voortplanting 1
- andrologie: alles wat met mannelijk voortplantingsstelsel te maken heeft
- gynaecologie: alles wat met vrouwelijk voortplantingsstelsel te maken heeft
- theriogenologie: voortplanting bij dieren in het algemeen
- verloskunde: alles wat te maken heeft met de partus
anatomie van het vrouwelijk genitaalstelsel
koe
- bij grote huisdieren is het genitaal stelsel net onder het rectum dus is te onderzoeken
adhv een rectaal onderzoek
- baarmoeder ligt volledig gekromd
→ bevat veel kraakbeenringen in de cervix (oriëntatiepunt want de ovaria
liggen dichtbij)
- als ze grote hoornen hebben, hebben ze al meerdere keren gekalfd
→ baarmoeder keert nooit terug naar oorspronkelijke vorm
merrie
- baarmoeder ligt uitgestrekt en heeft geen kraakbeenringen
, - de bifurcatie van de hoornen is het oriëntatiepunt om de ovaria te vinden
→ de ovaria zijn veel groter dan bij een koe
- de cervix heeft longitudinale plooien die door oestrogeen dikker en korter worden in
de hengstige periode
- bij de dracht rolt de foetus zich op in een bolletje als die in de uterus zit ipv in de
hoorn (beenderen gaan dan fout verbenen: body pregnancy)
zeug
- hoornen zijn groter dan bij het rund want ze hebben meer nakomelingen
- in de cervix hebben ze interdigiterende plooien
→ penistop is kurkentrekkervormig
teef
- je kan geen rectaal onderzoek doen
- het genitaal stelsel kruipt naar dorsaal
→ ze
hebben een hele lange vagina dus intra uterinaal insemineren is moeilijk
- andrologie: alles wat met mannelijk voortplantingsstelsel te maken heeft
- gynaecologie: alles wat met vrouwelijk voortplantingsstelsel te maken heeft
- theriogenologie: voortplanting bij dieren in het algemeen
- verloskunde: alles wat te maken heeft met de partus
anatomie van het vrouwelijk genitaalstelsel
koe
- bij grote huisdieren is het genitaal stelsel net onder het rectum dus is te onderzoeken
adhv een rectaal onderzoek
- baarmoeder ligt volledig gekromd
→ bevat veel kraakbeenringen in de cervix (oriëntatiepunt want de ovaria
liggen dichtbij)
- als ze grote hoornen hebben, hebben ze al meerdere keren gekalfd
→ baarmoeder keert nooit terug naar oorspronkelijke vorm
merrie
- baarmoeder ligt uitgestrekt en heeft geen kraakbeenringen
, - de bifurcatie van de hoornen is het oriëntatiepunt om de ovaria te vinden
→ de ovaria zijn veel groter dan bij een koe
- de cervix heeft longitudinale plooien die door oestrogeen dikker en korter worden in
de hengstige periode
- bij de dracht rolt de foetus zich op in een bolletje als die in de uterus zit ipv in de
hoorn (beenderen gaan dan fout verbenen: body pregnancy)
zeug
- hoornen zijn groter dan bij het rund want ze hebben meer nakomelingen
- in de cervix hebben ze interdigiterende plooien
→ penistop is kurkentrekkervormig
teef
- je kan geen rectaal onderzoek doen
- het genitaal stelsel kruipt naar dorsaal
→ ze
hebben een hele lange vagina dus intra uterinaal insemineren is moeilijk