100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Persoonlijke analyse case college 2

Puntuación
-
Vendido
14
Páginas
17
Subido en
21-05-2020
Escrito en
2019/2020

Persoonlijke analyse van de artikelen DeAngelo, L.E., “Auditor size and Audit quality” en Jensen, Meckling” en Jensen, Meckling "Theory of the Firm: Managerial Behavior, Agency Costs and Ownership Structure" en Wallage "De actuele waarde van Limpergiaans vertrouwen" voor college 2. Inclusief uitwerking van de case

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Inhoud
C-2 DeAngelo, L.E., “Auditor size and Audit quality”..............................................................2
Abstract......................................................................................................................2
1. Introduction.............................................................................................................2
2. The quality of audit services.......................................................................................2
3. The relationship between auditor size and audit quality...................................................2
4. Generalizations and alternative arrangements...............................................................3
5. Discriminatopm against small audit firms......................................................................3
6. Summary and conclusions..........................................................................................3
C-2 Persoonlijke analyse DeAngelo (Aanvulling op samenvatting)...........................................4
1. Informatie uit de persoonlijke analyse en inleiding van een artikel....................................4
2. Informatie over theorievorming en ontwikkeling hypotheses............................................4
3. Bevindingen en conclusie............................................................................................4
4. Korte kritische reflectie..............................................................................................4
C-2 Jensen, Meckling: Theory of the Firm: Managerial Behavior, Agency Costs and Ownership
Structure........................................................................................................................5
1. Introduction.............................................................................................................5
2. The agency costs of outside equity..............................................................................5
2.2 A simple formal analysis of the sources of agency costs of equity and who bears them......6
2.3 Determination of the optimal scale of firm...................................................................8
2.4 The role of monitoring and bonding activities in reducing agency costs............................8
2.5 Pareto optimality and agency costs in manager-operated firms.....................................10
2.6 Factors affecting the size of the divergence from ideal maximization.............................10
C-2 Persoonlijke analyse Jensen, Meckling (Aanvulling op samenvatting)...............................11
1. Informatie uit de persoonlijke analyse en inleiding van een artikel..................................11
2. Informatie over theorievorming en ontwikkeling hypotheses..........................................11
3. Conclusies..............................................................................................................11
4. Korte kritische reflectie op het artikel.........................................................................12
C-2 Wallage: De actuele waarde van Limpergiaans vertrouwen.............................................13
C-2 Wallage: persoonlijke analyse (aanvulling op samenvatting)...........................................14
1. Informatie uit de persoonlijke analyse en inleiding van een artikel..................................14
2. Conclusies..............................................................................................................14
3. Korte kritische reflectie op het artikel.........................................................................14
C-2 Cases Vestia............................................................................................................15
Vraag 1: de agency-driehoek bij Vestia..........................................................................15
Vraag 2a: Wat is de toegevoegde waarde van de jaarrekening controle bezien vanuit de agency
theory (1976), DeAngelo (1981), Limperg's leer van het gewekte vertrouwen en Simunic
(1980)?.....................................................................................................................16
Vraag 2b: Wat is de toevoegde waarde van de jaarrekening van Vestia wanneer wederom
uitgegaan wordt van de bij 2a genoemde perspectieven?..................................................16




1

,C-2 DeAngelo, L.E., “Auditor size and Audit quality”



Abstract
Regelgevers en kleine accountantsorganisaties beweren dat de omvang van de
accountantsorganisatie geen invloed heeft op de kwaliteit van de audit en daarom niet relevant zou
moeten zijn bij de selectie van een auditor. In dit artikel wordt gesteld dat de controlekwaliteit niet
onafhankelijk is van de omvang van de accountantsorganisatie, zelfs niet wanneer de er geen
onderscheid is in technologische capaciteiten. …



1. Introduction
Grote audit firms worden vaak bekritiseerd wegens hun grootte door regulatoren en kleiner audit
firms. Dit komt o.a. doordat standaarden een homogeniteit tussen firms oplevert en dus dat
kwaliteit niet bepaald wordt door grootte.

Het verslag van de commissie-Derieux benadrukt de 'bezorgdheid dat kleinere bedrijven kunnen
worden vervangen omdat ze minder bekend zijn, ook al leveren de kleinere bedrijven wellicht
diensten van hoge of hogere kwaliteit'. De commissie formuleert dit 'probleem' en de aanbevolen
oplossing als volgt:
 Probleem: Auditors worden soms gekozen op basis van willekeurige factoren zoals de
grootte van hun bedrijf.
 Aanbeveling: er moet een informatieboekje worden gepubliceerd waarin wordt
beklemtoond dat de keuze van een CPA-bedrijf niet gebaseerd moet zijn op grootte, maar
op het vermogen om service te verlenen.

In dit artikel wordt er vanuit gegaan dat grotere kantoren een hogere audit kwaliteit leveren. Dit
komt niet door de grootte maar door quasi-rents (als gevolg van start-up kosten). Dit begrip kan
omschreven worden als jaarlijkse terugkomende klantspecifieke opbrengsten. In tegenstelling tot
kleinere kantoren zullen grotere kantoren een grotere motivatie hebben om geen opportunistisch
gedrag te vertonen.



2. The quality of audit services
Er bestaat een vraag naar audit services om het agency probleem te reduceren tegen de laag
mogelijke (agency) kosten. Doordat de agency costs per onderneming verschilt, verschilt ook de
vraag naar het niveau van de audit services.

