Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 43 páginas
Resumen

biologische psychologie II samenvatting (15/20)

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 43 páginas

volledige samenvatting van biologische psychologie II aan de VUB. Bevat info over het lessen en het boek. Samenvatting is genoeg om voor het vak te slagen (voor mij gelukt enkel met deze samenvatting in eerste zit, 15 gehaald). Het is veel leerstof maar als je alles goed leert valt het examen best mee, de prof vraagt ene goede mix van makkelijkere en detail vragen.

Vista previa del contenido

1 NETWERKSTRUCTUREN
 A heeft een exciterende invloed op B
 B heeft een negatieve basistoestand
 Kost veel energie om te behouden
 Gaat ruis tegen want als A vuurt zonder dat het de bedoeling is
gaat B nog niet meteen over tot een actiepotentiaal
 Tussen neuronen moet het duidelijk zijn welke vuren en welke niet à
alles of niets
Convergentie: het aantal neuronen in laag 2 is lager dan de
eerste laag, we hebben 2 soorten
1. Kwantitatieve integratie: neuronen geven dezelfde
boodschap door en je krijgt een optelsom
2. Kwalitatieve integratie: verschillende soorten info
worden gebundeld
Divergentie: meer neuronen in de 2de laag dan in de eerste,
hier hebben we ook terug 2 opties
1. Opsplitsen
2. Versterken


1.1FEEDBACK
A doet C en B vuren. C gaat A inhiberen
waardoor de kans op temporele summatie
bij B kleiner wordt waardoor het ook info
nodig heeft van andere neuronen om te
vuren.
 Ruis wordt tegen gegaan


1.2FEEDFORWARD
C zorgt ervoor dat B niet meteen gaat vuren
als het veel info krijgt van A.


1.3SCHERPE EN DOFFE PIJN
A gaat de pijn voelen en B detecteert deze. Na
de acute pijndruk gaat C ervoor zorgen dat B
geinhibeert wordt om te pijn te minderen. Dit
gebeurt om kort een waarschuwing te geven en
de aandacht te vestigen vanwaar de pijn komt.

,D zorgt later voor de meer doffe pijn zodat je voorzichtig bent met de
wonde en heft de demping van B door C op.


1.4LATERALE INHIBITIE
Alle neuronen van de eerste laag inhiberen elkaar.
Dit netwerk vind je om nauwkeurig spatiaal te
lokaliseren. Als je duwt op je huid kan je
verschillende neuronen stimuleren en om te
weten waar de pijn exact vandaan komt gaat het
neuron dat het hardst onder druk staat de naaste
neuronen inhiberen.


1.5
COÏNCIDENTIEDETECTOR
Vb: Spatiale lokalisatie van
geluid zonder zicht.
Axonen van rechter en linker
oor geven beide informatie aan
neuronen (beige bollen) over
het horen van geluid.
Locatie van de bron van geluid,
bepaald wanneer het geluid toe
komt aan elk oor. Specifiek
neuron zal vuren afhankelijk
van het verschil in tijd tussen
de twee oren




2 INLEIDING ZINTUIGEN
We hebben meer zintuigen dan de klassieke 5
 Positie ledenmaten, evenwichtszin, chemoceptie, magnetoceptie

,Zintuigen zitten meestal ingewikkelder in elkaar dan dat we op het eerste
zicht denken. Bv als we kijken naar iemand dat tast verliest kan deze
persoon nog wel de temperatuur en pijn voelen. Zintuigen bestaan dus uit
onderdelen dat we kunnen leren kennen door
 Dissociatie: verschillende deelfuncties die samen 1 vormen.
Psyche waar we ons van bewustzijn = klein onderdeel van de
processen die in ons lichaam gebeuren


2.1DEFINITIES
1. Sensatie: sensorische receptoren zitten stimuli van de omgeving om
in neurale activiteit à cellen reageren rechtreeks op hetgeen dat je
wilt meten
2. Perceptie: interpretatie en reactie van deze sensaties door de cellen
in het centraal zenuwstelsel
3. Transductie: omzetting van fysieke stimuli in een verandering van
membraanpotentiaal en de sensorische receptorcel
Kritiek op de definities:
 Onduidelijk onderscheid tussen interne en externe stimuli
 Onduidelijk onderscheid tussen sensatie en perceptie
Definitie die wij gebruiken: Zintuigen zijn die psychische functies die ons
al dan niet bewust informatie verschaffen over gebeurtenissen in de
materiële wereld


2.2RECEPTOREN
Een sensorische receptor is een volledige cel en detecteert een specifieke
fysieke gebeurtenis of een substantie. Ze hebben meestal geen axon en
gebruiken geen actiepotentialen maar graduale en analoge codering.
Receptorcellen zijn altijd gespecialiseerde cellen (afgestemd op een
bepaalde stimulus) met een bepaalde range die gespecialiseerd verwerkt
worden à bv de primaire visuele cortex vooral gerelateerd aan zicht


2.3ZINTUIGELIJKE VERWERKING
Müller: verschillende sensoren communiceren op verschillende manieren
met het brein
Heden: alle zintuigen communiceren met actiepotentialen
Om actiepotentialen te vertalen doen we aan codering.
1. Obv intensiteit: gebaseerd op frequentie, aantal en threshhold
(dieper gelegen neuron dat vuurt bij druk gaat voor meer pijn
zorgen)

, 2. Obv locatie: waar de receptor ligt speelt geen rol door bv
somatotopische organisatie
Het receptief veld beschrijft waar de stimulus zich moet bevinden zodat
het een receptorcel kan beïnvloeden. Dit kan veranderen op andere
plaatsen van het lichaam. Hoe hoger je gaat in de verwerkingsketen hoe
groter het veld meestal is.
 Adaptatie:
- Perceptuele systemen zijn vooral gevoelig voor veranderingen in
de omgeving
- Deze systemen wennen aan het algemeen niveau van stimulatie
en de responsen gaan dan uitdoven om energie te besparen
- Ze kunnen zich ook aanpassen (bv ogen wennen aan de nacht)
 Relatieve gevoeligheid = mechanisme dat gevoelig is aan
verandering
- Het visueel systeem kan zich aan anticiperen, bv pupillen groter
maken als je een tunnel gaat door rijden
- Ons kleurzicht is goed afgestemd op groen
- Het organisme en de omgeving gaat zich dus verweven à
verwevenheid
 Waarneming is gestuurd door verwachting

Índice general

  1. 01 1 Netwerkstructuren 1
    1. 1.1 Feedback 1
    2. 1.2 Feedforward 1
    3. 1.3 Scherpe en doffe pijn 1
    4. 1.4 Laterale inhibitie 2
    5. 1.5 Coïncidentiedetector 2
  2. 02 2 Inleiding zintuigen 2
    1. 2.1 Definities 3
    2. 2.2 Receptoren 3
    3. 2.3 Zintuigelijke verwerking 3
  3. 03 3 Het zicht 5
    1. 3.1 Het oog 5
    2. 3.2 Hersenregio’s betrokken bij visuele processen 8
    3. 3.3 Kleurperceptie 10
    4. 3.4 Vormperceptie 13
    5. 3.5 Perceptie van spatiale locatie 16
    6. 3.6 Perceptie van beweging 16
  4. 04 4 Gehoor, evenwicht, tast, smaak en geur 18
    1. 4.1 Gehoor 18
    2. 4.2 Evenwicht 23
    3. 4.3 Voelen = tastzin 25
    4. 4.4 Smaak 31
    5. 4.5 Geur 33
  5. 05 5 motoriek 37
    1. 5.1 Skeletspieren 37
    2. 5.2 Motoriek en het ruggenmerg 39
    3. 5.3 Motoriek en het brein 40
    4. 5.4 Complexe motoriek 43

Información del documento

Estudio
Subido en
29 de mayo de 2025
Número de páginas
43
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen
$10.84

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
ambervanransbeek
4.1
(11)
Vendido
92
Seguidores
0
Artículos
20
Última venta
3 semanas hace



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes