Samenvatting circulatie long-nier
Deze samenvatting is gemaakt adhv het handboek Functionele Histologie, met hier en daar
aanvulling van lesnotities. Het deel Histopathologie is hier niet bij inbegrepen.
HART EN BLOEDVATEN
INLEIDING
Opbouw:
-bloed functioneert als communicatiesysteem
-mens:
*60% water
*16l extracellulaire vloeistof
*5l bloed
*lymfe
-5l bloed:
*3l plasma
*2l bloedcellen
-verdeling bloed:
*50% veneus
*33% arterieel
*12% hart
*5% capillairen
-2 circulaties
*pulmonaire circulatie (longcirculatie)
*systemische circulatie (grote bloedsomloop)
-andere indeling:
*macrocirculatie
*microcirculatie
,HART
Opbouw:
-endocard
-myocard
-epicard
-dicht BW dat boezems (atria) en kamers (ventrikels) scheidt en hartkleppen bevat
Endocard
-≈ intima van vaten
-bekleed met endotheel
-losmazig BW
-myo-elastische laag
-diepere BW-laag (subendocardiala laag)
-Purkinjevezels: voor prikkelgeleiding
Myocard:
-hartspiervezels
-wanddikte & hartspiercellen ventrikels > wanddikte atria tgv zwaardere pompwerking
-weinig ontwikkeld T-buizensysteem
-meer voorkomende nexusverbindingen
*bevatten ANF (natriuretische factor) in atriumgranula
*ANF beinvloedt bloeddruk en elektrolytenhuishouding
Pericard:
-3dubbel vlies:
*epicard of viscerale paricard
*pericardiale ruimte
*parietale epicard (mesotheel van deze laag zorgt voor smering van pericard)
-epicard = sereus membraan vergroeid met hart:
*mesotheel
*dunne laag BW
*coronairvaten en zenuwen met ganglia
*dunne vetlaagje
-aerobe metabolisme dmv talrijke mitochondriën (22-37 5-8% skeletspiercellen)
-hartskelet:
*dicht BW
*annuli fibrosi
*trigona fibrosa
*septum membranaceum
, -hartkleppen:
*dicht vezelig BW
*dunner BW verbonden met endotheel
-septa:
*fibreus dicht BW
*aanhechtingsplaats voor chordae tendinae van hartkleppen
Prikkelvormende geleidingssysteem:
-2 geleidingsknopen:
*sinoatriale knoop of sinusknoop rechteratrium tussen uitmondingen van 2 vena cava
*atrioventriculaire knoop wand van rechteratrium bij septum
-knoopweefsel:
*kleine hartspiercellen
*weinig myofibrillen
*veel mitochondrien en glycogeen
-koppeling tussen knopen via internodale banen
-in AV-knoop ontspringt atrioventriculaire bundel of Bundel van His
*splitst in 2 bundeltakken in septum
*grotere hartspiercellen of Purkinje-vezels
centrale kernen
weinig myofibrillen
mitochondrien en glycogeenrijk
nexusverbindingen
-spontaan genereren van contractie zonder zenuwimpuls = prikkelgeneratie
-snelst contraherende cellen leggen hun tempo op aan de rest (vanwege nexusverbindingen):
*cellen van SA-knoop fungeren als pacemaker
*direct via atriale hartspiercellen
*door stimulatie van AV-knoop en Purkinjevezels
Innervatie:
-orthosympathisch en parasympathisch van autonoom zenuwstelsel
-veel zenuwvezels en ganglioncellen nabij SA en AV-knoop
-parasympathische prikkeling (n. vagus) vertragende hartslag
, -sensibele innervatie via afferente zenuwuiteinden in myocard:
*registreren pijn bij angina pectoris tgv afsluiting van coronaire arterie & regionaal O 2-tekort
-rekkingsgevoelige zenuwuiteinden
BLOEDVATEN
Algemene bouw:
-altijd endotheellaag
-lymfevatensysteem met capillairen en vaten
-verschillende lagen:
*tunica intima
*tunica media
*tunica adventitia
-tunica intima:
*endotheel + lamina basalis
*endotheelglycocalyx met negatieve lading negatief geladen RBC/trombocyten afstoten
*wrijvingskrachten tussen endotheel en bloed = essentieel
*aggregaten van trombocyten op endotheliaal collageen bij vaatwandbeschadiging
*bij ARTERIEN:
lamina elastica interna
nog steeds voedingsstofuitwisseling
-tunica media:
*gladde spiercellen die ECM produceren
*op grens met adventitia: lamina elastica externa
-tunica adventitia:
*BW
*gladde spiervezels
*vasa vasorum die via diffusie met grote venen/arterien O2 opnemen (venen > arterien)
*vasa lymphatica vasorum
*ongemyeliniseerde vasomotorische zenuwvezels
*norepinefrine is NTM, prikkeloverdracht via gap junctions
Bloedtransport:
-transportarterien (elastische arterien)
-distributiearterien (musculeuze arterien)
-vasculatuur van microcirculatie niet met blote oog zichtbaar (grens is ong 0,2 mm)
CAPILLAIREN
Algemene opbouw:
-90% van alle bloedvaten
-7 tot 9 µm
-=haarvat
-enkele endotheellaag
-uitwisseling tssn bloed en weefsels
-erytrocyt kan vorm in nauwe capillairen aanpassen (geen kern)
witte bloedcel is groter, moet zich erdoor “masseren” (bv in leversinusoiden
Voor endocytose)
Deze samenvatting is gemaakt adhv het handboek Functionele Histologie, met hier en daar
aanvulling van lesnotities. Het deel Histopathologie is hier niet bij inbegrepen.
