Leerpad 1: Biomoleculen
1.1.1.2 Koolhydraten
Structuur
Koolhydraten zijn opgebouwd uit:
● Koolstof-
● Waterstof-
● Zuurstofatomen
→ in een 1:2:1-verhouding
Doordat er een polaire hydroxylgroep of -OH-groep op het centrale koolstofatoom
aanwezig is, zijn de moleculen goed oplosbaar in water.
→ Hierdoor kunnen ze snel door het lichaam worden vervoerd
Functie van koolhydraten
● Voorzien van energie voor de cel
● Ze hebben een structurele functie
→ doordat ze vrij aanwezig zijn in het celmembraan
Monosachariden
Voorbeeld monosachariden
● Glucose (C6H12O6)
○ een koolhydraat monomeer dat uit 6
koolstofatomen in een ringstructuur bestaat
○ gevormd door 5 koolstofatomen, samen met
één zuurstofatoom, vormt een zesring of
hexose
Andere koolhydraten kunnen bestaan uit een vijfring of
pentose
Bijvoorbeeld: fructose
○ Buiten het vlak vinden we de waterstof- en hydroxylgroepen
De schikking of conformatie van deze groepen bepaalt over welk koolhydraat men
spreekt.
Disachariden
Wanneer twee monosachariden worden samengevoegd, spreken we van een disacharide.
, Hoe gaat dehydratatiereactie?
Het samenvoegen van beide monomeren gebeurt door
middel van een dehydratatie reactie
1. Waarbij van het ene monomeer een hydroxylgroep
(-OH) wordt afgehaald
2. Bij het tweede monomeer een waterstofgroep (-H)
3. Tot vorming van een watermolecule (H20) en een
covalente glycosidischebinding tussen twee
monosachariden (via een zuurstofatoom)
Voor de splitsing van disachariden in hun bouwstenen
(monosachariden) is een hydrolysereactie nodig, waarbij
een watermolecule wordt gebruikt om de twee monomeren
te ontkoppelen.
Polysachariden
Wanneer meerdere monosachariden verbonden zijn, spreken
we van een polysacharide.
Deze lange ketens zijn het resultaat van vele
dehydratatiereacties, met vorming van talrijke glycosidische
bindingen.
Er kunnen vele vertakkingen optreden, zoals het geval is
voor glycogeen.
Dat is aanwezig als energiereserve in de menselijke lever of
spiercellen. Zetmeel is dan weer een voorbeeld van een
plantaardige polysacharide.
1.1.1.3 Lipiden
Structuur
Vetten bestaan uit koolstof, waterstof en zuurstof.
Een vetzuur is een lange keten van koolstof en waterstof, met aan het eind een
carboxylgroep (-COOH).
Als alle covalente bindingen tussen de koolstofatomen enkelvoudig zijn, spreek je van een
verzadigd vetzuur.
Als er één of meer dubbele bindingen zijn, spreek je van een onverzadigd vetzuur.