NaWe
HOOFDSTUK 7: Elektriciteit
Elektrische krachtwerking
1. Statische elektriciteit
⇒ door wrijving of contact verspringen elektronen tussen voorwerpen
waardoor, elektrisch geladen voorwerpen ontstaan
→ de lading verplaatst zich daarna niet
Ontstaan : wanneer een voorwerp elektrisch geladen wordt
Lading bepalen of dat ze elkaar aantrekken of afstoten:
● gelijke lading(beide + // beide -) → stoten mekaar af
● tegengestelde lading (+ en -) → trekken mekaar aan
2. Elektrische lading
Grootheid: lading
- symbool q
- eenheid: coulomb (C)
⇒ er wordt vaak gebruik gemaakt van een voorvoegsel omdat 1 coulomb
al best groot is
−3
(voorbeeld: millicoulomb [1mC = 10 ])
kleinste lading = die afzonderlijk voorkomen = eenheidslading e
−19
→ lading van een proton: 𝑞𝑝 + = 𝑒 = 1, 60 . 10 𝐶
−19
→ lading van een neutron: 𝑞𝑒 − = −𝑒 = − 1, 60 . 10 𝐶
atoom = elektrisch neutraal ⇒ heeft evenveel elektronen als protonen
3. Elektrische kracht
theoretisch model
- 2 puntladingen, 𝑞1 en 𝑞2
-afstand r
⇒ de kracht die ze op elkaar uitoefenen = coulombkracht
= de elektrische kracht die een lading uitoefent op een andere
lading
⇒ eenheid van een kracht = Newton (symbool: N)
coulombkracht is een vectoriële grootheid:
- aangrijpingspunt (= de puntlading)
- richting (= bepaald door de recht door beide ladingspunten)
- zin (= waarheen de kracht gericht is)
- grootte
(zie afbeelding)
HOOFDSTUK 7: Elektriciteit
Elektrische krachtwerking
1. Statische elektriciteit
⇒ door wrijving of contact verspringen elektronen tussen voorwerpen
waardoor, elektrisch geladen voorwerpen ontstaan
→ de lading verplaatst zich daarna niet
Ontstaan : wanneer een voorwerp elektrisch geladen wordt
Lading bepalen of dat ze elkaar aantrekken of afstoten:
● gelijke lading(beide + // beide -) → stoten mekaar af
● tegengestelde lading (+ en -) → trekken mekaar aan
2. Elektrische lading
Grootheid: lading
- symbool q
- eenheid: coulomb (C)
⇒ er wordt vaak gebruik gemaakt van een voorvoegsel omdat 1 coulomb
al best groot is
−3
(voorbeeld: millicoulomb [1mC = 10 ])
kleinste lading = die afzonderlijk voorkomen = eenheidslading e
−19
→ lading van een proton: 𝑞𝑝 + = 𝑒 = 1, 60 . 10 𝐶
−19
→ lading van een neutron: 𝑞𝑒 − = −𝑒 = − 1, 60 . 10 𝐶
atoom = elektrisch neutraal ⇒ heeft evenveel elektronen als protonen
3. Elektrische kracht
theoretisch model
- 2 puntladingen, 𝑞1 en 𝑞2
-afstand r
⇒ de kracht die ze op elkaar uitoefenen = coulombkracht
= de elektrische kracht die een lading uitoefent op een andere
lading
⇒ eenheid van een kracht = Newton (symbool: N)
coulombkracht is een vectoriële grootheid:
- aangrijpingspunt (= de puntlading)
- richting (= bepaald door de recht door beide ladingspunten)
- zin (= waarheen de kracht gericht is)
- grootte
(zie afbeelding)