Een zichtbaar verleden?
Bordieu: smaak is klassebepaald
Veldtheorie = er zijn verschillende spelers in het veld die bepalen wat goed is of niet, die
spelers zijn personen of instantess
Consecrate = het gaat om de erkenning van werk als authentek, veel waard etcs (betekenis
nog googlen)
Wat is de centrale vraag van de tekst? (Markeer daarbij in de tekst zelf de kernzinnen)
Er is sprake van een roep om euthentciteit en illusie, wetenschap en drama, didactek en
amusements Moet het museum esthetsch genot bieden? Moet het de bezoekers door de
confrontate met authenteke objecten historisch besef bijbrengen? ff misschien zelfs
bewoners van onze moerasdelta een identteit verschafen?
uit onderzoek blijkt dat mensen historische museau bij uitstek betrouwbare
informateverschafers van het verledens Een gevisualiseerd verleden lijkt vooral
betrouwbaarheid uit te stralen als het door een museum wordt gepresenteerds Pas daarna
vertrouwt men op de talige verhalen van personen en boeken, de visuelisering van televisie
en flm wordt het minst betrouwbaar gevonden
Wat is de redenering die de auteur in deze tekst over deze vraag uiteen zet? Leg de
hoofdgedachte in je eigen woorden uit en verwijs naar de bladzijden om passages tjdens
het werkcollege sneller terug te kunnen vinden
Er is sprake van een ingewikkeld samenspel tussen authentek object, interpretate,
verhalende context en de presentate daarvan in een hedendaagse visuele cultuur die wordt
gekarakteriseerd door media-events, zapgedrag en het beleven van pleasure aan beeldens
Welke grote onderdelen/lijnen kan je onderscheiden in de tekst? (Markeer daarbij in de
tekst zelf de belangrijke passages)
fm te beginnen is er de vraag naar het wantrouwen dat professionele historici en andere
dienaren van het woord van oudsher voelen tegenover beelden in het algemeens Vervolgens
komt de vraag aan de orde hoe het verleden door museum objecten en de visuele context
eromheen kan worden gevisualiseerd, en wat er dan eigenlijk wordt gevisualiseerd:
schoonheid, herinnering, het sacrale of het profanes Tot slot volgt aan de hand van
eigentjdse voorbeelden, een beschrijving van de manieren waarop het verleden kan worden
verbeeld in de visuele cultuur van het begin van de eenentwintgste eeuws
Welke concepten gebruikt of presenteert de auteur hierbij? Probeer deze ook in je eigen
woorden uit te leggen. Licht vak begrippen die aangehaald worden voldoende toe
Inleiding
Het zijn hoogtepunten in musea die het verleden zichtbaar willen makens
Als we van hun echtheid overtuig zijn kunnen voorwerpen ons een historische sensate
verschafens
Bordieu: smaak is klassebepaald
Veldtheorie = er zijn verschillende spelers in het veld die bepalen wat goed is of niet, die
spelers zijn personen of instantess
Consecrate = het gaat om de erkenning van werk als authentek, veel waard etcs (betekenis
nog googlen)
Wat is de centrale vraag van de tekst? (Markeer daarbij in de tekst zelf de kernzinnen)
Er is sprake van een roep om euthentciteit en illusie, wetenschap en drama, didactek en
amusements Moet het museum esthetsch genot bieden? Moet het de bezoekers door de
confrontate met authenteke objecten historisch besef bijbrengen? ff misschien zelfs
bewoners van onze moerasdelta een identteit verschafen?
uit onderzoek blijkt dat mensen historische museau bij uitstek betrouwbare
informateverschafers van het verledens Een gevisualiseerd verleden lijkt vooral
betrouwbaarheid uit te stralen als het door een museum wordt gepresenteerds Pas daarna
vertrouwt men op de talige verhalen van personen en boeken, de visuelisering van televisie
en flm wordt het minst betrouwbaar gevonden
Wat is de redenering die de auteur in deze tekst over deze vraag uiteen zet? Leg de
hoofdgedachte in je eigen woorden uit en verwijs naar de bladzijden om passages tjdens
het werkcollege sneller terug te kunnen vinden
Er is sprake van een ingewikkeld samenspel tussen authentek object, interpretate,
verhalende context en de presentate daarvan in een hedendaagse visuele cultuur die wordt
gekarakteriseerd door media-events, zapgedrag en het beleven van pleasure aan beeldens
Welke grote onderdelen/lijnen kan je onderscheiden in de tekst? (Markeer daarbij in de
tekst zelf de belangrijke passages)
fm te beginnen is er de vraag naar het wantrouwen dat professionele historici en andere
dienaren van het woord van oudsher voelen tegenover beelden in het algemeens Vervolgens
komt de vraag aan de orde hoe het verleden door museum objecten en de visuele context
eromheen kan worden gevisualiseerd, en wat er dan eigenlijk wordt gevisualiseerd:
schoonheid, herinnering, het sacrale of het profanes Tot slot volgt aan de hand van
eigentjdse voorbeelden, een beschrijving van de manieren waarop het verleden kan worden
verbeeld in de visuele cultuur van het begin van de eenentwintgste eeuws
Welke concepten gebruikt of presenteert de auteur hierbij? Probeer deze ook in je eigen
woorden uit te leggen. Licht vak begrippen die aangehaald worden voldoende toe
Inleiding
Het zijn hoogtepunten in musea die het verleden zichtbaar willen makens
Als we van hun echtheid overtuig zijn kunnen voorwerpen ons een historische sensate
verschafens