Wei & membraanprocessen
Melkeiwit in koemelk
Eiwitten in melk
Serum
eiwitten
- Natief: zuur stabiel
- Denatureren bij verhitten
Zwavelbruggen laten los, globulaire vorm verdwijnt
Oplosbaarheid lager, en nu wel zuur instabiel
Bindt meer water
- Behoorlijk goed oplosbaar net niet helemaal helder
- Zuurstabiel en doorzichtig eiwit in helder drankje = gewenst
Denaturatie serumeiwitten
Denaturatie serum eiwitten: invloed pH
- Bij lage pH geeft verhitting meer
denaturatie
- Bij lagere pH is meer gedenatureerd
1
, Weisoorten
- Kaaswei – zoete wei (chymosine)
- Caseïnewei – zure wei (pH daling)
Kaaswei: proces en samenstelling
- Ongeveer 37% van k-caseïne wordt afgeknipt en komt in
kaaswei wordt dan GMP Glyco macropeptide
- Verschil serumeiwit en wei-eiwit Wei-eiwit bevat ook gedeelte van k-caseïne
- verschil 1e en 2e wei in samenstelling:
2e = dunnere wei = meer verdund =
minder lactose (door extra toevoeging
water)
1e wei: nitraat niet geschikt voor
babyvoeding
Niet altijd wordt 1e en 2e wei
samengevoegd
- Glycomacro peptiden mist in tabel
- NPN: non protein nitrogen
Stikstofgehalte belangrijk veel is niet
gebonden aan eiwit 35% eiwit in WPC is vaak maar 30% eiwit (doordat er ook best
veel NPN inzit)
Caseïnewei: proces
2
, Principe membranen
- Membranen: flters met verschillende poriegrootte
- Drijvende kracht:
Δp (drukverschil)
Δc (concentratieverschil)
ΔT (temperatuurverschil)
ΔE (elektrisch potentiaalverschil)
- Principe
Aangelegd drukverschil is schrijvende
kracht
Scheiding op basis van deeltjesgrootte
Vloeistof dat membraan passeert = permeaat
Vloeistof die achterblijft = retentaat
Type vloeistof die achterblijft/doorgaat hangt af van soort membraan
Soorten membraanprocessen
- Microfltratie (MF):
Door membraan:
opgeloste
macromoleculen: eiwit
3
Melkeiwit in koemelk
Eiwitten in melk
Serum
eiwitten
- Natief: zuur stabiel
- Denatureren bij verhitten
Zwavelbruggen laten los, globulaire vorm verdwijnt
Oplosbaarheid lager, en nu wel zuur instabiel
Bindt meer water
- Behoorlijk goed oplosbaar net niet helemaal helder
- Zuurstabiel en doorzichtig eiwit in helder drankje = gewenst
Denaturatie serumeiwitten
Denaturatie serum eiwitten: invloed pH
- Bij lage pH geeft verhitting meer
denaturatie
- Bij lagere pH is meer gedenatureerd
1
, Weisoorten
- Kaaswei – zoete wei (chymosine)
- Caseïnewei – zure wei (pH daling)
Kaaswei: proces en samenstelling
- Ongeveer 37% van k-caseïne wordt afgeknipt en komt in
kaaswei wordt dan GMP Glyco macropeptide
- Verschil serumeiwit en wei-eiwit Wei-eiwit bevat ook gedeelte van k-caseïne
- verschil 1e en 2e wei in samenstelling:
2e = dunnere wei = meer verdund =
minder lactose (door extra toevoeging
water)
1e wei: nitraat niet geschikt voor
babyvoeding
Niet altijd wordt 1e en 2e wei
samengevoegd
- Glycomacro peptiden mist in tabel
- NPN: non protein nitrogen
Stikstofgehalte belangrijk veel is niet
gebonden aan eiwit 35% eiwit in WPC is vaak maar 30% eiwit (doordat er ook best
veel NPN inzit)
Caseïnewei: proces
2
, Principe membranen
- Membranen: flters met verschillende poriegrootte
- Drijvende kracht:
Δp (drukverschil)
Δc (concentratieverschil)
ΔT (temperatuurverschil)
ΔE (elektrisch potentiaalverschil)
- Principe
Aangelegd drukverschil is schrijvende
kracht
Scheiding op basis van deeltjesgrootte
Vloeistof dat membraan passeert = permeaat
Vloeistof die achterblijft = retentaat
Type vloeistof die achterblijft/doorgaat hangt af van soort membraan
Soorten membraanprocessen
- Microfltratie (MF):
Door membraan:
opgeloste
macromoleculen: eiwit
3