Anatomie:
C1 = atlas:
geen processus spinosus
occipitale condylen voor contact met schedel
geen pedikels, maar wel canalis vertebralis
arcus inferior articuleert met dens van C2: roteren
C2 = axis:
dens (lig. Transversarium atlantis)
C2-C6:
processi spinosi gesplitst
C5-T1 = plexus cervicobrachialis
Laterale (profiel) opname:
Grote oppervlakte van C2 oriënteer je daarop!
Heeft prominente PS voor de aanhechting van spieren en ligamenten
C1-C6k: PS korter om flexie te kunnen doen
3 belangrijke lijnen:
o Anterieure vertebrale lijn
o Posterieure vertebrale lijn
o Spinolaminale lijn
Voor-achterwaartse (AP of VA) opname:
Zwart in het midden = trachea
Vernauwing = het strottenhoofd
Verticale lijn = kraakbeen van de larynx
Thoracaal 1 met PT naar boven gericht + ribben hechten daar op aan = angulus van de 1 ste rib
Halsrib: soms extra rib op C7 vast met ligament aan rib 1 (kijk naar PT van T1)
Spinale zenuwen:
Zenuw C1: eerste zenuw onder achterhoofd C0; boven C1
Zenuw C2: onder wervel C1
Zenuw C8 onder C7
Zenuw T1 onder T1
C5: bezenuwt deltoideus
C6: bezenuwt duim
C7: bezenuwt wijsvinger en middelvinger
C8: bezenuwt pink en ringvinger
Transbuccale opname:
= opname met de mond open (VA)
Afstand dens en lateraal massief C1 moet links en rechts symmetrisch zijn
Dynamische opname
1
, Anteflexie: afstand tussen de PS stijgt
Retroflexie: PS C1-C6 komen op elkaar en die van C7 ligt veel verder
Swimmersopname:
Bij korte of dikke nek
Crawl-positie
¾ gedraaid, ene arm 50° naar achter gedraaid en achter het hoofd geplaatst
Postoperatief: spondylodese
Intercorporele kooi (cage)
Anterieure plaat en schroef osteosynthese
Alle bewegingen met de overige wervels en niet meer met die wervel dus het is beter om
een prothese te steken
Er zitten radio-opake lijntjes om wervel te zien op opname
CT-scan indicaties
discus niet! Enkel als er contra-indicatie voor MRI is
Indien onvoldoende info op RX
Bij trauma:
o C0-1-2; C7-T1
o Fracturen en fractuur-luxatie
o Losse botfragmenten
o Facetgewrichten (fractuur en (sub)luxatie)
Arthrose – osteofyten:
o Posterieur (+ degeneratief discuslijden)
o Uncarthrose; facetarthrose
Postoperatief:
o Osteosynthesemateriaal
o Osseuze overbrugging in kooien van intercorporele fusie
CT kenmerken:
Doorsnede: naast corpus van wervel komen unci van onderliggende wervel tevoorschijn
Facetgewricht: proc. articularis superior van bovenliggende wervel voor proc. articularis
inferior van onderliggende wervel
MR-scan
Voordeel: Toont alle cervicale segmenten, RM, disci en zenuwwortels
Nadeel: bot = zwart
o CT beter voor fractuur, fractuurfragmenten en osteofyten; uncarthrose
C1: Vet = wit
C2: Cerebrospinaal vocht = wit
Indicaties:
o Discushernia
o Spondylodiscitis
o Ruggenmerg en zenuwwortelcompressie
o Ruggenmergletsel
o Zenuwwortelavulsie
2