VRAAG 1A ) Metaal 5 kenmerken , specifieken eigenschappen + categorieën en
subcategorieën.
Dif :
- is 1 van de materialengroepen
- bestaat uit ferro en non-ferro metalen
- bestaat uit een legering om ze sterker te maken
Eigenschappen
➢ goede geleiders warmte en elektriciteit
➢ ondoorzichtig
➢ voelt meestal koud aan
➢ onbrandbaar, wel smeltbaar
➢ plastisch vervormbaar
➢ glans
Ferro = metaallegering basismateriaal = ijzer
Non-ferro = “ niet gebasseerd op ijzer
- lichte metalen
• alluminium, titaan
• legeringsdichtheid kleinder 4500 kg/m3
- zware metalen
• koper, nikkel
• legeringsdichtheid groter 4500 kg/m3
➢ zuivere metalen = edele metalen
• goud en zilver
• worden in zuivere toestand niet aangetast door lucht
➢ onzuivere metalen = legering
• staal, gietijzer
• basismateriaal + legeringselement
VRAAG 1B) Wat zijn legeringen , het doel ervan + 3 vb en de componenten.
- behoren tot de metalen groep
- combi van 2 of meer metalen / 1 of meer metalen met een niet metaal.
- Doel : eigenschappen vh basismateriaal te verbeteren
Voorbeeld
➢ Staal : legering van ijzer en koolstof met laag c-gehalte
➢ Gietijzer : legering van ijzer en koolstof met hoog c-gehalte
➢ Brons : legering van koper en tin.
, VRAAG 2) Wat zijn composieten, bespreek uitvoerig + enkele vb per soort.
- Samenstelling van goede eigenschappen van verschillende materialen om zo tot een
interessant eindmateriaal te komen
➢ kunstmatige composieten : koolstofvezel + epoxy
➢ natuurlijke composieten : hout ( cellulose + lingine )
VRAAG 3) Wat zijn kunststoffen en de deelaspecten grondig bestuderen.
- synthetische macromoleculen overwegend van organische aard, die door plastische
vormgeving hun materiaalfunctie verkrijgen
⇨ macromoleculair karakter
= verbinding van veel atomen
⇨ organische aard
= verbinding met koolstof
⇨ plastische vormgeving
= van grondstof naar eindproduct > plastische vormgevingsfase
⇨ synthetische stoffen
= kunststoffen opgebouwd met behulp > chemische processen
➢ halfsynthetisch
= oorsprong uit de natuur
➢ volsynthetisch
= natuur nabootsen in de opbouw vd stof.
• Thermoplasten
= kunststoffen nadat macromoleculen gevormd zijn, bij normale temp vast en
hard zijn, en bij temp verhoging week en zacht worden
= lineaire moleculen al dan niet vertakt
= PE ( Polyutheen ) PP ( Polypropereen ) PC ( Polycarbonaat )
• Thermoharders
= kunststoffen 1 x vormbaar
= als de macromoleculen gevormd zijn kunnen ze niet meer worden verweekt
= ontsmeltbaar
= 3D macromoleculen, netwerk van ketens
= EP(Epoxyhars) PUR (Polyurethaan ) UP ( Onverzadigde polyester )
• elastomeren/kunstrubbers
= tussenvorm van thermoplasten en thermoharders
= voor netvorming heeft plaats gevonden vertonen ze kenmerken van
thermoplasten
= na vulkaniseren vertonen ze kenmerken van thermoharders
= netstructuur met wijde mazen
= Siloconenrubber, PUR ( Polyurethaanrubber ) SBR ( Styreenbutadieenrubber)
subcategorieën.
Dif :
- is 1 van de materialengroepen
- bestaat uit ferro en non-ferro metalen
- bestaat uit een legering om ze sterker te maken
Eigenschappen
➢ goede geleiders warmte en elektriciteit
➢ ondoorzichtig
➢ voelt meestal koud aan
➢ onbrandbaar, wel smeltbaar
➢ plastisch vervormbaar
➢ glans
Ferro = metaallegering basismateriaal = ijzer
Non-ferro = “ niet gebasseerd op ijzer
- lichte metalen
• alluminium, titaan
• legeringsdichtheid kleinder 4500 kg/m3
- zware metalen
• koper, nikkel
• legeringsdichtheid groter 4500 kg/m3
➢ zuivere metalen = edele metalen
• goud en zilver
• worden in zuivere toestand niet aangetast door lucht
➢ onzuivere metalen = legering
• staal, gietijzer
• basismateriaal + legeringselement
VRAAG 1B) Wat zijn legeringen , het doel ervan + 3 vb en de componenten.
- behoren tot de metalen groep
- combi van 2 of meer metalen / 1 of meer metalen met een niet metaal.
- Doel : eigenschappen vh basismateriaal te verbeteren
Voorbeeld
➢ Staal : legering van ijzer en koolstof met laag c-gehalte
➢ Gietijzer : legering van ijzer en koolstof met hoog c-gehalte
➢ Brons : legering van koper en tin.
, VRAAG 2) Wat zijn composieten, bespreek uitvoerig + enkele vb per soort.
- Samenstelling van goede eigenschappen van verschillende materialen om zo tot een
interessant eindmateriaal te komen
➢ kunstmatige composieten : koolstofvezel + epoxy
➢ natuurlijke composieten : hout ( cellulose + lingine )
VRAAG 3) Wat zijn kunststoffen en de deelaspecten grondig bestuderen.
- synthetische macromoleculen overwegend van organische aard, die door plastische
vormgeving hun materiaalfunctie verkrijgen
⇨ macromoleculair karakter
= verbinding van veel atomen
⇨ organische aard
= verbinding met koolstof
⇨ plastische vormgeving
= van grondstof naar eindproduct > plastische vormgevingsfase
⇨ synthetische stoffen
= kunststoffen opgebouwd met behulp > chemische processen
➢ halfsynthetisch
= oorsprong uit de natuur
➢ volsynthetisch
= natuur nabootsen in de opbouw vd stof.
• Thermoplasten
= kunststoffen nadat macromoleculen gevormd zijn, bij normale temp vast en
hard zijn, en bij temp verhoging week en zacht worden
= lineaire moleculen al dan niet vertakt
= PE ( Polyutheen ) PP ( Polypropereen ) PC ( Polycarbonaat )
• Thermoharders
= kunststoffen 1 x vormbaar
= als de macromoleculen gevormd zijn kunnen ze niet meer worden verweekt
= ontsmeltbaar
= 3D macromoleculen, netwerk van ketens
= EP(Epoxyhars) PUR (Polyurethaan ) UP ( Onverzadigde polyester )
• elastomeren/kunstrubbers
= tussenvorm van thermoplasten en thermoharders
= voor netvorming heeft plaats gevonden vertonen ze kenmerken van
thermoplasten
= na vulkaniseren vertonen ze kenmerken van thermoharders
= netstructuur met wijde mazen
= Siloconenrubber, PUR ( Polyurethaanrubber ) SBR ( Styreenbutadieenrubber)