HART EN BLOEDVATEN
INLEIDING
Opbouw:
-bloed functioneert als communicatiesysteem
-mens:
*60% water
*16l extracellulaire vloeistof
*5l bloed
*lymfe
-5l bloed:
*3l plasma
*2l bloedcellen
-verdeling bloed:
*50% veneus
*33% arterieel
*12% hart
*5% capillairen
-2 circulaties
*pulmonaire circulatie (longcirculatie)
*systemische circulatie (grote bloedsomloop)
-andere indeling:
*macrocirculatie
*microcirculatie
,HART
Opbouw:
-endocard
-myocard
-epicard
-dicht BW dat boezems (atria) en kamers (ventrikels) scheidt en hartkleppen bevat
Endocard
-≈ intima van vaten
-bekleed met endotheel
-losmazig BW
-myo-elastische laag
-diepere BW-laag (subendocardiala laag)
-Purkinjevezels: voor prikkelgeleiding
Myocard:
-hartspiervezels
-wanddikte & hartspiercellen ventrikels > wanddikte atria tgv zwaardere pompwerking
-weinig ontwikkeld T-buizensysteem
-meer voorkomende nexusverbindingen
*bevatten ANF (natriuretische factor) in atriumgranula
*ANF beinvloedt bloeddruk en elektrolytenhuishouding
Pericard:
-3dubbel vlies:
*epicard of viscerale paricard
*pericardiale ruimte
*parietale epicard (mesotheel van deze laag zorgt voor smering van pericard)
-epicard = sereus membraan vergroeid met hart:
*mesotheel
*dunne laag BW
*coronairvaten en zenuwen met ganglia
*dunne vetlaagje
-aerobe metabolisme dmv talrijke mitochondriën (22-37 5-8% skeletspiercellen)
-hartskelet:
*dicht BW
*annuli fibrosi
*trigona fibrosa
*septum membranaceum
, -hartkleppen:
*dicht vezelig BW
*dunner BW verbonden met endotheel
-septa:
*fibreus dicht BW
*aanhechtingsplaats voor chordae tendinae van hartkleppen
Prikkelvormende geleidingssysteem:
-2 geleidingsknopen:
*sinoatriale knoop of sinusknoop rechteratrium tussen uitmondingen van 2 vena cava
*atrioventriculaire knoop wand van rechteratrium bij septum
-knoopweefsel:
*kleine hartspiercellen
*weinig myofibrillen
*veel mitochondrien en glycogeen
-koppeling tussen knopen via internodale banen
-in AV-knoop ontspringt atrioventriculaire bundel of Bundel van His
*splitst in 2 bundeltakken in septum
*grotere hartspiercellen of Purkinje-vezels
centrale kernen
weinig myofibrillen
mitochondrien en glycogeenrijk
nexusverbindingen
-spontaan genereren van contractie zonder zenuwimpuls = prikkelgeneratie
-snelst contraherende cellen leggen hun tempo op aan de rest (vanwege nexusverbindingen):
*cellen van SA-knoop fungeren als pacemaker
*direct via atriale hartspiercellen
*door stimulatie van AV-knoop en Purkinjevezels
Innervatie:
-orthosympathisch en parasympathisch van autonoom zenuwstelsel
-veel zenuwvezels en ganglioncellen nabij SA en AV-knoop
-parasympathische prikkeling (n. vagus) vertragende hartslag
, -sensibele innervatie via afferente zenuwuiteinden in myocard:
*registreren pijn bij angina pectoris tgv afsluiting van coronaire arterie & regionaal O 2-tekort
-rekkingsgevoelige zenuwuiteinden
BLOEDVATEN
Algemene bouw:
-altijd endotheellaag
-lymfevatensysteem met capillairen en vaten
-verschillende lagen:
*tunica intima
*tunica media
*tunica adventitia
-tunica intima:
*endotheel + lamina basalis
*endotheelglycocalyx met negatieve lading negatief geladen RBC/trombocyten afstoten
*wrijvingskrachten tussen endotheel en bloed = essentieel
*aggregaten van trombocyten op endotheliaal collageen bij vaatwandbeschadiging
*bij ARTERIEN:
lamina elastica interna
nog steeds voedingsstofuitwisseling
-tunica media:
*gladde spiercellen die ECM produceren
*op grens met adventitia: lamina elastica externa
-tunica adventitia:
*BW
*gladde spiervezels
*vasa vasorum die via diffusie met grote venen/arterien O2 opnemen (venen > arterien)
*vasa lymphatica vasorum
*ongemyeliniseerde vasomotorische zenuwvezels
*norepinefrine is NTM, prikkeloverdracht via gap junctions
Bloedtransport:
-transportarterien (elastische arterien)
-distributiearterien (musculeuze arterien)
-vasculatuur van microcirculatie niet met blote oog zichtbaar (grens is ong 0,2 mm)
CAPILLAIREN
Algemene opbouw:
-90% van alle bloedvaten
-7 tot 9 µm
-=haarvat
-enkele endotheellaag
-uitwisseling tssn bloed en weefsels
-erytrocyt kan vorm in nauwe capillairen aanpassen (geen kern)
witte bloedcel is groter, moet zich erdoor “masseren” (bv in leversinusoiden
Voor endocytose)