Facet Celbiologie:
Les 1: Inleiding
• Groot aantal organismen
• Verscheidenheid
• Één of meerdere cellen
• Cel = Kleinste functionele eenheid
Natuur bevat grote aantallen organismen met een enorme
verscheidenheid
Totaal aantal soorten tussen 5-30 miljoen geschat
Alle organismen hebben, behalve virussen, één kenmerk:
opgebouwd uit één of meerdere
cellen. Cel is kleinste functionele eenheid
1.1 Gemeenschappelijke functie van alle levende wezens
1. Reactie op verandering in onmiddellijke omgeving, korte
termijn/lange termijn (aanpassing)
2. Toename door celdeling (meercellige), of groei cel
(eencelligen, inhoud toenemen)
3. Nieuwe generaties zelfde organisme
4. Inwendig transport of voortbeweging uitwendig
5. Complexe chemische reacties om energie te leveren voor groei, voortplanting,
beweging, synthese eiwitten. Rechtsreeks met omgeving (eencelligen) of via
spijsvertering
Systematiek van het leven:
• Taxonomie = de wetenschap die zich bezighoud met het indelen van organismen in
Taxa (enkelvoud Taxon)
• Nomenclatuur = geen wetenschap maar wel een set regels die aangeeft welke naam
voor een taxon gebruikt moet/mag worden
Soort:
• Overeenkomstige eigenschappen van organismen
• Onderling voortplanten en nakomelingen die vruchtbaar zijn: SOORT
,Paard en ezel = muildier/muilezel
Niet vruchtbaar (behoren niet tot dezelfde soort)
Deense dog en poedel nakomeling wel vruchtbaar (wel dezelfde soort)
Geslacht:
• Geslacht: dieren van verschillende soort maar
toch gelijkende kenmerken
Kruising panter en tijger, geen vruchtbare nakomeling
maar wel gelijkaardige eigenschappen
Geslachtsnaam eerst: panthera en dan soort
Familie:
• Familie: groeperen de geslachten met
overeenkomstige kenmerken
• Bijvoorbeeld van de katachtigen
Orde: Roofdieren
Klasse: Zoogdieren
• Zoogdieren Mammalia
• Vogels Aves
• Reptielen Reptilia
• Amfibiën Amphibia
• Vissen Pisces
Oud classificatiesysteem: 5 rijken
• Monomeren
• Protisten
• Zwammen
• Planten
• Dieren
Indeling van organismen op basis van bouw, aanwezigheid celwand en voeding,
Termen worden nog vaak informeel gebruikt
Protisten verzamelnaam van eencellige of meercellige eukaryote organismen
Nieuw classificatiesysteem: 3 domeinen
Levensboom: toont verwantschappen, gemeenschappelijke voorouder, elke aftakkingspunt
= gemeenschappelijke voorouder
Verandert constant, recent: DNA, verschillen in celstructuur en stofwisseling
,Endosymbiont theorie: bacterie aan de basis van ontstaan mitochondriën/chloroplasten
Prokaryoot: vroegere moneren: Bacteria en Archaea (speciale membraanstructuur, beter
bestand tegen extreme omstandigheden vb. warmwaterbron, zoutmeren)
Elk domein omvat verschillende rijken
Eukarya: animalia, fungi, plantae, protista
• Unikonta: animalia, fungi
• Excavata
• Chromalveomata
• Archaeplastida: viridiplantae,
rhodophytae
→ Vooral het verschil tussen planten
en dieren is belangrijk
De voedselkringloop:
• Producenten
• Consumenten
• Reducenten
, Ecosysteem: afgebakende geografische eenheid gekenmerkt door wisselwerkingen tussen
alle organismen en de abiotische (lucht, water, temperatuur, licht) omgeving
Functioneren van elk ecosysteem is gebaseerd op een kringloop
Eten of gegeten worden, dode organismen worden afgebroken tot basis bouwstenen door
bacteriën, die gebruikt worden door planten
Recycling van materiaal: afbraak
van organisch materiaal naar
anorganische bouwstenen en
opbouw van organisch materiaal uit
anorganische bouwstenen
Kringloop bestaat uit verschillende
spelers met elk hun eigen rol
Heterotroof/Autotroof:
• Koolstofbron = organisch materiaal
De voedselkringloop:
Een detrivoor: organisme dat leeft van vast dood organisch materiaal of detritus. Deze
afvaleters doen het voorwerk voor de reducenten
Omnivoor: eten zowel plantaardig
als dierlijk voedsel
Zonlicht is nodig voor producenten
en gaan uit organische
bouwstenen, organisch materiaal
opbouwen maken eten uit zonlicht
en mineralen (zoals een plant aan
fotosynthese)
Herbivoren = planten eters
Carnivoren = vleeseters
Omnivoren = gaan beide eten plant als vlees
Detrivoren = voeden zich met dood materiaal (saprofyt)