Basis van gedrag
Aandacht (lateralisatie van de
hersenen)
1. Aandacht hemisfeerspecialisatie
Wat is neuropsychologie?
= neuropsychologie is de wetenschap die de relatie legt tussen gedrag en de hersenen.
Klinische neuropsychologie:
= het werkgebied dat de relatie legt tussen gedragsproblematiek en hersenletsel.
Cognitieve functie:
= alle processen die betrokken zijn bij het opnemen en verwerken van informatie.
Aandacht is een zeer veelzijdig begrip, maar wel een essentiële cognitieve functie.
Cfr. De cognitieve piramide.
William James (1890): “every one knows what attention is…”
Maar eigenlijk is dit een zeer complex gebeuren om te definiëren, zowel om hier wetenschappelijk
onderzoek rond op te bouwen, als om te onderzoeken in de klinische setting.
Centraal idee: “aandacht is het proces waarbij relevante van niet-relevante informatie wordt
onderscheiden”.
Basis= goed werkende zintuigen.
1
, 2. Model van Zomeren en Brouwer (1994)
Het model van Van Zomeren en Brouwer (1994) is een schematische indeling, maar is niet ‘perfect’.
Baseren op 2 basis dimensies:
1. Selectiviteit
= waarvoor hebben we aandacht?
2. Intensiteit
= hoeveel aandacht hebben we dan?
2.1. Selectiviteit (cfr. Thema ‘waarneming’)
Ons informatie verwerkingssysteem heeft een beperkte capaciteit:
→ Selectie van alle info die op ons afkomt is dus noodzakelijk.
→ Elk zintuig speelt hierbij een rol.
A) Bottom-up controle = stimulus gestuurde verwerking
Een onbewuste, onwillekeurige, ongecontroleerde selectie.
Aandacht wordt passief gericht.
Vergt geen inspanning, gebeurt automatisch.
Oriëntatiereactie:
= bij nieuwe, biologische belangrijke of sterke stimuli.
Habituatie is belangrijk:
= namelijk we worden gewoon aan die nieuwe stimuli, waardoor er terug ruimte komt voor nieuwe
prikkels. Behalve voor prikkels met een uitgesproken emotionele waarde, pijnprikkels of irritatie.
2
Aandacht (lateralisatie van de
hersenen)
1. Aandacht hemisfeerspecialisatie
Wat is neuropsychologie?
= neuropsychologie is de wetenschap die de relatie legt tussen gedrag en de hersenen.
Klinische neuropsychologie:
= het werkgebied dat de relatie legt tussen gedragsproblematiek en hersenletsel.
Cognitieve functie:
= alle processen die betrokken zijn bij het opnemen en verwerken van informatie.
Aandacht is een zeer veelzijdig begrip, maar wel een essentiële cognitieve functie.
Cfr. De cognitieve piramide.
William James (1890): “every one knows what attention is…”
Maar eigenlijk is dit een zeer complex gebeuren om te definiëren, zowel om hier wetenschappelijk
onderzoek rond op te bouwen, als om te onderzoeken in de klinische setting.
Centraal idee: “aandacht is het proces waarbij relevante van niet-relevante informatie wordt
onderscheiden”.
Basis= goed werkende zintuigen.
1
, 2. Model van Zomeren en Brouwer (1994)
Het model van Van Zomeren en Brouwer (1994) is een schematische indeling, maar is niet ‘perfect’.
Baseren op 2 basis dimensies:
1. Selectiviteit
= waarvoor hebben we aandacht?
2. Intensiteit
= hoeveel aandacht hebben we dan?
2.1. Selectiviteit (cfr. Thema ‘waarneming’)
Ons informatie verwerkingssysteem heeft een beperkte capaciteit:
→ Selectie van alle info die op ons afkomt is dus noodzakelijk.
→ Elk zintuig speelt hierbij een rol.
A) Bottom-up controle = stimulus gestuurde verwerking
Een onbewuste, onwillekeurige, ongecontroleerde selectie.
Aandacht wordt passief gericht.
Vergt geen inspanning, gebeurt automatisch.
Oriëntatiereactie:
= bij nieuwe, biologische belangrijke of sterke stimuli.
Habituatie is belangrijk:
= namelijk we worden gewoon aan die nieuwe stimuli, waardoor er terug ruimte komt voor nieuwe
prikkels. Behalve voor prikkels met een uitgesproken emotionele waarde, pijnprikkels of irritatie.
2