H17 cytoskelet
Cytoskelet= netwerk van eiwitfilamenten die zich uitbreiden door het cytoplasma
Beheerst plek van organellen en voorziet het mechanisme voor transport onderling
Verantwoordelijk voor scheiding van chromosomen in 2 dochtercellen bij elke celdeling
3 typen eiwitfilamenten:
Intermediaire filamenten: vezelige eiwitten mechanische sterkte
Microtubuli: tubuline subunits organiseren het cytoplasma
Actine filamenten: actine subunits steunt celoppervlak+ cel kruipen
Intermediaire filamenten:
Vezelige intermediaire filamenteiwitten
Diameter 10 nm
Nucleaire lamina= vlechtwerk intermediaire filamenten onder kernmembraan
Mechanische sterkte
Verdelen van spanningen
Stabielste cytoskelet-element
Microtubuli:
Holle cilinders van tubuline
Diameter 25nm
Lang, recht
Eén einde gebonden aan centrosoom
Stijver dan intermediaire en actine filamenten
Scheuren bij uitrekking
(in cilia start het vanuit basaal lichaam, ipv centrosoom)
Actine filamenten:
Spiraalvormige polymeren met actine eiwit
Diameter 7 nm
Flexibele structuur
Vooral aanwezig in de cortex: laag cytoplasma direct onder plasmamembraan
Interactie tussen intermediaire filamenten hangt alleen af van non-covalente bindingen
Bij microtubuli en actine filamenten is de polariteit wel belangrijk
Intermediaire filamenten zijn vooral aanwezig in plasma van cellen die worden onderworpen aan
mechanische spanningen zenuwcel axonen, spiercellen, epitheelcellen van bv huid
4 groepen:
1) Keratine filamenten in epitheelcellen
2) Vimentin en vimentin-gerelateerde filamenten in bindweefselcellen, spiercellen en
ondersteunende cellen van het zenuwstelsel (gliacellen)
3) Neurofilamenten in zenuwcellen
4) Nucleaire lamina die de kernenvelop versterkt
De eerste 3 in cytoplasma, de laatste in de kern
Filamenten van elke groep worden gevormd door polymerisatie van hun corresponderende
intermediaire filament subunits
Keratine filamenten spannen de binnenkant van epitheelcellen af van de ene naar de andere kant en
aangrenzende cellen zijn indirect verbonden door desmosomen
Cytoskelet= netwerk van eiwitfilamenten die zich uitbreiden door het cytoplasma
Beheerst plek van organellen en voorziet het mechanisme voor transport onderling
Verantwoordelijk voor scheiding van chromosomen in 2 dochtercellen bij elke celdeling
3 typen eiwitfilamenten:
Intermediaire filamenten: vezelige eiwitten mechanische sterkte
Microtubuli: tubuline subunits organiseren het cytoplasma
Actine filamenten: actine subunits steunt celoppervlak+ cel kruipen
Intermediaire filamenten:
Vezelige intermediaire filamenteiwitten
Diameter 10 nm
Nucleaire lamina= vlechtwerk intermediaire filamenten onder kernmembraan
Mechanische sterkte
Verdelen van spanningen
Stabielste cytoskelet-element
Microtubuli:
Holle cilinders van tubuline
Diameter 25nm
Lang, recht
Eén einde gebonden aan centrosoom
Stijver dan intermediaire en actine filamenten
Scheuren bij uitrekking
(in cilia start het vanuit basaal lichaam, ipv centrosoom)
Actine filamenten:
Spiraalvormige polymeren met actine eiwit
Diameter 7 nm
Flexibele structuur
Vooral aanwezig in de cortex: laag cytoplasma direct onder plasmamembraan
Interactie tussen intermediaire filamenten hangt alleen af van non-covalente bindingen
Bij microtubuli en actine filamenten is de polariteit wel belangrijk
Intermediaire filamenten zijn vooral aanwezig in plasma van cellen die worden onderworpen aan
mechanische spanningen zenuwcel axonen, spiercellen, epitheelcellen van bv huid
4 groepen:
1) Keratine filamenten in epitheelcellen
2) Vimentin en vimentin-gerelateerde filamenten in bindweefselcellen, spiercellen en
ondersteunende cellen van het zenuwstelsel (gliacellen)
3) Neurofilamenten in zenuwcellen
4) Nucleaire lamina die de kernenvelop versterkt
De eerste 3 in cytoplasma, de laatste in de kern
Filamenten van elke groep worden gevormd door polymerisatie van hun corresponderende
intermediaire filament subunits
Keratine filamenten spannen de binnenkant van epitheelcellen af van de ene naar de andere kant en
aangrenzende cellen zijn indirect verbonden door desmosomen