Les 4: sociaal handelen, interactie en communicatie, posities en relaties, rol en status
Sociaal handelen
Samenleven = elkaar ontmoeten
o Rekening houden met elkaar
o Handelen afstemmen op elkaar
“Sociaal handelen”
o Handelen zinvol betrokken op dat van de ander
o Gericht op voorbij, tegenwoordig of toekomstig handelen
Niet sociaal handelen
o Handelen gericht op object
Focus op voorwerp of object
o Innerlijk gericht handelen
Gericht op jezelf
Mediteren
Bidden
Dagdromen
o Gelijktijdig handelen
Bredere definitie van sociaal handelen
o Materieel maar ook sociale lading
Al dan niet botsende fietser
Andere opvatting over hoe je je als fietsers hoort te gedragen
4 grondcategorieën van sociaal handelen
Affectief sociaal Traditioneel sociaal
handelen handelen
Emotioneel sociaal handelen Onbewust volgen van
gewoonten, automatismen
Uitdrukking van instinctieve, en tradities
zintuiglijke, emotionele of
passionele toestand Gebaseerd op bepaald
principe
Doelgericht sociaal
Waarderationeel sociaal handelen
handelen
Het waardevolle van het Het systematisch
handelen zelf primeert verwezenlijken van
weloverwogen
Intrinsieke betekenis
doelstellingen
interactie en communicatie
, “Communicatie” betekenis geven aan handelen, inhoud, iets meegeven, interpreteren, taal,
gebaren, houding
“Interactie” wederzijdse reactie op elkaar, waarneembare handelingen in het
tussenmenselijke verkeer
Verschillende mechanismen ordenden de interactie
Beleefde inattentie
o Ongewild ontmoeten
Front-stage of backstage
o Backstage
Minder sociale beheersing verwacht
Minder formeel gedrag
Gevoelens de vrije loop
Fysieke afstand / Persoonlijke ruimte
o 4 zones
Intieme afstand
3 cm
Geliefden en familie
Persoonlijke afstand
30cm tot 1m
Vrienden en goede bekenden
Sociale afstand
Meer dan 1m tot 4m
Formele interacties en zakelijke gesprekken of interviews
Publieke afstand
Meer dan 4m
Contacten met groot publiek
“Ongerichte interactie” we zijn bewust van elkaars aanwezigheid, maar gaan niet over
tot directe interactie
o Non-verbaal
“Gerichte interactie” de interactiepartners drukken zich uitdrukkelijk tot elkaar
“Interactie tussen haakjes” de haakjes markeren het begin en het einde van de
interactie
Aantonen wanneer je een gesprek wil beëindigen door beetje uit de gesprekcirkel te
stappen op een receptie
Kenmerken van interactie
1. Frequentie
2. Regelmaat
a. Structuur en orde
3. Uitgebreidheid
a. Afgestemdheid
4. Coördinatie
a. Wie neemt initiatief
5. Richting
a. Wie heeft macht
6. De directheid van de interactie -> communicatieaspect van de interactie
a. Meest directe vorm: communicatie en interactie
b. Minst directe vorm: vorm en inhoud niet tegelijkertijd waarneembaar
Sociaal handelen
Samenleven = elkaar ontmoeten
o Rekening houden met elkaar
o Handelen afstemmen op elkaar
“Sociaal handelen”
o Handelen zinvol betrokken op dat van de ander
o Gericht op voorbij, tegenwoordig of toekomstig handelen
Niet sociaal handelen
o Handelen gericht op object
Focus op voorwerp of object
o Innerlijk gericht handelen
Gericht op jezelf
Mediteren
Bidden
Dagdromen
o Gelijktijdig handelen
Bredere definitie van sociaal handelen
o Materieel maar ook sociale lading
Al dan niet botsende fietser
Andere opvatting over hoe je je als fietsers hoort te gedragen
4 grondcategorieën van sociaal handelen
Affectief sociaal Traditioneel sociaal
handelen handelen
Emotioneel sociaal handelen Onbewust volgen van
gewoonten, automatismen
Uitdrukking van instinctieve, en tradities
zintuiglijke, emotionele of
passionele toestand Gebaseerd op bepaald
principe
Doelgericht sociaal
Waarderationeel sociaal handelen
handelen
Het waardevolle van het Het systematisch
handelen zelf primeert verwezenlijken van
weloverwogen
Intrinsieke betekenis
doelstellingen
interactie en communicatie
, “Communicatie” betekenis geven aan handelen, inhoud, iets meegeven, interpreteren, taal,
gebaren, houding
“Interactie” wederzijdse reactie op elkaar, waarneembare handelingen in het
tussenmenselijke verkeer
Verschillende mechanismen ordenden de interactie
Beleefde inattentie
o Ongewild ontmoeten
Front-stage of backstage
o Backstage
Minder sociale beheersing verwacht
Minder formeel gedrag
Gevoelens de vrije loop
Fysieke afstand / Persoonlijke ruimte
o 4 zones
Intieme afstand
3 cm
Geliefden en familie
Persoonlijke afstand
30cm tot 1m
Vrienden en goede bekenden
Sociale afstand
Meer dan 1m tot 4m
Formele interacties en zakelijke gesprekken of interviews
Publieke afstand
Meer dan 4m
Contacten met groot publiek
“Ongerichte interactie” we zijn bewust van elkaars aanwezigheid, maar gaan niet over
tot directe interactie
o Non-verbaal
“Gerichte interactie” de interactiepartners drukken zich uitdrukkelijk tot elkaar
“Interactie tussen haakjes” de haakjes markeren het begin en het einde van de
interactie
Aantonen wanneer je een gesprek wil beëindigen door beetje uit de gesprekcirkel te
stappen op een receptie
Kenmerken van interactie
1. Frequentie
2. Regelmaat
a. Structuur en orde
3. Uitgebreidheid
a. Afgestemdheid
4. Coördinatie
a. Wie neemt initiatief
5. Richting
a. Wie heeft macht
6. De directheid van de interactie -> communicatieaspect van de interactie
a. Meest directe vorm: communicatie en interactie
b. Minst directe vorm: vorm en inhoud niet tegelijkertijd waarneembaar