HOOFDSTUK 13 BLOEDVATEN EN BLOEDSOMLOOP
KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
- Geef de algemene naam van de opeenvolgende bloedvaten (= begin bij arterie, en
eindig bij venen).
Arterie
Arteriole
Capillair
Venule
Vene
Eigenschappen
Stevigheid
o Collageen
Elasticiteit
o Elastine
Vasodilatatie en vasoconstrictie (=vasomotoriek)
o Gladde spiercel
- Leg uit hoe de systolische en diastolische bloeddruk wijzigen doorheen hun verloop
over de grote bloedsomloop. Teken hiervoor een grafiek en vergeet niet om de assen
te benoemen.
Het hart pompt met grote druk het bloed de slagaders in dit zorgt voor druk in de
bloedvaten = de bloeddruk. Dit is niet gelijk langs de volledige stroom route. (zie grafiek)
- Wat hierna komt is het antwoord op een ander keypoint namelijk: Teken en bespreek
de verschillende krachten die inwerken op de wanden van een capillair? Teken
hiervoor een grafiek en vergeet niet om de assen te benoemen.
, De bloeddruk zorgt ervoor dat het bloed tegen de wanden van het capilair geduwd. Dit
zorgt ervoor dat verschillende onderdelen van het bloed uit de wand worden gewuwd =
filtratie. Dit zijn vooral:
Water
Voedingsstoffen
o Koolhydraten
o Vetten
o Eiwitten
Afvalstoffen
Elektrolyten
Behalve grotere delen zoals:
Cellen van het bloed
o Rode bloedcellen/erytrocyten
o Witte bloedcellen/leukocyten
o Bloedplaatjes/trombocyten Bloed: plasma
Albuminen: de groep van de grootste
Tussen de cellen: interstitieel vocht
eiwitten in het bloed
Lymfevat: lymfe
Bloed: plasma
De bloeddruk daalt fors ter hoogte van een capillair
netwerk. Bij het begin van het netxerk is de bloeddruk veel hoger dan bij het einde van het
netwerk. Aan de arteriële kant van een capillair, in het begin, is er veel filtratie en wordt er
dus veel uitgeperst. Aan de veneuze kant, aan het einde, is er veel minder filtratie en wordt er
veel minder uitgeperst.
- Uit welke drie verschillende lagen is de bloedvatwand opgebouwd?
1) Tunica intima
Binnenste laag
Bestaat uit:
o Endotheel
o Onderliggende laag van bindweefsel -> vooral elastische vezels aanwezig
2) Tunica media
Middelste laag
Bevat:
o Glad spierweefsel in raamwerk van collagene en elastische vezels
o Collagene vezels verbinden 2 aan 1 en 3
Gladde spieren trekken samen -> diameter neemt af
3) Tunica externa
Vormt koker van bindweefsel rond bloedvat
Collagene vezels gaan met aangrenzende weefsels vervlechten.
KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
- Geef de algemene naam van de opeenvolgende bloedvaten (= begin bij arterie, en
eindig bij venen).
Arterie
Arteriole
Capillair
Venule
Vene
Eigenschappen
Stevigheid
o Collageen
Elasticiteit
o Elastine
Vasodilatatie en vasoconstrictie (=vasomotoriek)
o Gladde spiercel
- Leg uit hoe de systolische en diastolische bloeddruk wijzigen doorheen hun verloop
over de grote bloedsomloop. Teken hiervoor een grafiek en vergeet niet om de assen
te benoemen.
Het hart pompt met grote druk het bloed de slagaders in dit zorgt voor druk in de
bloedvaten = de bloeddruk. Dit is niet gelijk langs de volledige stroom route. (zie grafiek)
- Wat hierna komt is het antwoord op een ander keypoint namelijk: Teken en bespreek
de verschillende krachten die inwerken op de wanden van een capillair? Teken
hiervoor een grafiek en vergeet niet om de assen te benoemen.
, De bloeddruk zorgt ervoor dat het bloed tegen de wanden van het capilair geduwd. Dit
zorgt ervoor dat verschillende onderdelen van het bloed uit de wand worden gewuwd =
filtratie. Dit zijn vooral:
Water
Voedingsstoffen
o Koolhydraten
o Vetten
o Eiwitten
Afvalstoffen
Elektrolyten
Behalve grotere delen zoals:
Cellen van het bloed
o Rode bloedcellen/erytrocyten
o Witte bloedcellen/leukocyten
o Bloedplaatjes/trombocyten Bloed: plasma
Albuminen: de groep van de grootste
Tussen de cellen: interstitieel vocht
eiwitten in het bloed
Lymfevat: lymfe
Bloed: plasma
De bloeddruk daalt fors ter hoogte van een capillair
netwerk. Bij het begin van het netxerk is de bloeddruk veel hoger dan bij het einde van het
netwerk. Aan de arteriële kant van een capillair, in het begin, is er veel filtratie en wordt er
dus veel uitgeperst. Aan de veneuze kant, aan het einde, is er veel minder filtratie en wordt er
veel minder uitgeperst.
- Uit welke drie verschillende lagen is de bloedvatwand opgebouwd?
1) Tunica intima
Binnenste laag
Bestaat uit:
o Endotheel
o Onderliggende laag van bindweefsel -> vooral elastische vezels aanwezig
2) Tunica media
Middelste laag
Bevat:
o Glad spierweefsel in raamwerk van collagene en elastische vezels
o Collagene vezels verbinden 2 aan 1 en 3
Gladde spieren trekken samen -> diameter neemt af
3) Tunica externa
Vormt koker van bindweefsel rond bloedvat
Collagene vezels gaan met aangrenzende weefsels vervlechten.