Orthopedagogische methodieken
1. Wat is probleemgedrag
= gedrag dat door de personen uit de omgeving van de cliënt of door de cliënt zelf als
probleemgedrag wordt ervaren
Een aantal objectieve criteria zijn:
- de frequentie van het gedrag.
- de duur van het probleemgedrag.
- het chronische karakter van het probleemgedrag.
- de omvang van het gedrag
- de gevolgen van het probleemgedrag.
1.2:Verschillende vormen en intensiteit van probleemgedrag
1: Geëxternaliseerd:
probleemgedrag naar buiten gericht
2: Geïnternaliseerd:
probleemgedrag naar binnen gericht
Heijkoop: indeling op basis van intensiteit.
• Dwang: - hoge intensiteit
* persoon kan niet anders
* geen voordeel, enkel nadeel
• Functioneel probleemgedrag:
* gedrag heeft effect, gebeurt gericht
* ook wel ‘instrumentele agressie’ genoemd
• Achtergrondgebaar: - lage intensiteit
* lichte vorm
* lichte aanwijzing tot probleemgedrag
1
, 1.3: Inventarisatie van probleemgedrag en positief gedrag
- Probleemgedragingen
= wat zijn de problemen
- Positieve gedragingen
= empowerment, niet alleen kijken naar de problemen
1.4: Concretisering van probleemgedrag
Filmisch beeld van de situatie
Wie, wat, wanneer, hoe,..
1.5: Selectie van probleemgedrag
keuze van één probleem en dit probleemgedrag aanpakken
(aan de hand van criteria)
Uitwaaierseffect : het globale functioneren van de client of groep zal veelal verbeteren naar
aanleiding van de systematische aanpak van één probleem.
1.6: een objectief beeld van het probleem
METEN:
frequentie
duur van het gedrag
meetgegevens vergelijken
2. hoe kunnen we dit probleemgedrag verklaren?
1: gedragstherapeutisch verklaringsmodel
Gebaseerd op de ‘operante conditioneringsprincipes’:
- alle gedrag is aangeleerd, dus gedrag kan ook weer afgeleerd worden.
- gedrag dat bekrachtigd wordt zal is de toekomst meer voorkomen.
2
1. Wat is probleemgedrag
= gedrag dat door de personen uit de omgeving van de cliënt of door de cliënt zelf als
probleemgedrag wordt ervaren
Een aantal objectieve criteria zijn:
- de frequentie van het gedrag.
- de duur van het probleemgedrag.
- het chronische karakter van het probleemgedrag.
- de omvang van het gedrag
- de gevolgen van het probleemgedrag.
1.2:Verschillende vormen en intensiteit van probleemgedrag
1: Geëxternaliseerd:
probleemgedrag naar buiten gericht
2: Geïnternaliseerd:
probleemgedrag naar binnen gericht
Heijkoop: indeling op basis van intensiteit.
• Dwang: - hoge intensiteit
* persoon kan niet anders
* geen voordeel, enkel nadeel
• Functioneel probleemgedrag:
* gedrag heeft effect, gebeurt gericht
* ook wel ‘instrumentele agressie’ genoemd
• Achtergrondgebaar: - lage intensiteit
* lichte vorm
* lichte aanwijzing tot probleemgedrag
1
, 1.3: Inventarisatie van probleemgedrag en positief gedrag
- Probleemgedragingen
= wat zijn de problemen
- Positieve gedragingen
= empowerment, niet alleen kijken naar de problemen
1.4: Concretisering van probleemgedrag
Filmisch beeld van de situatie
Wie, wat, wanneer, hoe,..
1.5: Selectie van probleemgedrag
keuze van één probleem en dit probleemgedrag aanpakken
(aan de hand van criteria)
Uitwaaierseffect : het globale functioneren van de client of groep zal veelal verbeteren naar
aanleiding van de systematische aanpak van één probleem.
1.6: een objectief beeld van het probleem
METEN:
frequentie
duur van het gedrag
meetgegevens vergelijken
2. hoe kunnen we dit probleemgedrag verklaren?
1: gedragstherapeutisch verklaringsmodel
Gebaseerd op de ‘operante conditioneringsprincipes’:
- alle gedrag is aangeleerd, dus gedrag kan ook weer afgeleerd worden.
- gedrag dat bekrachtigd wordt zal is de toekomst meer voorkomen.
2