Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 34 páginas
Resumen

Samenvatting Farmacologie

Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 34 páginas

Dit is een uitgebreide BOK uitwerking van het vak farmacologie! Alles is er in verwerkt.

Vista previa del contenido

BOK FC1

Cursus Farmacologie 1a
1. Cellen en organen en algemene farmacologie
 Je kunt een definitie geven van anatomie, fysiologie, pathologie en farmacologie.
- Anatomie  Houdt zich bezig met de structuur, functie en ontwikkeling van de cellen,
weefsels en organen waaruit het lichaam is samengesteld. = opbouw van ons lichaam.

- Fysiologie  Houdt zich bezig met de mechanismen van het functioneren vanaf de cel tot
het gehele lichaam. = hoe werkt ons lichaam.

- Pathologie  Houdt zich bezig met de functies van ziektes van organenen. = het ontstaan
en verloop van ziektes in ons lichaam.

- Farmacologie  houdt zich bezig met de werking van geneesmiddelen in het lichaam =
werking van geneesmiddelen in ons lichaam.

 Je kunt de verschillende organisatieniveaus van het menselijk lichaam benoemen:
chemisch niveau, celniveau, weefselniveau, orgaanniveau en niveau van orgaanstelsel.
- Chemisch niveau  atomen , de kleinste stabiele bouwstenen van de materie, ze
verbinden zich met elkaar tot moleculen. Voorbeeld = complex eiwitmolecuul

- Celniveau  verschillende moleculen vertonen samen een interactie, zodat er grotere
structuren ontstaan. Elk type structuur heeft een specifieke functie in de cel. Cellen
vormen het cellulaire organisatieniveau. Voorbeeld = hartspiercel

- Weefsel niveau  een weefsel bestaat uit gelijke cellen die samenwerken om een
specifieke functie uit te voeren. Voorbeeld = hartspierweefsel

- Orgaanniveau  twee of meer verschillende weefsels die samenwerken om een functie
uit te voeren. Voorbeeld = hart

- Orgaanstelsel  organen die samenwerken om een bepaalde functie te kunnen
uitvoeren. Voorbeeld = hormoonstelsel

 Je kunt van de volgende orgaanstelsels de organen benoemen en de functie uitleggen:
huid, beenderstelsel, spierstelsel, zenuwstelsel, hormoonstelsel, cardiovasculaire
stelsel, lymfestelsel, ademhalingstelsel, spijsverteringsstelsel.
Huid  De huid bestaat drie huidlagen (opperhuid, lederhuid en het onderhuids
bindweefsel), haarfollikels, zweetklieren, nagels, zintuigen en een subcutanelaag.
De functie van de huid is het beschermen van de lichaam tegen gevaren en utraviolette
stralingen vanuit de omgeving en speelt een rol bij het reguleren van de
lichaamstemperatuur.

- Beenderstelsel  Het beenderstelsel bestaat uit beenderen, kraakbeen, gewrichten,
skelet, ledematen en het beenmerg.
De functie van de beenderstelsel is stevigheid/vorm geven aan het lichaam, bescherming
van organen, opslag van mineralen, aanhechtingsplaats voor spieren en vorming van
rode/witte bloedcellen.

- Spierstelsel  Het spierstelsel bestaat uit skeletspieren, de gladde spieren en de
hartspieren.
De functie van de spierstelsel is het zorgen voor beweging en voorbeweging, maar ook
voor stevigheid en het produceren van warmte.

, - Zenuwstelsel  Het zenuwstelsel bestaat uit de hersenen, het ruggenmerg, de hersen-
en spinale zenuwen.
De functie van het zenuwstelel is het geleiden van onmiddelijke reactie door middel van
prikkels.

- Hormoonstelsel  Het hormoonstelsel bestaat uit verschillende klieren en die worden
uitgescheiden.
De functie van het hormoonstelsel is het reguleren van langdurige veranderingen in
andere orgaanstelsel. Dus het afgeven van hormonen en signalen door het lichaam.

- Cardiovasculaire stelsel  Het cadiovasculaire stelsel bestaat uit het hart, de slagaders,
haarvaten en de aders.
De functie van het cadiovasculaire stelsel is het vervoeren van bloed door het lichaan.
Hierdoor worden de voedingsstoffen en zuurstof richting de weefsels vervoerd, de
afvalstoffen en koolstofdioxide richting de nieren en de longen.

- Lymfestelsel  Het lymfestelsl bestaat uit de lymfeklieren, lymfevaten, thymus en de milt.
De functie van het lymfestelsel is het lichaam verdedigen tegen infecties en ziekten, maar
helpt ook om vocht uit de weefsels af te voeren naar de bloedsomloop.

- Ademhalingsstelsel  Het ademhalingsstelsel bestaat uit de neus, mondholte, keelholte,
luchtpijp, bronchiën en de longen.
De functie van het ademhalingsstelsel is het opnemen van zuurstof en het afgeven van
koolstofdioxide.

- Spijsverteringsstelsel  Het spijsverteringsstelsel bestaat uit een holle buis (mondholte,
slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm en de anus), waaraan verschillende organen
aan gekoppeld zijn.
De functie van het spijsverteringsstels is verwerken van voedsel in kleinere stukken. Het
opnemen van voedingsstoffen en het verwijderen van afvalproducten.

 Je kunt de functie van de volgende celorganellen benoemen: celkern, endoplasmatisch
reticulum, ribosomen en mitochondrieën.
- Celkern  De celkern bestaat uit de kernplasma, kernmembraan en de chromosomen
met de erfelijke informatie. De functie van de celkern is regeling van alle celprocessen.

- Endoplasmatisch reticulum  Het enoplasmatisch reticulum bestaat uit het ruw ER en het
glad ER. De functie van het ruw ER is het herbergen van de ribosomen en heeft daardoor
een rol in de eiwitsynthese in de cel. Het glad ER vervoert stoffen van het ruw ER naar het
Golgi-systeem.

- Ribosomen  De functie van ribosomen zijn het vormen van eiwitten, dus eiwitsynthese.

- Mitochondrieën  De functie van mitochondrieën zijn het vrijmaken van energie (ATP-
productie). Het voorziet de cel met energie.

 Je kunt de bouw en functie van eiwitten, lipiden, koolhydraten en suikers benoemen.
- Eiwitten  Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren, bouwstenen van het lichaam.
De functie van eiwitten zijn verschillend zoals de opbouw van cellen, het transporteren
van stoffen via het celmembraan en het opvangen van signalen door de cel. 4 soorten
eiwitten: receptoren, ionkanalen, enzymen en transporteiwitten.

- Lipiden  Lipiden zijn opgebouw uit 1 glycerol en 3 vetzuren, het zijn vetten. Er zijn twee
soorten vetten: onverzadigd (plantaardig) en verzadigd (dierlijk).
De functie van lipiden zijn het lichaam beschermen tegen de kou en het is een soort
energieopslag.

, - Koolhydraten  Koolhydraten bestaan uit aan eengeschakelde sachariden (suikers).
De functie van koolhydraten zijn het energie leveren aan het lichaam.

- Suikers  Suiker bestaat als twee vormen: ongeraffineerde (natuurlijk) en geraffineerde
(onnatuurlijk).
De functie van suikers is brandstof, het lichaam heeft brandstof nodig om energie te
kunnen leveren.

 Je kunt benoemen waar ATP voor nodig is.
ATP is de afkorting voor adenosinetrifosfaat, het is een klein pakketje energie dat de meeste
biochemische processen in de cel mogelijk maakt. ATP = energierijk en ADP = energiearm.
Het proces waarbij ADP tot ATP wordt opgeladen wordt celademhaling genoemd,

Formule hiervoor:
Koolhydraten/lipiden + zuurstof + ADP  ATP + koolstofdioxide + water + warmte

 Je kunt uitleggen dat een geneesmiddel werkt volgens de binding tussen een substraat
en een receptor.
Een substraat/chemische boodschapper past als een sleutel op een receptor. Dit komt
doordat de receptor de juiste ruimtelijke structuur heeft voor een binding aan het
substraat/chemsiche boodschapper. De moleculaire ruimtelijke structuur van het
geneesmiddel is bijna het zelfde als die van de substraat/chemische boodschapper die het
lichaam aanmaakt. Hierdoor is er binding mogelijk tussen het geneesmiddel en de receptor.
Die binding zorgt voor stimulatie of blokkade.

 Je kunt uitleggen waarom eiwitten goede aangrijpingspunten zijn voor geneesmiddelen
(3 redenen).
De drie redenen zijn:
- Er zijn veel verschillende eiwitten in veel verschillende weefsels, hierdoor zijn er veel
aangrijpingspunten.
- Eiwitten spelen een sleutelrol bij fysiologische processen en door geneneesmiddelen
hierop te laten aangrijpen, kunnen we deze fysiologisch processen beïnvloeden.
- Elk orgaan en elk weefsel heeft een eigen specifiek eiwit dat kenmerkend is voor dat
orgaan en weefsel. Nu ontstaat er een mogelijkheid om een geneesmiddel te ontwerpen
dat zich uitsluitend op dat orgaan of weefsel richt. Dit levert dan voorspelbare resultaten
op.

 Je kunt de vier eiwitten benoemen waarop geneesmiddelen aangrijpen: receptoren.
ionkanalen, enzymen, transporteiwitten.
OK 
- Receptoren  Geneesmiddelen binden zich aan een receptor molecuul, volgens het
sleutel-slot-principe. Als het ‘klikt’ volgt er een reactie, therapeutisch effect.

- Ionkanalen  Door de natriumkanalen in een pijnneuron te blokkeren met lidocaïnd wordt
voorkomen dat pijn signalen zich langs het neuron voortplanten en de hersenen bereiken.

- Enzymen  Een geneesmiddel dat bindt aan de actieve plaats van enzym 2 onderbreekt
de reactieketen en voorkomt dat substraat B in subtraat C wordt omgezet.

- Transporteiwitten  Bevinden zich in het celmembraan. Zij transporteren stoffen door het
membraan d.m.v. ATP. Geneesmiddelen blokkeren dan het transportmechanisme. i

 Je kunt uitleggen wat een receptor is en welke rol deze speelt in werking van de cel.
Receptoren zijn eiwitten die op het celmembraan zitten en ook binnen in de cellen voorkomen.
Het zijn aangrijpingspunten voor chemische boodschappers. Veel chemische stoffen kunnen
door een celmembraan heen, zij binden zich dan aan receptoren. Dit is het sleutel-slot-
principe.

Información del documento

Estudio
Subido en
28 de enero de 2019
Número de páginas
34
Escrito en
2018/2019
Tipo
Resumen
$9.00
Comprado por 29 estudiantes

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Vendido
108
Seguidores
81
Artículos
0
Última venta
2 meses hace

Reseñas de compradores verificados




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes