1. Wat is body dysmorphic disorder?
Philips, Didie, Feusner & Wilhelm (2008)
Body dysmorphic disorder, ook wel BDD, is een relatief alledaagse maar ernstige stoornis, bestaande
uit de preoccupatie met een ingebeeld of klein defect in het uiterlijk. BDD komt voor in combinatie
met psychiatrische stoornissen, zoals depressie, middelenmisbruik, OCD en sociale fobie. Het leidt bij
veel patiënten tot significante beperking in het psychosociale functioneren. 80% van de patiënten
met BDD rapporteert een geschiedenis van suïcidale ideaties, wat bij 30% tot een poging heeft
geleidt. Het kan samengaan met agressief of gewelddadig gedrag, met name richting clinici wanneer
er onvrede bestaat over de uitkomst van een cosmetische ingreep.
Ongeacht het feit dat BDD bij 1-3% van de populatie voorkomt, blijft een groot aantal patiënten
zonder diagnose. Dit komt doordat veel patiënten zich schamen voor hun symptomen en deze bloot
te stellen aan anderen. De meeste patiënten die wel in behandeling komen voor BDD worden
succesvol behandeld.
Klinisch beeld
BDD ontstaat voornamelijk in de jonge adolescentie, en kan van chronische aard worden wanneer de
klachten niet worden behandeld. Het komt iets meer voor bij vrouwen dan bij mannen. BDD-
patiënten zien één of meer aspecten van hun uiterlijk als defect of misvormd. De preoccupatie met
het uiterlijk focust zich voornamelijk op lichaamsdelen als het gezicht of het hoofd. De preoccupatie
komt gemiddeld 3-8 uur per dag voor en is moeilijk te controleren. Het gaat vaak gepaard met angst,
een depressieve stemming, een laag zelfbeeld en gevoelens van schaamte en waardeloosheid.
Veel patiënten hebben tijdrovende repetitieve gebruiken om de waargenomen tekorten in uiterlijk te
checken, te verbergen of te verbeteren. Meest voorkomend is het kijken in de spiegel, camoufleren
van de aspecten, excessieve uiterlijke verzorging, het zoeken van bevestiging, het aanraken van de
defecte lichaamsdeel, excessief veel veranderen van kleding, diëten en huidplukken.
Vermijdingsgedrag is een veelvoorkomend fenomeen bij BDD-patiënten.
30-40% van de BDD-patiënten zijn waanachtig, waarbij ze er volledig van overtuigd zijn dat hun
uiterlijke beeld accuraat en onvervormd. Een groot deel heeft betrekkingsideeën of
-wanen, waarbij ze geloven dat anderen mensen extra oplettend zijn naar hun uiterlijk in de
negatieve zin, door hoe ze eruit zien. Een groot deel van de BDD-patiënten is aan huis gekluisterd en
heeft een geschiedenis van psychiatrische hospitalisatie.
Diagnose
In de DSM-IV wordt BDD als volgt gediagnosticeerd:
A. Preoccupatie met een vermeende onvolkomenheid van het uiterlijk. Indien er een geringe
lichamelijke afwijking aanwezig is, dan is de ongerustheid van betrokkene duidelijk
overdreven.