Definitie van audit kwaliteit:
Een door de markt beoordeelde gezamenlijke waarschijnlijkheid dat een auditor/accountant zowel
 de inbreuk/schending van het accounting systeem ontdekt (afhankelijk van kennis,
middelen en kunde)
 dat hij deze inbreuk/schending ook zal rapporteren (afhankelijk van onafhankelijkheid).

Consumenten maken kosten om de audit kwaliteit te beoordelen. Wanneer de kosten hiervan hoog
zijn, zullen zij naar alternatieven zoeken om iets te zeggen over deze kwaliteit, zoals een minder
dure te observeren variabele die (imperfectly) gecorreleerd is met kwaliteit. In dit paper wordt de
grootte van een accountantskantoor als een dergelijke variabele gezien.
Een andere reactie hierop is om een uniforme auditkwaliteit aan te bieden, aangezien dit de
onderzoekskosten van consumenten verlaagd. Een motivatie voor een kantoor is, is dat wanneer
de consument kan rekening op een standaard niveau een hogere audit fee gevraagd kan worden.
Echter zijn er verschillende niveaus van audit services gevraagd, waardoor een kantoor zich
waarschijnlijk zal specialiseren in een bepaald niveau. Wanneer de klant dan een ander niveau wil,
zal hij overstappen naar een ander kantoor.



3. The relationship between auditor size and audit quality



2

, Doordat zowel de auditor als de cliënt in het eerste jaar te maken hebben met hoge opstartkosten,
hebben zij beiden een incentive om een langdurige relatie aan te gaan. Doordat er in een later jaar
geen perfect substituut is, kan de auditor een audit fee vragen (quasi-rents).

Vervolgens wordt in dit artikel geschreven dat de cliënt rekening houdt met het feit dat een audit
firm niet volledig onafhankelijk zal zijn, hetgeen zich uit in een lagere bedrijfswaarde. Om deze
reden zal de cliënt een auditor kiezen die als onafhankelijker wordt gezien, dus die minder
incentives heeft om zich opportunistisch te gedragen. In dit artikel wordt aangegeven dat de
grotere audit firms aan te merken zijn als onafhankelijker. Dit komt doordat zij meer cliënten
hebben. Een eventueel verlies van een cliënt met quasi-rents levert in verhouding minder schade
op dan bij een kleine audit frm. Daarnaast leidt een ontdekking van een fout bij een groot audit
firm tot imagoschade, hetgeen mogelijk leidt tot verlies van andere cliënten.



4. Generalizations and alternative arrangements
Ook wanneer de klantspecifieke quasi-rents variëren tussen cliënten blijft de positieve relatie met
audit size intact. Het is dus ook van belang hoe groot de quasi-rent stroom voor een bepaalde
cliënt is t.o.v. de rest. Als reactie hierop kan verwacht worden dat klanten een andere kwaliteit
variabele ontwikkelen naast de auditor size, zoals het percentage van de totale audit fees
afhankelijk van het behouden van een cliënt. Hoe hoger het percentage hoe lager de
onafhankelijkheid. De onafhankelijkheid kan vergroot worden door te investeren in een collateral.
Hierbij dienen technologische verzonken kosten die toekomstige quasi-rents genereren als
onderpand, omdat de auditor wat te verliezen heeft als hij betrapt wordt op cheating.



5. Discriminatopm against small audit firms
Over het algemeen zie je de trend wanneer een onderneming de beurs op gaat dat zij overstappen
op een Big Eight kantoor. De reden hiervoor is dat hiermee de hoogste prijzen worden gehaald bij
de IPO. The Derieux Committee Report labelt dit als het “bigness syndrome”. Het rapport geeft
tevens aan om de zogenoemde discriminerende clausules in verzekerings- en bankovereenkomsten
aan te pakken, zodat niet meer bepaald wordt dat de cliënt bij een groot kantoor moet zitten.
Dit is niet eerlijk t.o.v. cliënten die vrijwillig kiezen voor een groot kantoor. Tevens kan het kiezen
voor een groot kantoor verklaard worden uit het feit dat beursgenoteerde ondernemingen een
goede kwaliteit willen en meer gemonitord moeten/willen worden.
Daarnaast kan niet ongedaan gemaakt worden dat klanten waarde hechte aan de grootte van het
kantoor.



6. Summary and conclusions
Dit artikel heeft laten zien dat audit kwaliteit niet onafhankelijk is van de grootte van het audit
kantoor. Dit komt door de zogenaamde quasi-rents. Deze quasi-rents fungeren tevens als een
collateral voor opportunistisch gedrag.

DeAngelo stelt dat het belangrijk is om audit quality indicators te gebruiken, omdat dit de kosten
van het beoordelen van controlekwaliteit verlaagd en de onduidelijkheid verminderd over de
motivatie van de accountant om kwaliteit te leveren.

Uiteindelijk concludeert DeAngelo dat grote accountantskantoren meer kwaliteit leveren. Dit komt
door de volgende 3 redenen:
- Grote accountantskantoren zijn onafhankelijker
- Grote accountantskantoren hebben betere mogelijkheden voor quality control
- Grote accountantskantoren hebben meer incentives voor kwaliteit




3

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
21 de mayo de 2020
Archivo actualizado en
21 de mayo de 2020
Número de páginas
17
Escrito en
2019/2020
Tipo
RESUMEN

Temas

$4.76
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
marloesyannick Nyenrode Business Universiteit
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
460
Miembro desde
6 año
Número de seguidores
236
Documentos
56
Última venta
4 días hace

3.5

51 reseñas

5
13
4
17
3
12
2
3
1
6

Documentos populares

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes