DUURZAAMHEID
1. De eerste echte definitie van ‘duurzame ontwikkeling’ dateert uit 1987. Leg uit
waarom deze insteek zeer antropocentrisch was.
● Brundtland commissie: focus op menselijke behoeften
- link sociale ontwikkeling & ecologie
- gewenste ontwikkeling toestand = Westen → meer ontwikkeling
→ milieuproblemen worden gezien als een probleem omdat WIJ (de mens)
eronder zullen lijden
2. Intra-generationele en inter-generationele solidariteit en rechtvaardigheid is
belangrijk in duurzame ontwikkeling, maar ook bij de sterke interpretatie van
duurzaamheid kan dit als essentieel beschouwd worden
a. Leg uit hoe het een rol speelt bij duurzame ontwikkeling.
Duurzame ontwikkeling kan gedefinieerd worden als de ontwikkeling dat de
behoeften van de huidige generatie vervult zonder het vermogen van
toekomstige generaties om hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te
brengen.
→ als het niet volhoudbaar is is het niet duurzaam
b. Leg uit hoe het te koppelen is met sterke duurzaamheid
Met het idee van duurzame ontwikkeling (= zwakke duurzaamheid = idee v/d
Brundtland-commissie) dat de mens de maat der dingen is, kom je maar zo
ver. Het is een antropocentrische, technocentrische insteek (= de technologie
gaat het oplossen). Hierbij ligt de focus heel vaak op efficiëntie. Maar steeds
meer ontwikkeling zorgt vooral voor een korte termijn focus. De huidige
generatie zal misschien niets te kort komen (intra-generationeel), maar wat
schiet erover voor de volgende generaties (inter-generationeel)? Om ervoor
te zorgen dat zowel de huidige als de toekomstige generaties al hun
behoeften krijgen, is er een noodzaak voor een meer egocentrisch
perspectief, met meer fundamentele wijzigingen.
3. Soms wordt gesteld dat ‘vanuit ecocentrisch perspectief duurzame ontwikkeling te
soft is’. Leg uit wat hiermee bedoeld wordt.
Duurzame ontwikkeling wordt ook weleens zwakke duurzaamheid genoemd. Dit is
voornamelijk de antropocentrische insteek. Velen zijn van mening dat dit tekort schiet
en dat we een meer ecocentrische gedachtegang moeten aannemen om tot echte
duurzaamheid te komen. Alleen kijken naar de menselijke behoeften en zien dat
deze vervuld raken, zal er niet voor zorgen dat de natuur/ecosysteem zal kunnen
volgen met de menselijke activiteiten. Vele pleiten dus voor een ecocentrisch
perspectief, dat rekening houdt met de behoeften van het milieu zelf en de gevolgen
die de menselijke activiteit heeft op het milieu.
4. Leg het verband uit tussen het stakeholdermodel van Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen en de Triple Bottom Line.
Binnen het stakeholdermodel van het MVO heeft elk bedrijf een verantwoordelijkheid
tegenover elke stakeholder (iedereen die op een manier (direct of indirect) wordt
beïnvloed door de bedrijfsactiviteiten). Dit legt een verband met het Triple Bottom
Line-concept (profit, people, planet). Dat niet alleen met de markt (profit) rekening
, houdt (zoals in het shareholdermodel), maar ook met maatschappij (de mensen,
people) (en het milieu (planet)).
5. Is het de ‘zwakke’ of ‘sterke’ interpretatie van duurzaamheid die je kan verbinden met
‘duurzame ontwikkeling’ zoals door Brundtland gedefinieerd? Leg uit.
Het idee van duurzame ontwikkeling zoals door Brundtland gedefinieerd kan parallel
gelegd worden aan zwakke duurzaamheid. Beiden hebben een sterk
antropocentrisch perspectief en geloven dat de technologie, meer ontwikkeling de
oplossing is (technocentrisch). Er wordt vooral gekeken naar de welvaart van de
maatschappij en niet naar het ecosysteem/de natuur in zijn geheel (zoals bij sterke
duurzaamheid).
6. In welke interpretatie van duurzaamheid is de 'paradox van Jevons’ een relevant
gegeven? Leg dit uit aan de hand van een voorbeeld van een dergelijke situatie.
De paradox van Jevons zegt het volgende: 'Technologische vooruitgang met
efficiënter gebruik van een input leidt soms tot een stijgend gebruik van die input in
plaats van een daling’. Concreet wil dit zeggen dat als iets efficiënter kan gebeuren
het vaak ook goedkoper wordt, wat op zijn beurt ervoor zorgt dat er meer vraag voor
zal zijn en er dus meer geproduceerd moet worden. Dit kan men aansluiten bij de
interpretatie van zwakke duurzaamheid, waar er een technocentrische focus is, die
pleit voor meer ontwikkeling als oplossing. Een voorbeeld hiervan is
energie-efficiëntere auto’s. Met nieuwere technologieën worden auto’s steeds meer
brandstof-efficiënter. Ze kunnen dezelfde afstanden leggen met minder brandstof.
Men zou verwachten dat er dus minder brandstofverbruik zal zijn, maar dit is vaak
het tegendeel. Het wordt goedkoper om met de auto te rijden (omdat je minder
brandstof verbruikt) en mensen worden daardoor gestimuleerd om net meer met de
auto te rijden.
7. ‘Matigen in het Noorden, ontwikkeling in het Zuiden’. Leg uit waarom dat een
samenvatting is voor het streven naar duurzaamheid en niet van het streven naar
duurzame ontwikkeling.
Bij duurzame ontwikkeling is er een antropocentrische focus die meestal streeft naar
maximalisatie en efficiëntie. Steeds meer en verdere ontwikkeling spreekt het deel
‘matigen in het Noorden’ volledig tegen. Volgens duurzame ontwikkeling zouden we
in het Noorden ook steeds verder en meer moeten ontwikkelen. De uitspraak is dus
een perfecte samenvatting voor het streven naar duurzaamheid, omdat er een
nadruk wordt gelegd op het respecteren van ecologische grenzen een het behoud
v/d natuurlijke hulpbronnen v/d aarde. Het erkent de disbalans die er op aarde
heerst. Een overontwikkeling, veel meer dan dat er nodig is, in het Noorden en een
onderontwikkeling in het Zuiden.
MILIEU
1. Wat bedoeld E. Vermeersch met het ‘WTK-bestel’ in relatie tot de
milieuproblematiek? Beschrijf de verschillende elementen en de manier waarop dit
de milieuproblematiek veroorzaakt.
Het WTK-bestel verwijst naar de relatie tussen wetenschap, kapitalisme & techniek.
Elk element streeft naar zijn eigen maximalisatie en daarbij stimuleren die
verschillende elementen elkaar ook nog eens. Dit zorgt voor een soort
1. De eerste echte definitie van ‘duurzame ontwikkeling’ dateert uit 1987. Leg uit
waarom deze insteek zeer antropocentrisch was.
● Brundtland commissie: focus op menselijke behoeften
- link sociale ontwikkeling & ecologie
- gewenste ontwikkeling toestand = Westen → meer ontwikkeling
→ milieuproblemen worden gezien als een probleem omdat WIJ (de mens)
eronder zullen lijden
2. Intra-generationele en inter-generationele solidariteit en rechtvaardigheid is
belangrijk in duurzame ontwikkeling, maar ook bij de sterke interpretatie van
duurzaamheid kan dit als essentieel beschouwd worden
a. Leg uit hoe het een rol speelt bij duurzame ontwikkeling.
Duurzame ontwikkeling kan gedefinieerd worden als de ontwikkeling dat de
behoeften van de huidige generatie vervult zonder het vermogen van
toekomstige generaties om hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te
brengen.
→ als het niet volhoudbaar is is het niet duurzaam
b. Leg uit hoe het te koppelen is met sterke duurzaamheid
Met het idee van duurzame ontwikkeling (= zwakke duurzaamheid = idee v/d
Brundtland-commissie) dat de mens de maat der dingen is, kom je maar zo
ver. Het is een antropocentrische, technocentrische insteek (= de technologie
gaat het oplossen). Hierbij ligt de focus heel vaak op efficiëntie. Maar steeds
meer ontwikkeling zorgt vooral voor een korte termijn focus. De huidige
generatie zal misschien niets te kort komen (intra-generationeel), maar wat
schiet erover voor de volgende generaties (inter-generationeel)? Om ervoor
te zorgen dat zowel de huidige als de toekomstige generaties al hun
behoeften krijgen, is er een noodzaak voor een meer egocentrisch
perspectief, met meer fundamentele wijzigingen.
3. Soms wordt gesteld dat ‘vanuit ecocentrisch perspectief duurzame ontwikkeling te
soft is’. Leg uit wat hiermee bedoeld wordt.
Duurzame ontwikkeling wordt ook weleens zwakke duurzaamheid genoemd. Dit is
voornamelijk de antropocentrische insteek. Velen zijn van mening dat dit tekort schiet
en dat we een meer ecocentrische gedachtegang moeten aannemen om tot echte
duurzaamheid te komen. Alleen kijken naar de menselijke behoeften en zien dat
deze vervuld raken, zal er niet voor zorgen dat de natuur/ecosysteem zal kunnen
volgen met de menselijke activiteiten. Vele pleiten dus voor een ecocentrisch
perspectief, dat rekening houdt met de behoeften van het milieu zelf en de gevolgen
die de menselijke activiteit heeft op het milieu.
4. Leg het verband uit tussen het stakeholdermodel van Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen en de Triple Bottom Line.
Binnen het stakeholdermodel van het MVO heeft elk bedrijf een verantwoordelijkheid
tegenover elke stakeholder (iedereen die op een manier (direct of indirect) wordt
beïnvloed door de bedrijfsactiviteiten). Dit legt een verband met het Triple Bottom
Line-concept (profit, people, planet). Dat niet alleen met de markt (profit) rekening
, houdt (zoals in het shareholdermodel), maar ook met maatschappij (de mensen,
people) (en het milieu (planet)).
5. Is het de ‘zwakke’ of ‘sterke’ interpretatie van duurzaamheid die je kan verbinden met
‘duurzame ontwikkeling’ zoals door Brundtland gedefinieerd? Leg uit.
Het idee van duurzame ontwikkeling zoals door Brundtland gedefinieerd kan parallel
gelegd worden aan zwakke duurzaamheid. Beiden hebben een sterk
antropocentrisch perspectief en geloven dat de technologie, meer ontwikkeling de
oplossing is (technocentrisch). Er wordt vooral gekeken naar de welvaart van de
maatschappij en niet naar het ecosysteem/de natuur in zijn geheel (zoals bij sterke
duurzaamheid).
6. In welke interpretatie van duurzaamheid is de 'paradox van Jevons’ een relevant
gegeven? Leg dit uit aan de hand van een voorbeeld van een dergelijke situatie.
De paradox van Jevons zegt het volgende: 'Technologische vooruitgang met
efficiënter gebruik van een input leidt soms tot een stijgend gebruik van die input in
plaats van een daling’. Concreet wil dit zeggen dat als iets efficiënter kan gebeuren
het vaak ook goedkoper wordt, wat op zijn beurt ervoor zorgt dat er meer vraag voor
zal zijn en er dus meer geproduceerd moet worden. Dit kan men aansluiten bij de
interpretatie van zwakke duurzaamheid, waar er een technocentrische focus is, die
pleit voor meer ontwikkeling als oplossing. Een voorbeeld hiervan is
energie-efficiëntere auto’s. Met nieuwere technologieën worden auto’s steeds meer
brandstof-efficiënter. Ze kunnen dezelfde afstanden leggen met minder brandstof.
Men zou verwachten dat er dus minder brandstofverbruik zal zijn, maar dit is vaak
het tegendeel. Het wordt goedkoper om met de auto te rijden (omdat je minder
brandstof verbruikt) en mensen worden daardoor gestimuleerd om net meer met de
auto te rijden.
7. ‘Matigen in het Noorden, ontwikkeling in het Zuiden’. Leg uit waarom dat een
samenvatting is voor het streven naar duurzaamheid en niet van het streven naar
duurzame ontwikkeling.
Bij duurzame ontwikkeling is er een antropocentrische focus die meestal streeft naar
maximalisatie en efficiëntie. Steeds meer en verdere ontwikkeling spreekt het deel
‘matigen in het Noorden’ volledig tegen. Volgens duurzame ontwikkeling zouden we
in het Noorden ook steeds verder en meer moeten ontwikkelen. De uitspraak is dus
een perfecte samenvatting voor het streven naar duurzaamheid, omdat er een
nadruk wordt gelegd op het respecteren van ecologische grenzen een het behoud
v/d natuurlijke hulpbronnen v/d aarde. Het erkent de disbalans die er op aarde
heerst. Een overontwikkeling, veel meer dan dat er nodig is, in het Noorden en een
onderontwikkeling in het Zuiden.
MILIEU
1. Wat bedoeld E. Vermeersch met het ‘WTK-bestel’ in relatie tot de
milieuproblematiek? Beschrijf de verschillende elementen en de manier waarop dit
de milieuproblematiek veroorzaakt.
Het WTK-bestel verwijst naar de relatie tussen wetenschap, kapitalisme & techniek.
Elk element streeft naar zijn eigen maximalisatie en daarbij stimuleren die
verschillende elementen elkaar ook nog eens. Dit zorgt voor een soort