Theoretische orthopedagogiek
Hoofdstuk 5: Orthopedagogische kopstukken
Inleiding
Belangrijke kopstukken uit de orthopedagogiek -> mensen die betekenisvol zijn geweest voor de
ontwikkeling van de orthopedagogiek als wetenschappelijke discipline
1e uur: toen men het orthopedagogische terrein moesten afbakenen
2de uur: toen er al meer draagvlak was voor de discipline
Wim ter Horst
- 1929-2018 -> Nederland
- Onderwijzer, hoogleraar pedagogiek Rijksuniversiteit Leiden
- Kernwoorden: Het herstel van het gewone leven, de dialogische
grondvormen, de problematische opvoedingssituatie,
perspectief bieden
- Pedagogiek is een doe-vak
- Het verhaal van het cliëntensysteem wordt benaderd als een geheel van betekenissen
Achtergrond:
Groeide op in oorlog in gezin die niet breed had
Aanleg voor wetenschappen, werkte als chemisch analist
Tijdens legerdienst -> ongeluk -> rusten -> las veel over opvoedkunde -> interesse ->
opleiding onderwijzer daarna hoofdonderwijzer
Interesse voor kinderen die het moeilijk hadden -> werkte in buitengewoon onderwijs
“Leerlingen moeten meer leren over hoe ze moeten leren”
In 1965 orthopedagogiek studeren -> werd orthopedagoog-directielid in voorziening waar
meisjes in moeilijke opvoedingssituaties terecht kwamen
Zijn proefschrift is ontstaan door werkervaringen, ongezien in die tijd
In 1972 -> hoogleraar in klinische pedagogiek en orthopedagogiek
1977: zoon pleegde zelfmoord, trok hem terug uit het openbare verdriet en in 1984
verscheen boek waarin hij reflecteerde over rouwproces: “Over troosten en verdriet”
Het gedachtegoed van ter Horst
Met zijn visie wordt hij gesitueerd binnen geesteswetenschappelijke stroming = vindt dat
ondersteuners in 1e plaats naar verhaal van cliënt moeten luisteren als betekenis die cliënt
er aan geeft, we moeten mens in zijn situatie begrijpen want elk mens heeft een uniek
verhaal. Hoe kind zich gedraagt in moeilijke opvoedingssituatie is antwoord op de eisen die
de situatie stelt
Het herstel van het gewone leven biedt handvatten voor opvoeders in dagelijkse praktijk
Grote tegenstelling met specialistische theorieën
Zijn aandacht voor dagelijkse opvoedingspraktijk is te wijten aan dat hij zelf in de
praktijk stond
Benadrukt het belang van gewone, dagelijkse leven en spontane en intuïtieve
opvoeding
Kijk eerst of er iets kan verbeteren in het dagelijks functioneren om daarna pas hulp
te zoeken
Gespecialiseerde hulp is nodig wanneer dialoog tussen ouder en kind verstoord is
, Hij zegt om in 1e plaats te kijken hoe de grondvormen waarin de dialoog plaatsvindt, bewust
te hanteren om de dialoog te herstellen
Daarvoor behandelt hij deze 9 dialogische grondvormen
1. Leren
2. Praten
3. Feestvieren
4. Eropuit trekken
5. Werken
6. Spelen
7. Aanraken
8. Verzorgen
9. Eten en drinken
De opvoedingssituatie: een kluwen van op elkaar inwerkende factoren
- In zijn boek bespreekt hij de opvoeder, kind, omgeving en werkelijkheid achter omgeving
van het kind
- Die deelaspecten van de opvoeding vormen in dagelijkse opvoedingsrealiteit 1 geheel,
kluwen van op elkaar ingewerkte factoren
De opvoeders en het kind
- We moeten ons afvragen of het kwetsbare kind wel ‘van iemand is’ -> iemand die hem gratis
en helderziend liefheeft en mee verbonden voelt
- Opvoeders moeten geloven in en storend gedrag loskoppelen van het kind
- Verbondenheid tussen opvoeder en kind is kringsgewijs
Mensen die kind graag zien staan er omheen
Afhankelijk van aard relaties, verder of dichter van elkaar staan
A-kring: dichtste bij het kind, grootste toewijding (bv: naaste gezinsleden)
B-kring: mensen die het kind niet graag missen (bv: fijne tante)
C-kring: personen met wie kind een fijn contact beleed (bv: leerkracht, leider in
jeugdbeweging
Elke kring moet gevuld zijn, A-kring is cruciaal
Zorgen dat het kind van iemand is
A-kring
B-kring
