• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 5 fuera de 70 páginas
Resumen

Samenvatting Historisch overzicht van de wijsbegeerte

Document preview thumbnail
Vista previa 5 fuera de 70 páginas

Dit document is volledig: het bevat lesnotities (inclusief info uit de powerpoints) + het boek 'De rivier van Herakleitos' zit erin verwerkt. De lessen zijn gegeven door prof. Tim De Mey (. ). Ik was geslaagd voor dit vak in de 1e zit met een 14/20. Veel succes!

Vista previa del contenido

Historisch
2024-2025
overzicht van
de
wijsbegeerte
Prof. T. De Mey




Lena Ben Sidhom
1E BACHELOR TAAL- EN LETTERKUNDE

,
,HOOFDSTUK 2: DE PIJLERS VAN
HET WESTERSE DENKEN IN DE
OUDHEID EN DE MIDDELEEUWEN
DE NATUURFILOSOFEN (6 E EN 5 E EEUW V.O.T.)

THALES VAN MILETE

 De eerste wiskundige
 De eerste wijsgeer
 Streefde naar een theorie over de wereld die vatbaar was voor argumentatie
 Was gefascineerd door het besef dat de werkelijkheid voortdurend verandert
o Als er verandering is, dan moet er iets zijn dat verandert en dus zelf
onveranderlijk blijft: dat wat ten grondslag ligt aan alle verandering = het
arche: beginsel, oorsprong
 Volgens Thales was het beginsel dat de diversiteit en veranderlijkheid van de
werkelijkheid kon verklaren water
o 3 toestanden: vast, vloeibaar en gasvormig  kan suggereren dat nog
andere toestanden, en hun onderlinge combinaties, aan de grondslag
liggen van alles wat bestaat en dat de wijziging van toestand aan de basis
ligt van de verandering

ANAXIMANDER

 Dacht dat de arche een onzichtbare oerstof was = to apeiron: het onbepaalde,
onbegrensde
o Daaruit ontstaan en daartoe vergaan weer de concrete objecten die we
kennen
o Dat ontstaan en vergaan (verandering) ziet hij als het resultaat van een
voortdurende onderlinge strijd van de dingen (vb. dag en nacht)

ANAXIMENES (6 E EEUW)

 Stelde dat lucht de oerstof is van de werkelijkheid
o De concrete objecten zijn het resultaat van verdunning of verdichting
 Voorbeeld: vuur is eigenlijk verdunde lucht
 kwaliteit wordt kwantiteit

HERACLITUS (HERAKLEITOS) (540 V.O.T.)

 Het feit dat alles veranderlijk is, daar kunnen we zeker van zijn (zoektocht naar
het duurzame en het onveranderlijke is tevergeefs)
 Maar hij dacht toch dat er een ‘stof’ bestaat die ten grondslag ligt aan alles: vuur
o Maar vuur is zelf ook iets ‘vluchtigs’ en ongrijpbaars
o ‘Panta rei’: ‘alles vloeit’  niets blijft hetzelfde
 ‘Men kan twee keer in dezelfde rivier stappen, maar ook niet twee
keer in dezelfde rivier stappen’ (het is dezelfde rivier, maar telkens
ander water)
 verandering en stabiliteit



2

,  Ook strijd en tegenstellingen: ‘De oorlog is de vader van alles’

PARMINEDES VAN ELEA (5 E EEUW V.O.T.)

 Er is geen logisch uitkomen aan de vaststelling: ‘Het zijnde is en het niet-zijnde is
niet’
o Dat zijnde is één en onveranderlijk, want anders zou er iets van zijn naar
niet-zijn gaan
o Maar kan niet, want het niet-zijnde bestaat niet
 Onze zintuigen zijn bedrieglijk, en de veranderingen die we zintuiglijk waarnemen
bestaan niet echt
 Er is ook geen tijd, aangezien er geen verandering is

ZENO VAN ELEA (450 V.O.T.)

 Leerling van Parmenides
 Probeerde aan te tonen dat beweging niet bestaat
o Het verhaal over de wedren tussen Achilles en de schildpad
 Minimaliseerde de rol die de ervaring speelt
o Als de rede aantoont dat de waarheid in strijd is met de zintuiglijke
werkelijkheid, dan moeten we veeleer datgene wat de rede duidelijk maakt
aanvaarden
 splitsing tussen de denkwereld en de ervaringswereld

 Geen ontstaan
 Geen verandering
 Geen beweging/tijd

LEUCIPPUS EN DEMOCRITUS (5 E EEUW V.O.T.)

