1. Schmitt
Democratie: de wil van het volk staat centraal. Dit werkt alleen met een homogeen volk en
verwijdering van het heterogene.
Substantiële gelijkheid: gelijkheid binnen een groep waarbinnen homogeniteit bestaat.
Gelijkheid impliceert ongelijkheid
Door homogeniteit is er één volkswil, een vertegenwoordiging is dus niet nodig.
Hij is dus tegen parlementarisme. Democratie en parlementarisme gaan niet samen
het volk behoort direct te regeren.
Liberalisme: algemene gelijkheid
Tegenstelling ‘liberale democratie’
Tegen het maatschappelijke verdrag: het volk is immers homogeen
Geen constitutionele toetsing omdat een rechter niet namens de algemene wil van het volk
spreekt.
Rechtstreeks contact tussen regeerders en geregeerden
Tegen referendum: trekt de democratie in twijfel
2. Kelsen
‘Wezen en waarde van democratie’
Wezen: staatsvorm gevormd door de gemeenschapswil.
Idee en werkelijkheid democratie
Eenheid volk vs. Normatieve eenheid
Gemeenschapswil vs. Compromis
Subject = object vs. Subject is geen object
Subject: het volk wat regels vormt
Object: het volk wat regels ondergaat
Geen feitelijke maar normatieve eenheid
Politieke partijen noodzakelijk
- Anders geen invloed
- Verenigt gelijkgezinden
, 3. Berlin
Twee opvattingen van vrijheid
Twee manieren van gezagsuitoefening
1) Wie regeert mij (staatsvorm)
2) In hoeverre mag er worden bemoeid? (staatsbemoeienis)
Negatieve vrijheid: de mate waarin geen mens zich met mijn handelen bemoeit.
Afwezigheid van beperkingen = vrijheid van
Positieve vrijheid: (autonomie) het meester zijn over jezelf. Je geeft je eigen leven vorm
zonder krachten van buiten = vrijheid om. Je bent meester, geen slaaf.
Aanwezigheid van de mogelijkheid om te handelen.
Publiek wordt de vrijheid beperkt om doelen te verwezenlijken maar privé heb je
vrijheid nodig om jezelf te ontplooien.
Dwang: normaal had je kunnen handelen maar nu niet.
Negatieve vrijheid is geen democratie
4. Mill (=liberaal)
‘Over vrijheid’
Schadebeginsel als beperking van vrijheid: er mag enkel macht over het individu uitgeoefend
worden ter voorkoming van schade aan anderen.
Autonome handelingsvrijheid
Uitzonderingen:
Kinderen/jongelui waarvan zijn geestesvermogen nog niet is volgroeid
Mensen die niet zonder zorg van anderen kunnen.
Dus ook geen ingrijpen als zelfbescherming.
Je kunt wel tot sommige positieve handelingen gedwongen worden belang gemeenschap
Maar:
Niet wanneer iemand op zichzelf beter zou handelen
Wanneer de verplichting ernstigere gevolgen heeft dan hetgeen men probeert te
voorkomen.
Niet bemoeien met:
Privézaken
Zaken met instemming
Niet bij alles, slavernij gaat bijvoorbeeld te ver