Paragraaf 1.1 Inleiding
Moraliteit = verwijst naar de opvattingen die er zijn ten aanzien
van hoe mensen zich moeten gedragen ten opzichte van elkaar.
Wat wel en niet mag in omgang met anderen.
Moraliteit gaat meestal over wat niet mag en over de grenzen die
van gedrag gesteld (moeten) worden. Wanneer deze
overschreden worden is boosheid meestal het resultaat.
Paragraaf 1.2 Kenmerken van moraliteit
Moraliteit = het geheel aan regels, waarden en houdingen dat het
gedrag van mensen reguleert met het oog op de belangen en het
welzijn van anderen.
De kenmerken van moraliteit:
Moraliteit gaat over gedrag van mensen.
Moraliteit is normatief.
Smalle moraliteit – in hoeverre moeten we rekening houden met
de belangen en het welzijn van anderen?
Brede moraliteit – (daarbij komt) wat maakt een leven een
zinvol leven?
Alleen mensen kunnen moreel of immoreel handelen omdat zij
verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun gedrag.
Normatief = er wordt voorgeschreven hoe er gehandeld moet
worden: goed/slecht, juist/onjuist. De opvattingen hierover
verschillen per tijd of plaats.