 Het bestaan van het niet-zijnde als lege ruimte = het atomisme
o Binnen die ruimte zweven een ontelbaar aantal zijnden: atomoi:
ondeelbare dingen
o Die ‘atomen’ zweven rond in de lege ruimte en komen nu en dan met
elkaar in botsing
o Uit deze botsingen ontstaan de objecten die wij zintuiglijk waarnemen en
die verdwijnen wanneer de atomen opnieuw uit elkaar gaan
 de onveranderlijkheid (van Parmenides) geldt dus voor de atomoi en de
verandering ontstaat door hun samenklonteren of uiteenvallen
 Het atomisme is de eerste inspiratiebron van de meeste vormen van materialisme

DE SOFISTEN EN SOCRATES (5 E EEUW V.O.T.)

DE SOFISTEN

 Rondreizende leraars die aan de stilaan groeiende rationele denkwijzen een
praktische toepassing gaven
 Kwamen uit verschillende Griekse stadstaten, maar vestigden zich bij voorkeur in
Athene
(rijkdom en vrijheid van meningsuiting)
 Stelden het probleem van de moraal en de maatschappijordening centraal en
vooral de toepassing van hun onderzoeken op de praktijk




2

,  Het zwaartepunt van de filosofie verschuift van het onderzoek naar de
fundamentele aard van de werkelijkheid, naar de studie van de mens en de
samenleving (ethiek, politiek)
 Relativisme: men trekt de mythen en de traditionele normen en waarden in twijfel
 Belang van het ‘goed spreken’, overtuigend spreken (retoriek, verzorgde taal…)
en de antilogiek (tegenovergestelde standpunten even geloofwaardig en
overtuigend verdedigen)
 Belang van een zekere durf om gangbare opinies, zelfs over de goden, in twijfel te
trekken
 Belangrijk thema: het onderscheid tussen fusis en nomos: dat wat er van nature
is, en dat wat door menselijke conventie, door wetten, tot stand kwam
o Nomos (subjectiviteit): Protagoras (homo mensura fragment):
 ‘De mens is de maat van alles’
(er is geen maatstaf om te kijken of iets waar, goed, mooi… is)
 Er is geen absolute waarheid, er zijn geen absolute waarden
 Het filosofisch accent verschuift van ‘waarheid’ naar ‘bruikbaarheid’
o Gorgias: ‘Niets bestaat, mocht er toch iets bestaan, dan kunnen we het niet
kennen, en mochten we het wel kunnen kennen, dan kunnen we het niet
mededelen’
(je kan zomaar iets zeggen, het valt toch niet te bewijzen)
 Als de waarheid toch zou bestaan, dan geldt dat iedereen zijn eigen, subjectieve
‘waarheid’ heeft



SOCRATES

 Kon het relativisme onmogelijk aanvaarden: de waarheid en het goede bestaan,
ongeacht wat de mensen erover zeggen of denken
 De ‘socratische methode’ bestaat er vooral in een dialoog en discussie aan te
gaan
 tegenstander ondervragen over definities van zijn begrippen en de grondslag
van zijn redeneringen, tot die zijn inconsistenties en zwakheden moet toegeven
o Helderheid en consistentie
o Aantasten van de zelfverzekerdheid van de tegenstander
 Onze kennis van Socrates hebben we vooral te danken aan de dialogen van Plato,
waarbij het niet helemaal duidelijk is waar de ‘historische’ Socrates eindigt en
Plato begint
 Was vooral geïnteresseerd in de mens: ethische kwesties en waarheid en
schoonheid
 ‘Ik weet dat ik niets weet’, maar was er toch van overtuigd dat een rationele
fundering van moraal en politiek mogelijk was  relativisme van de sofisten
 Ter dood veroordeeld wegens asebeia (goddeloosheid)

PLATO (428-348 V.O.T.)
 Leerling van Socrates
 Eén van de invloedrijkste denkers aller tijden
 Heeft in een samenhangend systeem de factische, de ethisch-politieke en de
kennistheoretische vragen op een rationele wijze benaderd
 Bleef trouw aan het socratisch ideaal van het zoeken naar het goede, maar komt
tot de overtuiging dat hij dat slechts kan kennen als hij een totaalvisie heeft over
de mens en over de wereld waarin die mens leeft



