Gedrag in context
1. Genderstereotypen
1.1. Inleiding – genderstereotypen
Hyperseksualiteit:
= terugkerende, intense en overmatige preoccupatie met seksuele fantasieën en gedragingen die
individuen maar moeilijk kunnen beheersen.
Dubbele standaard.
Beroepskeuze.
Genderrollen:
= een reeks gedragsnormen verbonden aan de verschillende geslachten in een bepaalde cultuur of
groep.
Van kleins af aan.
Kleding als consent
Andrew tate:
- Rolmodel
- Vrouwonvriendelijk als cool.
Vertrekpunt (theoretisch kader).
Gevolgen:
- Professionele keuzes
- Gezondheid
- Technologie
Verklaringen:
- Biologisch
- Psychologisch
- Sociaal
1.2. Theoretisch kader
1.2.1. Theoretisch kader – overzicht
Terminologie:
Sekse:
= biologisch geslacht van een individu (man/ vrouw/ intersekse persoon).
Gender:
= sociale en aangeleerde ideeën over “mannelijkheid, “vrouwelijkheid”, “non binair”.
sociale categorieën.
1
, De focus ligt vandaag op de sociale categorieën man & vrouw.
1.2.2. Theoretisch kader – prototypes
Prototypes:
= Aan elke groep die we vormen kennen we eigenschappen toe. Zo onderscheiden we de ene groep
van de andere.
3 eigenschappen:
1. Descriptief Feitelijke kenmerken, beschrijvend.
2. Evaluatief Gevoelens dat het beeld oproept (sympathie of
afkeer).
3. Prescriptief Gedrag dat de groep wel of niet mag stellen,
verwachtingen.
1.2.3. Theoretisch kader – eigenschappen
Wat:
Overtuigingen over de kenmerken van zowel vrouwen als mannen.
Vaak als volgt:
Vrouwelijke eigenschappen Mannelijke eigenschappen
- Warm - Competent
- Emotioneel - Stabiel
- Vriendelijk/ beleefd - Zelfzeker
- Gevoelig - Sterk en leidend
- Volgend en afhankelijk - Agressief
- Zachtaardig - Ongevoelig
Warm maar incompetent - Koud maar competent
1.3. Gevolgen
1.3.1. Professionele keuzes
Hoe ziet een ideale leidinggevende eruit? stabiel, zelfverzekerd, voortvarend,…
- Sterke overlap met stereotiepe trekken van mannen.
- De kenmerken toegeschreven aan vrouwen maken hen meer gepast voor ondersteunende
rollen, tegenover rollen van leiderschap.
Gevolgen:
- Onder representatie 8% van CEO’s in Fortune 500 zijn vrouwen, 29% alle hoge
management functies vervuld door vrouwen.
- Fenomeen van glass ceiling en glass cliff.
2
1. Genderstereotypen
1.1. Inleiding – genderstereotypen
Hyperseksualiteit:
= terugkerende, intense en overmatige preoccupatie met seksuele fantasieën en gedragingen die
individuen maar moeilijk kunnen beheersen.
Dubbele standaard.
Beroepskeuze.
Genderrollen:
= een reeks gedragsnormen verbonden aan de verschillende geslachten in een bepaalde cultuur of
groep.
Van kleins af aan.
Kleding als consent
Andrew tate:
- Rolmodel
- Vrouwonvriendelijk als cool.
Vertrekpunt (theoretisch kader).
Gevolgen:
- Professionele keuzes
- Gezondheid
- Technologie
Verklaringen:
- Biologisch
- Psychologisch
- Sociaal
1.2. Theoretisch kader
1.2.1. Theoretisch kader – overzicht
Terminologie:
Sekse:
= biologisch geslacht van een individu (man/ vrouw/ intersekse persoon).
Gender:
= sociale en aangeleerde ideeën over “mannelijkheid, “vrouwelijkheid”, “non binair”.
sociale categorieën.
1
, De focus ligt vandaag op de sociale categorieën man & vrouw.
1.2.2. Theoretisch kader – prototypes
Prototypes:
= Aan elke groep die we vormen kennen we eigenschappen toe. Zo onderscheiden we de ene groep
van de andere.
3 eigenschappen:
1. Descriptief Feitelijke kenmerken, beschrijvend.
2. Evaluatief Gevoelens dat het beeld oproept (sympathie of
afkeer).
3. Prescriptief Gedrag dat de groep wel of niet mag stellen,
verwachtingen.
1.2.3. Theoretisch kader – eigenschappen
Wat:
Overtuigingen over de kenmerken van zowel vrouwen als mannen.
Vaak als volgt:
Vrouwelijke eigenschappen Mannelijke eigenschappen
- Warm - Competent
- Emotioneel - Stabiel
- Vriendelijk/ beleefd - Zelfzeker
- Gevoelig - Sterk en leidend
- Volgend en afhankelijk - Agressief
- Zachtaardig - Ongevoelig
Warm maar incompetent - Koud maar competent
1.3. Gevolgen
1.3.1. Professionele keuzes
Hoe ziet een ideale leidinggevende eruit? stabiel, zelfverzekerd, voortvarend,…
- Sterke overlap met stereotiepe trekken van mannen.
- De kenmerken toegeschreven aan vrouwen maken hen meer gepast voor ondersteunende
rollen, tegenover rollen van leiderschap.
Gevolgen:
- Onder representatie 8% van CEO’s in Fortune 500 zijn vrouwen, 29% alle hoge
management functies vervuld door vrouwen.
- Fenomeen van glass ceiling en glass cliff.
2