormiddag 22/01 (groep 9)
Open vragen:
Bespreek de chemoreceptoren van het carotislichaampje
Bespreek de fasen van ARDS. Bijvragen: wat zijn de neutrofielen en hun functie; wat zijn de
pneumocyten type II en fun functie, wat betekent minimale fibrose en welk soort weefsel is
dit.
Preparaten:
Lymfeknoop + kleuring gevraagd
vene
neuspapiloom + kleuring gevraagd
hartischemie (niet zeker)
MCQ
1. Waarnaar gaat het lucht na de larynx toe?
2. Een kind is immuun geworden na de mazelen, soort van het afweer?
*artificieel
*natuurlijk
*passief
*specifiek
*verworven
3.Wat vormen gefenestreerde capillairen in het nefron?
*proximale tubulus
*glomerulus
*kapsel van bowman
*distale tubulus
, 4. Een embool trombus in de lymfevat. Gevolg?
*gegeneraliseerd oedeem
*lokaal oedeem
*zowel gegeneraliseerd als lokaal
*atrofie
*geen van bovenstaande
EMC
p 155
p 157 (macrograf 1)
p 207
p 313 (macrograf 1)
p 325
p 331 (macrograf 2)
Namiddag 22/01 ( groep1)
Open vragen
1. Bespreek de functionele histologie en het voorkomen van de verschillende types
capillairen (bijvraag: functie endotheel)
2. Bespreek de fasen van acute respiratory distress syndroom (bijvragen: wat zijn de directe
oorzaken = ingeademd voedsel of longontsteking - functie neutrofielen in exsudatieve fase -
functie pneumocyten type II in proliferatieve fase - wat is fibrose = verbindweefseling - type I
collageen)
Preparaten
Milt (J3/6) - Larynx (L4/3) - Myocardischemie (IP5/1) - Nierdysplasie (FP1/1)
MCQ
1. Een kind dat de mazelen doormaakt en daarna immuun is. Hoe noemen we dit soort
immuniteit? → verworven immuniteit
2. De laatste structuur van het geleidend deel → terminale bronchiolen
3. De Purkinejvezels van het geleidingssysteem zijn gelegen in: → subendocardium
4. Welke uitspraak over het juxtaglomerulair apparaat is fout?
*Het zijn gemodificeerde gladde spiercellen
*cellen van de afferente arteriole zijn gemodificeerd tot cellen van de macula densa
*het bestaat uit gemodificeerde cellen van de distale tubulus
*De cellen van de macula densa zijn groter dan normale cellen van de distale tubulus
*Helpt mee bij het regelen van de bloeddruk
5. Tumor embool is een lymfeklier. gevolg?
6. Diagnose wanneer er op een scan van de longen granuloma’s te zien zijn → sarcoïdose en
tuberculose
EM-beelden
p148-149 → continue capillair
p156-157 (arteriole en venule) → hier: oedeem
p306-307 → hier bronchioloconstrictie
Examenvragen 2016-2017 2e zit (staan niet mee in examenbundel) → groep 7
EM-beelden:
Nier (pag 329) → proximale tubulus
Nier (pag 321) → gefenestreerde capillairen
Respiratoir (pag 309) → continue capillairen
Respiratoir (pag 307) → bronchiole
Lymfoide (pag 203) → miltpulpa
Lymfoide (pag 201) → HEV
MCQ:
Lucht gaat rechtstreeks van … naar de ductus alveolaris → respiratoire bronchiolen
Cellen van de thymus die bij de zich ontwikkelende cellen horen en niet tot het stroma →
prothymocyten (?)
Bij welke structuur komen pericyten voor → capillairen
Urine komt in in de calyces minores via de …? → verzamelbuizen (?)
Bronchio-alveolair carcinoom is de voorloper van → adenocarcinoom
Examenvragen eerste zit
Voormiddag 22/01 (groep 9)
Open vragen:
Bespreek de chemoreceptoren van het carotislichaampje
Bespreek de fasen van ARDS. Bijvragen: wat zijn de neutrofielen en hun functie; wat zijn de
pneumocyten type II en fun functie, wat betekent minimale fibrose en welk soort weefsel is
dit.
Preparaten:
Lymfeknoop + kleuring gevraagd
vene
neuspapiloom + kleuring gevraagd
hartischemie (niet zeker)
MCQ
1. Waarnaar gaat het lucht na de larynx toe?
2. Een kind is immuun geworden na de mazelen, soort van het afweer?
*artificieel
*natuurlijk
*passief
*specifiek
*verworven
3.Wat vormen gefenestreerde capillairen in het nefron?
*proximale tubulus
*glomerulus
*kapsel van bowman
*distale tubulus
, 4. Een embool trombus in de lymfevat. Gevolg?
*gegeneraliseerd oedeem
*lokaal oedeem
*zowel gegeneraliseerd als lokaal
*atrofie
*geen van bovenstaande
EMC
p 155
p 157 (macrograf 1)
p 207
p 313 (macrograf 1)
p 325
p 331 (macrograf 2)
Namiddag 22/01 ( groep1)
Open vragen
1. Bespreek de functionele histologie en het voorkomen van de verschillende types
capillairen (bijvraag: functie endotheel)
2. Bespreek de fasen van acute respiratory distress syndroom (bijvragen: wat zijn de directe
oorzaken = ingeademd voedsel of longontsteking - functie neutrofielen in exsudatieve fase -
functie pneumocyten type II in proliferatieve fase - wat is fibrose = verbindweefseling - type I
collageen)
Preparaten
Milt (J3/6) - Larynx (L4/3) - Myocardischemie (IP5/1) - Nierdysplasie (FP1/1)
MCQ
1. Een kind dat de mazelen doormaakt en daarna immuun is. Hoe noemen we dit soort
immuniteit? → verworven immuniteit
2. De laatste structuur van het geleidend deel → terminale bronchiolen
3. De Purkinejvezels van het geleidingssysteem zijn gelegen in: → subendocardium
4. Welke uitspraak over het juxtaglomerulair apparaat is fout?
*Het zijn gemodificeerde gladde spiercellen
*cellen van de afferente arteriole zijn gemodificeerd tot cellen van de macula densa
*het bestaat uit gemodificeerde cellen van de distale tubulus
*De cellen van de macula densa zijn groter dan normale cellen van de distale tubulus
*Helpt mee bij het regelen van de bloeddruk
5. Tumor embool is een lymfeklier. gevolg?
6. Diagnose wanneer er op een scan van de longen granuloma’s te zien zijn → sarcoïdose en
tuberculose
EM-beelden
p148-149 → continue capillair
p156-157 (arteriole en venule) → hier: oedeem
p306-307 → hier bronchioloconstrictie