2

Índice general

  1. 01 de natuurfilosofen (6e en 5e eeuw v.o.t.) 3
    1. thales van milete 3
    2. anaximander 3
    3. anaximenes (6e eeuw) 3
    4. heraclitus (herakleitos) (540 V.o.t.) 3
    5. parminedes van elea (5e eeuw v.o.t.) 4
    6. zeno van elea (450 v.o.t.) 4
    7. leucippus en democritus (5e eeuw v.o.t.) 4
  2. 02 de sofisten en socrates (5e eeuw v.o.t.) 4
    1. de sofisten 4
    2. socrates 5
  3. 03 plato (428-348 v.o.t.) 5
    1. de vormenwereld 6
    2. platonisme op natuurwetenschappelijk gebied 6
    3. de moraal en politiek 6
    4. de mensvisie 6
  4. 04 aristoteles (384-322 v.c.) 7
    1. Probleem van universalia (=vormen) 7
    2. Hylemorfisme 7
    3. Aristoteles relatief aan Plato 8
    4. de logica (reeds hierboven besproken) 9
    5. de theoretische of empirische aanpak (reeds hierboven besproken) 9
    6. ervaring (reeds hierboven besproken) 10
    7. Aristoteles’ wereldvisie: teleologie 10
    8. Aristoteles’ praktische filosofie – Ethica & politiek 10
  5. 05 hellenistische en romeinse filosofie (3e eeuw v.o.t. – 5e eeuw o.t.) 11
    1. cynisme 11
    2. de stoa 11
    3. epicurisme 12
    4. scepticisme = (ongeveer) pyrronisme 13
    5. Neoplatonisme 13
    6. Philo van Alexandrië (~ Philo Judeaeus) 13
  6. 06 wijsbegeerte in de schaduw van het geloof 14
    1. middeleeuwse en arabische wijsbegeerte 14
  7. 07 politieke filosofie 17
    1. niccolò machiavelli (1469-1527) 17
    2. hugo de groot (1583-1645) 18
    3. thomas hobbes (1588-1679) 18
  8. 08 het RATIONALISME : descartes en spinoza 18
    1. rené descartes (1596-1650) 18
    2. benedictus de spinoza (1632) 21
    3. gottfried wilhelm leibniz (1646-1716) 23
  9. 09 moraalfilosofie & vrije wil: Harry frankfurt (extra vd pwp) 24
    1. morele verantwoordelijkheid 24
    2. Decision inducer 25
    3. 3 soorten verslaafden & 1 gebruiker 25
  10. 10 het empirisme: Locke en Hume 26
    1. john locke (1632-1704) 26
    2. George berkeley (1684-1753) 27
    3. david hume (1711-1776) 29
  11. 11 (de verlichting) 33
  12. 12 immanuel kant (1724-1804) 34
    1. de invloed van rousseau 34
    2. omwenteling in de kennisleer 34
    3. Kritik der ‘Urteilskraft‘ (1790) = 3e kritiek 36
    4. Kritik der ‘praktische vernunft’ (1788) = 2e kritiek 36
    5. kants godsgeloof – transcendentale benadering (zie 5.5) 37
    6. kant’s kritieken samenvattend (reeds behandeld) 38
    7. georg wilhelm friedrich hegel (1770-1831) 38
  13. 13 de paradox van de hegelianen 41
    1. jong-hegelianen/links-hegelianen 41
    2. wetenschap en techniek 41
    3. revolutionair én hegeliaans 42
  14. 14 de aanvallen op hegels christendom 42
    1. ludwig andreas feuerbach (1804-1872) 42
    2. de aanval op hegels maatschappijvisie: karl marx (1818-1883) 43
    3. Arthur Schopenhauer (1788-1860) 46
  15. 15 het positivisme 47
    1. het positivisme van auguste comte (1798-1857) 48
    2. brits positivisme 49
  16. 16 overgangsfilosofen 50
    1. geesteswetenschappelijke filosofie: wilhelm dilthey (1833-1911) 50
    2. het neokantianisme 50
  17. 17 wetenschap en ethica – Friedrich nietzsche (1844-1900) 50
    1. afbraak 50
    2. de positieve bijdrage 52
  18. 18 het logisch empirisme 53
    1. historisch overzicht 53
    2. wegbereiders (nog geen logisch empiristen) 54
    3. filosofie van de wiener kreis 58
    4. karl raimund popper (1902-1994) 59
    5. de britse taalanalytische filosofie 60
  19. 19 fenomenologie en existentialisme 61
    1. historisch overzicht 62
    2. edmund husserl (1859-1938) 62
    3. martin heidegger (1889-1976) 63
  20. 20 wijsbegeerte en maatschappijkritiek 65
    1. algemene beschouwingen 65
    2. negatieve dialectiek – de school van frankfurt 66
  21. 21 het postmodernisme 68
    1. jean-françois lyotard (1924-1998) 68
    2. richard rorty (1931-2007) 68
  22. 22 op weg naar de 21e eeuw 68
    1. john rawls (1921-2002) 68
    2. bernard williams (1929-2003) 69
    3. derek parfit (1942) 70
    4. daniel dennett (1942) 70

Libro relacionado
 image
Etienne Vermeersch, Johan Braeckman De rivier van Herakleitos
Editorial: Desconocido ISBN: 9789089247346 Edición: 1

Información del documento

Estudio
¿Un libro?
Sí
Subido en
27 de mayo de 2025
Número de páginas
70
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen
$11.67

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
1
Última venta
-



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes