Sociale Ongelijkheid
Hoofdstuk 1
Prelude – de zwanenzang van de Titanic
19de eeuw -> start van de Industriële Revolutie & ontstaan van moderne maatschappij in westerse
landen.
Vanwege armoede en hongersnood zochten miljoenen mensen in Europa tussen 1840 en het einde van
de Eerste WO hun toevlucht in migratie. Ze vluchtten naar een land van belofte: de VS van Amerika.
Hiertoe staken ze de Atlantische Oceaan over met stoomschepen.
• De Titanic (het onzinkbare schip)
• Telde 3 klassen: 1ste klasse (luxe), 2de klasse (standaard), 3de klasse (kleine hutten)
• Nacht van 14 op 15 april: Titanic ramt een grote ijsberg en zinkt – 1522 opvarenden v/d 2208
komen om
• Ramp leert ons iets over sociale ongelijkheid, niet iedereen had een gelijke kans om te
overleven.
1. Vrouwen en kinderen moesten eerst gered worden.
Slechts 20% mannen overleefde.
2. Overleving naar klasse: eerste klasse werd als eerste gewaarschuwd & bevonden zich dicht
bij de reddingssloepen. Derde klasse moest zich maar weten te redden.
Conclusie:
• Kansen op overleving sterk bepaald door het behoren tot een bepaalde sociale klasse/afkomst.
• Vrouw van hogere sociale afkomst had de ramp bijna zeker overleefd.
• Een man van lagere afkomst had slechts 1 kans op 4.
1. Begripsverduidelijking – sociale ongelijkheid en sociale stratificatie
1.1. Sociale ongelijkheid
Definitie
Sociale ongelijkheid verwijst naar zowel:
A. De ongelijke verdeling in samenlevingen van schaarse en hooggewaardeerde goederen, zoals
macht, inkomen, vermogen, opleidingskansen, kennis en privileges, die toevallen aan of
toegeëigd worden door bezetters van onderscheiden sociale posities.
B. De ongelijke waardering en behandeling van personen en groepen op grond van hun
maatschappelijke positie en hun levensstijl.
Toelichting definitie
→ Sociale positie en geen individuen
o In onze maatschappij hangt sociale ongelijkheid samen met ongelijkheid in posities en
niet met ongelijkheid in individuen.
, o Je ontmoet iemand niet als individu, maar als persoon met een bepaalde rol en positie
(vb: docent-student, binnen context van school wordt deze verhouding gekenmerkt door
ongelijkheid, maar buiten school speelt deze ongelijkheid niet langer).
→ Sociale versus natuurlijke verschillen
o Natuurlijke/biologische verschillen (geslacht, leeftijd, seksualiteit, huidskleur) hebben
geen sociale betekenis.
o Vandaag accepteren we sociale ongelijkheid o.b.v. natuurlijke verschillen niet!
o Niet alle groepen aanvaarden dit (racisme, discriminatie & uitsluiting van vrouwen.
o SO = verschillen die het resultaat zijn van maatschappelijke processen die leiden tot
ongelijke behandeling.
→ Ongelijke behandeling en waardering
o Vb: persoon met andere huidskleur die niet wordt toegelaten in discotheek
o We moeten echter voorzichtig zijn om elke ongelijke behandeling te beschouwen als
sociale ongelijkheid (vb: als ouders grote zus anders behandelen dan kleine zus is dit
geen so).
→ Ongelijke verdeling van goederen die schaars en hooggewaardeerd zijn
→ Inkomen, macht en kennis – versterkers van SO
4 factoren die ‘samen gelezen’ moeten worden
- Een ongelijkheid die maatschappelijk geconstrueerd wordt
- Een ongelijke behandeling van mensen o.b.v. persoonlijke en/of situationele kenmerken
- De ongelijkheid wordt veroorzaakt door achterstelling (of achterstand)
- Drukt zich zowel distributief (goederen, inkomen) als relationeel (status, aanzien, macht) uit
1.2. Begripsverduidelijking sociale stratificatie
Definitie
Sociale stratificatie = indelen van mensen in maatschappelijke lagen waartussen een
ongelijkheidsverhouding bestaat.
➢ Bepaalde vormen van SO in samenlevingen & groepen binnen de samenleving. Er ontstaat een
hiërarchie van sociale lagen, waartussen een sociale ongelijkheidsverhouding bestaat.
➢ Lidmaatschap ten dele sociaal erfelijk
Toelichting definitie
- Begrip geïnspireerd door de geologie (lagen in gesteente)
- Gaat niet over het verschil tussen individuen, maar wel tussen groepen van mensen
- Sociale stratificatie kan op verschillende manieren tot stand komen (namelijk?)
- Cf. (historische) voorbeelden
,Van sociale stratificatie naar beroep (status)
• Of een beroep wel of niet aantrekkelijk gevonden wordt, hangt af van een aantal factoren en
eigenschappen. Dat blijkt uit een online enquête van randstad.
• Zo zijn de arbeidsomstandigheden, de afwisseling (of het gebrek daaraan), het loon en de werk-
privébalans factoren die een bepaald beroep veel of weinig aanzien geven. Ook de
werkzekerheid, creativiteit en door groeimogelijkheden spelen hierbij een belangrijke rol.
Sociale ongelijkheid versus sociale stratificatie
- SO geeft weer hoe een bestaande toestand van ongelijkheid zich manifesteert in effecten en
gevolgen (op vlak van inkomen, huisvesting, voeding, scholingsgraad, levensstandaard, ...)
- Terwijl sociale stratificatie verwijst naar institutionele ongelijkheid; hoe ongelijkheid ingebed ligt
in de maatschappelijke structuren/formatie-verankerd is in maatschappelijke instituties
(onderwijs, arbeidsmarkt,...)
, 2. Sociale ongelijkheid vanaf het ‘stenen tijdperk’
Patroon van sociale ongelijkheid?
- Uitbuitingsverhouding (economisch motief);
- & legitimatie (= ideologische rechtvaarding).
Inleidende beschouwingen
a. Vind je SO in elke samenleving?
b. Stelling(en) van Scheidel
c. Bestaan er dan geen egalitaire samenlevingen? Ju/’hoansi.
d. Waarom is ongelijkheid ontstaan? J. Suzman
2.1. Europese standenmaatschappijen
Ancien Régime:
- ME tot 1789 -> driestandenmodel (Adel (Koning), Clerus (geestelijkheid), Landlieden (derde
stand)).
Abt Sieyès (een geestelijke, verkozen tot vertegenwoordiger van de 3de stand in de staten-generaal).
- “Wat is de derde stand? Alles
- Wat is hij tot heden in de politiek orde geweest? Niets
- Wat vraagt hij? Iets te worden”
Einde van het Ancien Régime = Franse revolutie in 1789 = Ontstaan van de moderne maatschappij.
Moderne samenleving:
- Universele Rede
- Maakbaarheid van de maatschappij
- Vooruitgangsidee
2.2. Samenlevingen met slaven en slavenstaten
Slavernij? = een toestand waarin een mens eigendom is van een ander of als zodanig wordt behandeld en
daardoor geen rechten heeft of kan uitoefenen.
Samenlevingen met slaven
Samenlevingen waarin slaven bestaan maar een relatief geringe rol spelen en een klein deel uitmaken
(nauwelijks een paar %).
Slavenstaten
Samenlevingen waar slaven juist een centrale plaats innemen in de structuur en de productie en
opbrengsten van bezit en macht, en een significant deel van de bevolking uitmaken (enkele tientallen %) -
kortom, zonder slaafgemaakten zou een slavenstaat economisch en sociaal in elkaar stuiken.
Samenlevingen met slaven Slavenstaten
Geringe economische rol (huishouden) Centraal in de productie en opbrengsten
Klein deel van de bevolking Wezenlijk deel van de bevolking
Hoofdstuk 1
Prelude – de zwanenzang van de Titanic
19de eeuw -> start van de Industriële Revolutie & ontstaan van moderne maatschappij in westerse
landen.
Vanwege armoede en hongersnood zochten miljoenen mensen in Europa tussen 1840 en het einde van
de Eerste WO hun toevlucht in migratie. Ze vluchtten naar een land van belofte: de VS van Amerika.
Hiertoe staken ze de Atlantische Oceaan over met stoomschepen.
• De Titanic (het onzinkbare schip)
• Telde 3 klassen: 1ste klasse (luxe), 2de klasse (standaard), 3de klasse (kleine hutten)
• Nacht van 14 op 15 april: Titanic ramt een grote ijsberg en zinkt – 1522 opvarenden v/d 2208
komen om
• Ramp leert ons iets over sociale ongelijkheid, niet iedereen had een gelijke kans om te
overleven.
1. Vrouwen en kinderen moesten eerst gered worden.
Slechts 20% mannen overleefde.
2. Overleving naar klasse: eerste klasse werd als eerste gewaarschuwd & bevonden zich dicht
bij de reddingssloepen. Derde klasse moest zich maar weten te redden.
Conclusie:
• Kansen op overleving sterk bepaald door het behoren tot een bepaalde sociale klasse/afkomst.
• Vrouw van hogere sociale afkomst had de ramp bijna zeker overleefd.
• Een man van lagere afkomst had slechts 1 kans op 4.
1. Begripsverduidelijking – sociale ongelijkheid en sociale stratificatie
1.1. Sociale ongelijkheid
Definitie
Sociale ongelijkheid verwijst naar zowel:
A. De ongelijke verdeling in samenlevingen van schaarse en hooggewaardeerde goederen, zoals
macht, inkomen, vermogen, opleidingskansen, kennis en privileges, die toevallen aan of
toegeëigd worden door bezetters van onderscheiden sociale posities.
B. De ongelijke waardering en behandeling van personen en groepen op grond van hun
maatschappelijke positie en hun levensstijl.
Toelichting definitie
→ Sociale positie en geen individuen
o In onze maatschappij hangt sociale ongelijkheid samen met ongelijkheid in posities en
niet met ongelijkheid in individuen.
, o Je ontmoet iemand niet als individu, maar als persoon met een bepaalde rol en positie
(vb: docent-student, binnen context van school wordt deze verhouding gekenmerkt door
ongelijkheid, maar buiten school speelt deze ongelijkheid niet langer).
→ Sociale versus natuurlijke verschillen
o Natuurlijke/biologische verschillen (geslacht, leeftijd, seksualiteit, huidskleur) hebben
geen sociale betekenis.
o Vandaag accepteren we sociale ongelijkheid o.b.v. natuurlijke verschillen niet!
o Niet alle groepen aanvaarden dit (racisme, discriminatie & uitsluiting van vrouwen.
o SO = verschillen die het resultaat zijn van maatschappelijke processen die leiden tot
ongelijke behandeling.
→ Ongelijke behandeling en waardering
o Vb: persoon met andere huidskleur die niet wordt toegelaten in discotheek
o We moeten echter voorzichtig zijn om elke ongelijke behandeling te beschouwen als
sociale ongelijkheid (vb: als ouders grote zus anders behandelen dan kleine zus is dit
geen so).
→ Ongelijke verdeling van goederen die schaars en hooggewaardeerd zijn
→ Inkomen, macht en kennis – versterkers van SO
4 factoren die ‘samen gelezen’ moeten worden
- Een ongelijkheid die maatschappelijk geconstrueerd wordt
- Een ongelijke behandeling van mensen o.b.v. persoonlijke en/of situationele kenmerken
- De ongelijkheid wordt veroorzaakt door achterstelling (of achterstand)
- Drukt zich zowel distributief (goederen, inkomen) als relationeel (status, aanzien, macht) uit
1.2. Begripsverduidelijking sociale stratificatie
Definitie
Sociale stratificatie = indelen van mensen in maatschappelijke lagen waartussen een
ongelijkheidsverhouding bestaat.
➢ Bepaalde vormen van SO in samenlevingen & groepen binnen de samenleving. Er ontstaat een
hiërarchie van sociale lagen, waartussen een sociale ongelijkheidsverhouding bestaat.
➢ Lidmaatschap ten dele sociaal erfelijk
Toelichting definitie
- Begrip geïnspireerd door de geologie (lagen in gesteente)
- Gaat niet over het verschil tussen individuen, maar wel tussen groepen van mensen
- Sociale stratificatie kan op verschillende manieren tot stand komen (namelijk?)
- Cf. (historische) voorbeelden
,Van sociale stratificatie naar beroep (status)
• Of een beroep wel of niet aantrekkelijk gevonden wordt, hangt af van een aantal factoren en
eigenschappen. Dat blijkt uit een online enquête van randstad.
• Zo zijn de arbeidsomstandigheden, de afwisseling (of het gebrek daaraan), het loon en de werk-
privébalans factoren die een bepaald beroep veel of weinig aanzien geven. Ook de
werkzekerheid, creativiteit en door groeimogelijkheden spelen hierbij een belangrijke rol.
Sociale ongelijkheid versus sociale stratificatie
- SO geeft weer hoe een bestaande toestand van ongelijkheid zich manifesteert in effecten en
gevolgen (op vlak van inkomen, huisvesting, voeding, scholingsgraad, levensstandaard, ...)
- Terwijl sociale stratificatie verwijst naar institutionele ongelijkheid; hoe ongelijkheid ingebed ligt
in de maatschappelijke structuren/formatie-verankerd is in maatschappelijke instituties
(onderwijs, arbeidsmarkt,...)
, 2. Sociale ongelijkheid vanaf het ‘stenen tijdperk’
Patroon van sociale ongelijkheid?
- Uitbuitingsverhouding (economisch motief);
- & legitimatie (= ideologische rechtvaarding).
Inleidende beschouwingen
a. Vind je SO in elke samenleving?
b. Stelling(en) van Scheidel
c. Bestaan er dan geen egalitaire samenlevingen? Ju/’hoansi.
d. Waarom is ongelijkheid ontstaan? J. Suzman
2.1. Europese standenmaatschappijen
Ancien Régime:
- ME tot 1789 -> driestandenmodel (Adel (Koning), Clerus (geestelijkheid), Landlieden (derde
stand)).
Abt Sieyès (een geestelijke, verkozen tot vertegenwoordiger van de 3de stand in de staten-generaal).
- “Wat is de derde stand? Alles
- Wat is hij tot heden in de politiek orde geweest? Niets
- Wat vraagt hij? Iets te worden”
Einde van het Ancien Régime = Franse revolutie in 1789 = Ontstaan van de moderne maatschappij.
Moderne samenleving:
- Universele Rede
- Maakbaarheid van de maatschappij
- Vooruitgangsidee
2.2. Samenlevingen met slaven en slavenstaten
Slavernij? = een toestand waarin een mens eigendom is van een ander of als zodanig wordt behandeld en
daardoor geen rechten heeft of kan uitoefenen.
Samenlevingen met slaven
Samenlevingen waarin slaven bestaan maar een relatief geringe rol spelen en een klein deel uitmaken
(nauwelijks een paar %).
Slavenstaten
Samenlevingen waar slaven juist een centrale plaats innemen in de structuur en de productie en
opbrengsten van bezit en macht, en een significant deel van de bevolking uitmaken (enkele tientallen %) -
kortom, zonder slaafgemaakten zou een slavenstaat economisch en sociaal in elkaar stuiken.
Samenlevingen met slaven Slavenstaten
Geringe economische rol (huishouden) Centraal in de productie en opbrengsten
Klein deel van de bevolking Wezenlijk deel van de bevolking