Orgaansystemen Samenvatting
Hart en Circulatie
Tricuspidale klep= rechter AV klep
Mitralisklep/bicuspidale klep= linker AV klep
Autoritmische cellen= myocardcellen die spontaan actiepotentialen genereren (1% van myocard)
Actiepotentiaal komt via gap junctions in glanslijnen bij andere cellen
Begint in SA knoop via AV knoop naar ventrikels via Purkinjevezels zodat ventrikel contractie in
juiste richting gaat. Ook vertraging zodat atrium contractie klaar is zodra ventrikels samentrekken
1. Actiepotentiaal komt aan bij contractiele cel en beweegt over sarcolemma in de t-tubuli
opent spanningsafhankelijke L-type Ca2+ kanalen in het celmembraan
2. Ca2+ komt de cel in door deze kanalen, mee met de elektrische gradiënt
3. Ca2+ opent ryanodine receptor Ca2+ afgifte kanalen (RyR)
4. Als RyR kanalen openen opgeslagen Ca2+ stroomt uit SR, het cytosol in
5. Meerdere Ca2+ ‘vonken’ van verschillende RyR kanalen zorgen voor een Ca2+ signaal
6. Ca2+ bindt aan troponine en initieert een cyclus van crossbridge vorming en beweging
7. Wanneer de Ca2+ concentratie in het cytosol weer daalt, laat het los van troponine
myosine laat actine vrij en de filamenten gaan terug naar ontspannen positie
8. In skeletspiercellen: Ca2+ terug opgenomen in SR met Ca2+-ATPase
9. In hartspiercellen wordt Ca2+ verwijderd door Na+-Ca2+ exchanger (NCX)
10. 1 Ca2+ wordt tegen zijn elektrochemische gradiënt de cel uit gepompt in ruil voor 3 Na+,
natrium wordt weer verwijderd door Na+-K+-ATPase
SERCA pompt Ca terug het SR in
ICF: veel kalium en grote negatieve ionen
ECF: veel natrium en chloride
Na+ wil cel in (depolarisatie), K+ wil cel uit (re-/hyperpolarisatie)
Spanningsverschillen over membraan:
• Graded potentials sterke signalen over korte afstanden, verliezen sterkte door afstand:
nog sterk genoeg (drempelwaarde), dan actiepotentiaal
• Actiepotentialen korte, grote depolarisaties over lange afstanden door een neuron zonder
verlies van sterkte: Na-kanalen worden steeds opnieuw open gezet
,Zowel activatie als inactivatie poorten van Na-kanalen reageren op depolarisatie activatie poort
reageert sneller
Absolute refractaire periode= tijd nodig om Na-kanalen te resetten naar rust positie
Relatieve refractaire periode= na absolute, waarin sommige Na-kanalen al wel gereset zijn en
andere niet, K-kanalen zijn nog wel open. Na-kanalen moeten met een hogere drempelwaarde
geopend worden
4: rustpotentiaal (-90 mV)
0: depolarisatie verspreidt via gap junctions
1: initiatie repolarisatie Na-kanalen sluiten, K-kanalen
open: cel uit
2: plateau afname K permeabiliteit en toename Ca
permeabiliteit. Ca-kanalen worden geactiveerd bij
depolarisatie zijn langzaam open gegaan tijdens fase 0+1
3: snelle repolarisatie Ca-kanalen dicht en K
permeabiliteit neemt toe, al geactiveerd bij depolarisatie
maar erg langzaam. Daarna snel dicht rustpotentiaal
Actiepotentiaal 100x langer dan neuronaal door Ca de cel
in plateaufase
Vm=Ek doordat K-geleidbaarheid in rust hoog is
Rust tussen samentrekking is nodig zodat bloed de
ventrikels in kan
Cardiac Output= hartminuutvolume
- Frequentie* slagvolume
Parasympatisch:
• Acetylcholine (ACh) vertraagt hartslag activeert receptoren die K en Ca kanalen in
pacemaker cel beïnvloeden
o K permeabiliteit neemt toe hyperpolarisatie
o Ca permeabiliteit neemt af vertraagt depolarisatie snelheid
Het duurt langer om de drempelwaarde te bereiken start actiepotentiaal vertraagt
Sympathisch:
• Toename van stroming door If en Ca-kanalen
o Door cAMP blijven If-kanalen langer open
• Kationen kunnen sneller naar binnen snellere depolarisatie van pacemaker
Drempelwaarde wordt sneller bereikt
P-golf= depolarisatie atria
QRS-complex= golf van ventriculaire depolarisatie
Q-golf= soms absent depolarisatie septum
T-golf= repolarisatie ventrikels
, Atria repolarisatie is meegenomen in QRS-complex
Atria depolarisatie atria contractie (laatste deel P, door tijdens P-R segment) vertraging van
elektrisch signaal door AV knoop en AV bundel (P-R segment) ventriculaire contractie (na Q-golf,
door tijdens T-golf) repolarisatie ventrikels (T-golf) hart in rust (T-P segment)
Evenwichtspotentiaal kleiner dan membraanpotentiaal ion stroomt cel uit (K)
Gelijk aan elkaar evenveel in als uit: netto 0
Evenwichtspotentiaal groter ion stroomt cel in (Na)
Repolarisatievolgorde is omgekeerd aan depolarisatievolgorde:
- De eerste depolariserende cel is de laatste repolariserende cel
o Actiepotentiaal van eerste depolariserende cellen is langer dan die van de laatste
depolariserende cellen
▪ Cellen die als eerst depolariseren hebben de langste actiepotentialen
Van binnen naar buiten:
• Tunica intima bruine endotheel met blauwe lamina
elastica interna
• Tunica media spierlaag (glad)
• Tunica adventitia bindweefsel
Vasa vosorum kleine bloedvaatjes in wand van grote arteriën
De 3 lagen van vaatwand zijn goed te onderscheiden in de
musculeuze arteriën: overgang tunica intima en tunica media
wordt duidelijk gemarkeerd door lamina elastica interna
Tunica media= dikke laag gladde spiercellen, met daartussen collagene en elastische vezels. De
buitenste laag van de media= elastica externa
Hart en Circulatie
Tricuspidale klep= rechter AV klep
Mitralisklep/bicuspidale klep= linker AV klep
Autoritmische cellen= myocardcellen die spontaan actiepotentialen genereren (1% van myocard)
Actiepotentiaal komt via gap junctions in glanslijnen bij andere cellen
Begint in SA knoop via AV knoop naar ventrikels via Purkinjevezels zodat ventrikel contractie in
juiste richting gaat. Ook vertraging zodat atrium contractie klaar is zodra ventrikels samentrekken
1. Actiepotentiaal komt aan bij contractiele cel en beweegt over sarcolemma in de t-tubuli
opent spanningsafhankelijke L-type Ca2+ kanalen in het celmembraan
2. Ca2+ komt de cel in door deze kanalen, mee met de elektrische gradiënt
3. Ca2+ opent ryanodine receptor Ca2+ afgifte kanalen (RyR)
4. Als RyR kanalen openen opgeslagen Ca2+ stroomt uit SR, het cytosol in
5. Meerdere Ca2+ ‘vonken’ van verschillende RyR kanalen zorgen voor een Ca2+ signaal
6. Ca2+ bindt aan troponine en initieert een cyclus van crossbridge vorming en beweging
7. Wanneer de Ca2+ concentratie in het cytosol weer daalt, laat het los van troponine
myosine laat actine vrij en de filamenten gaan terug naar ontspannen positie
8. In skeletspiercellen: Ca2+ terug opgenomen in SR met Ca2+-ATPase
9. In hartspiercellen wordt Ca2+ verwijderd door Na+-Ca2+ exchanger (NCX)
10. 1 Ca2+ wordt tegen zijn elektrochemische gradiënt de cel uit gepompt in ruil voor 3 Na+,
natrium wordt weer verwijderd door Na+-K+-ATPase
SERCA pompt Ca terug het SR in
ICF: veel kalium en grote negatieve ionen
ECF: veel natrium en chloride
Na+ wil cel in (depolarisatie), K+ wil cel uit (re-/hyperpolarisatie)
Spanningsverschillen over membraan:
• Graded potentials sterke signalen over korte afstanden, verliezen sterkte door afstand:
nog sterk genoeg (drempelwaarde), dan actiepotentiaal
• Actiepotentialen korte, grote depolarisaties over lange afstanden door een neuron zonder
verlies van sterkte: Na-kanalen worden steeds opnieuw open gezet
,Zowel activatie als inactivatie poorten van Na-kanalen reageren op depolarisatie activatie poort
reageert sneller
Absolute refractaire periode= tijd nodig om Na-kanalen te resetten naar rust positie
Relatieve refractaire periode= na absolute, waarin sommige Na-kanalen al wel gereset zijn en
andere niet, K-kanalen zijn nog wel open. Na-kanalen moeten met een hogere drempelwaarde
geopend worden
4: rustpotentiaal (-90 mV)
0: depolarisatie verspreidt via gap junctions
1: initiatie repolarisatie Na-kanalen sluiten, K-kanalen
open: cel uit
2: plateau afname K permeabiliteit en toename Ca
permeabiliteit. Ca-kanalen worden geactiveerd bij
depolarisatie zijn langzaam open gegaan tijdens fase 0+1
3: snelle repolarisatie Ca-kanalen dicht en K
permeabiliteit neemt toe, al geactiveerd bij depolarisatie
maar erg langzaam. Daarna snel dicht rustpotentiaal
Actiepotentiaal 100x langer dan neuronaal door Ca de cel
in plateaufase
Vm=Ek doordat K-geleidbaarheid in rust hoog is
Rust tussen samentrekking is nodig zodat bloed de
ventrikels in kan
Cardiac Output= hartminuutvolume
- Frequentie* slagvolume
Parasympatisch:
• Acetylcholine (ACh) vertraagt hartslag activeert receptoren die K en Ca kanalen in
pacemaker cel beïnvloeden
o K permeabiliteit neemt toe hyperpolarisatie
o Ca permeabiliteit neemt af vertraagt depolarisatie snelheid
Het duurt langer om de drempelwaarde te bereiken start actiepotentiaal vertraagt
Sympathisch:
• Toename van stroming door If en Ca-kanalen
o Door cAMP blijven If-kanalen langer open
• Kationen kunnen sneller naar binnen snellere depolarisatie van pacemaker
Drempelwaarde wordt sneller bereikt
P-golf= depolarisatie atria
QRS-complex= golf van ventriculaire depolarisatie
Q-golf= soms absent depolarisatie septum
T-golf= repolarisatie ventrikels
, Atria repolarisatie is meegenomen in QRS-complex
Atria depolarisatie atria contractie (laatste deel P, door tijdens P-R segment) vertraging van
elektrisch signaal door AV knoop en AV bundel (P-R segment) ventriculaire contractie (na Q-golf,
door tijdens T-golf) repolarisatie ventrikels (T-golf) hart in rust (T-P segment)
Evenwichtspotentiaal kleiner dan membraanpotentiaal ion stroomt cel uit (K)
Gelijk aan elkaar evenveel in als uit: netto 0
Evenwichtspotentiaal groter ion stroomt cel in (Na)
Repolarisatievolgorde is omgekeerd aan depolarisatievolgorde:
- De eerste depolariserende cel is de laatste repolariserende cel
o Actiepotentiaal van eerste depolariserende cellen is langer dan die van de laatste
depolariserende cellen
▪ Cellen die als eerst depolariseren hebben de langste actiepotentialen
Van binnen naar buiten:
• Tunica intima bruine endotheel met blauwe lamina
elastica interna
• Tunica media spierlaag (glad)
• Tunica adventitia bindweefsel
Vasa vosorum kleine bloedvaatjes in wand van grote arteriën
De 3 lagen van vaatwand zijn goed te onderscheiden in de
musculeuze arteriën: overgang tunica intima en tunica media
wordt duidelijk gemarkeerd door lamina elastica interna
Tunica media= dikke laag gladde spiercellen, met daartussen collagene en elastische vezels. De
buitenste laag van de media= elastica externa