(prof Verschelden)
-
Laura Haeck
2018-2019
1
, DEEL 1: WAT IS RECHT?
HET RECHT: EEN GEHEEL VAN GEDRAGSREGELS
Enkele definities
Recht → verschilt van maatschappij tot maatschappij
Bij ons: - geheel van gedragsregels
- met doel om de samenleving te ordenen
- maatschappij en menselijk handelen
- gedragsregels + handhavingsregels
- Objectief Recht → algemeen omschreven feiten met algemeen omschreven gevolgen
Hypothetische structuur: wnr feiten beatwoorden aan de hypothese (in de norm)
bepaalt de norm de rechtsgevolgen
- Subjectief Recht → juridisch bekrachtigde aanspraken/bevoegdheden die rechtssubject kan uitoefenen
om doel te bereiken
- Privaatrecht → rechtsregels die de private rechtsverhoudingen tussen de burgers regelen
- Publiekrecht → regelt uitoefening staatsgezag
Rechtsfeiten → Feiten waaraan rechtsregen w° verbonden vb. art 57,2 BW, overlijden, dr rood rijden
Rechtshandelingen → menselijke wilsverklaringen waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt en die tot doel zijn
deze rechtsgevolgen te verwezenlijken vb. euthanasieverklaring, kind erkennen, schenking...
Rechtsgevolgen → gevolgen die het recht koppelt aan feiten die beantwoorden aan de hypothese in de norm
Centrale elementen in het begrip recht
Geheel v gedragsregelen met bijkomende institutionele voorschriften
Rechtsregelen → schrijven gedragswijze voor, hoe iets moet (meestal bevel of verbod)
Toepasbaarheid hangt af van de wil vd burger zelf;
- soms enkel zij die willen gebruik maken van bepaalde juridische instelling
Vb. plichten voor echtgenoten
- voor iedereen
Vb. strafrecht
Onderscheid aanvullend of dwingend recht
- imperatief/dwingend: men kan er niet vanaf wijken
MEEST DWINGEND
Vb. delen van publiekrecht, personen-en familierecht (privaatrecht)
- suppletief/aanvullend: men kan zelf een eigen regeling instellen (voorrang op wet!)
MINST DWINGEND
Vb. koop-verkoopovereenkomst uit BW
Ontlenen gelding aan wil vd maatschappij
Gedragsregel → voorgeschreven door rechtsregelen
Kern van het objectief recht samen met ‘bijkomende voorschriften die het nodige institutioneel en
begripsmatig kader vormen
2
, Rechtsregelen w° opgelegd door de maatschappij
Minder ontwikkeld rechtsstelsel → rechtsregelen (= wil vd maatschappij) > gewoonterecht
Ontwikkeld rechtsstelsel → rechtsregelen > wetgevende organen
vb. in België: parlement maakt wetten, federale regering besluiten regels vr de
toepassing vd wetten in onder meer koninklijk besluiten
Het doel van rechtsregelen: de ordening vd maatschappij
Evenwicht: conflicterende belangen >< verschillende leden vd maatschappij
Wijze: beperkingen opleggen aan ieders vrijheid
Politieke, administratieve en gerechtelijke instellingen → rechtsregelen formuleren, toepassen en handhaven
Voorwaarden van rechtsregelen: - rechtszekerheid → voldoen aan eisen;
- voorspelbaarheid (nemo consetur ignorare legem)
- relatieve vastheid (niet te vaak veranderen)
- algemeenheid (abstract geformuleerd)
- onderling consistent (wet verandert, maar de
andere veranderen niet mee)
- rechtvaardig → hangt af van maatschappelijke en filosofische opvattingen
➔ recht is dynamisch!
Wel enkele essentiële menselijke waarden
➔ zie grondrechten, EVRM
- doeltreffend → afhankelijk vd aangepastheid vd middelen aan de
beleidsdoelstellingen
die zijn afhankelijk van de niet-juridische gegevens
➔ afh vd mate wrin de wetgever de nt-juridische gegevens
in normen kan opnemen
Te weinig evaluatie → men pleit in België voor de invoering van Wetsevaluatie
Rechtsregelen w° gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag
Maatregelen w° genomen om de naleving van rechtsregelen te verzekeren;
- uitvoerende macht → zorgt voor uitvoeringsmaatregelen
Werking w° geregeld in administratief recht
- rechterlijke macht → sanctionering van overtredingen
In het publiekrecht → overheid neemt zelf initiatief (> OM)
In het privaatrecht → burger moet zelf initiatief nemen om via gerechtelijke procedure de overtreding te
sanctioneren
Soms geringe afdwingbaarheid omdat effectieve sancties ontbreken → grondwettelijk recht en volkenrecht
Synthese
Het recht is een geheel v gedragsregelen en ermee samenhangende institutionele voorschriften, uitgevaardigd en
gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag, met het oog op een doeltreffende, rechtszekere en
rechtvaardige ordening van de maatschappij.
3
, RELATIVITEIT VAN DEZE BENADERING
Common law → GB, VS, Canada, Australië
Meer aandacht voor oplossing concrete gevallen (cases) dan voor de opbouw van geheel v regels
Marxistische opvatting → recht is middel tot onderdrukking van lagere klassen door de heersende klasse
Marx wil klasseloze maatschappij (via communisme), dus geen plaats voor recht!
Traditionele Afrikaanse recht → geen rechtsregels, maar overleg en sociale gedragspatronen
Verzoening en overreding
Verre Oosten → geen rechtsregels, maar overleg en sociale gedragspatronen
Sociale gedragsregelen zijn essentieel
Vb. Japan → gerechtelijke procedure was mislukking
Kritisch over het Westen:
Niet te sterk gefocust op de instrumentele functie (ordenen)?
Waarom niet de humaniserende functie? → taak van jurist is dan ruimer;
Niet enkel advies of bijstand, maar belangrijker is dan communicatie
en omgaan met emoties
→ alternatieve geschillenoplossing;
Oplossing komt van de partijen zelf, geleid door professional
= bemiddeling
4