C-kring
D-kring
Hoofdstuk 5: Orthopedagogische kopstukken
Inleiding
Belangrijke kopstukken uit de orthopedagogiek -> mensen die betekenisvol zijn geweest voor de
ontwikkeling van de orthopedagogiek als wetenschappelijke discipline
1e uur: toen men het orthopedagogische terrein moesten afbakenen
2de uur: toen er al meer draagvlak was voor de discipline
Wim ter Horst
- 1929-2018 -> Nederland
- Onderwijzer, hoogleraar pedagogiek Rijksuniversiteit Leiden
- Kernwoorden: Het herstel van het gewone leven, de dialogische
grondvormen, de problematische opvoedingssituatie,
perspectief bieden
- Pedagogiek is een doe-vak
- Het verhaal van het cliëntensysteem wordt benaderd als een geheel van betekenissen
Achtergrond:
Groeide op in oorlog in gezin die niet breed had
Aanleg voor wetenschappen, werkte als chemisch analist
Tijdens legerdienst -> ongeluk -> rusten -> las veel over opvoedkunde -> interesse ->
opleiding onderwijzer daarna hoofdonderwijzer
Interesse voor kinderen die het moeilijk hadden -> werkte in buitengewoon onderwijs
“Leerlingen moeten meer leren over hoe ze moeten leren”
In 1965 orthopedagogiek studeren -> werd orthopedagoog-directielid in voorziening waar
meisjes in moeilijke opvoedingssituaties terecht kwamen
Zijn proefschrift is ontstaan door werkervaringen, ongezien in die tijd
In 1972 -> hoogleraar in klinische pedagogiek en orthopedagogiek
1977: zoon pleegde zelfmoord, trok hem terug uit het openbare verdriet en in 1984
verscheen boek waarin hij reflecteerde over rouwproces: “Over troosten en verdriet”
Het gedachtegoed van ter Horst
Met zijn visie wordt hij gesitueerd binnen geesteswetenschappelijke stroming = vindt dat
ondersteuners in 1e plaats naar verhaal van cliënt moeten luisteren als betekenis die cliënt
er aan geeft, we moeten mens in zijn situatie begrijpen want elk mens heeft een uniek
verhaal. Hoe kind zich gedraagt in moeilijke opvoedingssituatie is antwoord op de eisen die
de situatie stelt
Het herstel van het gewone leven biedt handvatten voor opvoeders in dagelijkse praktijk
Grote tegenstelling met specialistische theorieën
Zijn aandacht voor dagelijkse opvoedingspraktijk is te wijten aan dat hij zelf in de
praktijk stond
Benadrukt het belang van gewone, dagelijkse leven en spontane en intuïtieve
opvoeding
Kijk eerst of er iets kan verbeteren in het dagelijks functioneren om daarna pas hulp
te zoeken
Gespecialiseerde hulp is nodig wanneer dialoog tussen ouder en kind verstoord is
, Hij zegt om in 1e plaats te kijken hoe de grondvormen waarin de dialoog plaatsvindt, bewust
te hanteren om de dialoog te herstellen
Daarvoor behandelt hij deze 9 dialogische grondvormen
1. Leren
2. Praten
3. Feestvieren
4. Eropuit trekken
5. Werken
6. Spelen
7. Aanraken
8. Verzorgen
9. Eten en drinken
De opvoedingssituatie: een kluwen van op elkaar inwerkende factoren
- In zijn boek bespreekt hij de opvoeder, kind, omgeving en werkelijkheid achter omgeving
van het kind
- Die deelaspecten van de opvoeding vormen in dagelijkse opvoedingsrealiteit 1 geheel,
kluwen van op elkaar ingewerkte factoren
De opvoeders en het kind
- We moeten ons afvragen of het kwetsbare kind wel ‘van iemand is’ -> iemand die hem gratis
en helderziend liefheeft en mee verbonden voelt
- Opvoeders moeten geloven in en storend gedrag loskoppelen van het kind
- Verbondenheid tussen opvoeder en kind is kringsgewijs
Mensen die kind graag zien staan er omheen
Afhankelijk van aard relaties, verder of dichter van elkaar staan
A-kring: dichtste bij het kind, grootste toewijding (bv: naaste gezinsleden)
B-kring: mensen die het kind niet graag missen (bv: fijne tante)
C-kring: personen met wie kind een fijn contact beleed (bv: leerkracht, leider in
jeugdbeweging
Elke kring moet gevuld zijn, A-kring is cruciaal
Zorgen dat het kind van iemand is
A-kring
B-kring
C-kring
D-kring