* * *
___________________________________________________________________________
Hoofdstuk 5, pp. 149-172. (De rest van het hoofdstuk wordt besproken in college 10)
Understanding Humans: Positivism and Hermeneutics
Studievragen
___________________________________________________________________________
1. Wat wordt bedoeld met de ‘moral sciences’?
'moral sciences' verwijst naar de studie van menselijk gedrag, ethiek en moraal binnen de
filosofie en sociale wetenschappen.
2. Wat wordt bedoeld met positivisme?
een filosofische stroming die streeft naar een wetenschappelijke benadering van kennis,
waarbij alleen empirisch verifieerbare feiten en objectieve observaties als geldig worden
beschouwd
3. Waaruit bestaat Comte’s Wet van de drie stadia? Beschrijf de verschillende
stadia en hun samenhang.
Theologisch bovennatuurlijke wezens heersen,
1. Animisme: alle levensloze objecten hebben ziel
2. Poly: alles komt door goden
3. Mono: alles komt door 1 god
Metafysica essentie natuur krachten en machten heersen
Positieve feitellijk en wetenschappelijk
4. Welk probleem wordt tijdens de ontwikkeling van een samenleving naar het
derde stadium van Comte overwonnen?
Hoe in plaats van waarom dus er wordt daadwerkelijk antwoord gegeven op vragen en we
vergaren daadwerkelijk kennis
5. Wat werd er door de zogenoemde hermeneutici tegen het positivisme ingebracht
en waarom?
niet alle kennis en begrip kunnen worden teruggebracht tot empirische feiten en objectieve
observaties. Ze benadrukten het belang van interpretatie, betekenis en contextuele begrip in de
menswetenschappen, waarbij subjectiviteit en ervaring centraal staan
6. Wat wordt bedoeld met hermeneutica?
De kunst van het interpreteren van teksen en kunstwerken verstehen en empathie
7. Hoe werkt de methode verstehen in de sociale wetenschappen?
___________________________________________________________________________
Hoofdstuk 5, pp. 149-172. (De rest van het hoofdstuk wordt besproken in college 10)
Understanding Humans: Positivism and Hermeneutics
Studievragen
___________________________________________________________________________
1. Wat wordt bedoeld met de ‘moral sciences’?
'moral sciences' verwijst naar de studie van menselijk gedrag, ethiek en moraal binnen de
filosofie en sociale wetenschappen.
2. Wat wordt bedoeld met positivisme?
een filosofische stroming die streeft naar een wetenschappelijke benadering van kennis,
waarbij alleen empirisch verifieerbare feiten en objectieve observaties als geldig worden
beschouwd
3. Waaruit bestaat Comte’s Wet van de drie stadia? Beschrijf de verschillende
stadia en hun samenhang.
Theologisch bovennatuurlijke wezens heersen,
1. Animisme: alle levensloze objecten hebben ziel
2. Poly: alles komt door goden
3. Mono: alles komt door 1 god
Metafysica essentie natuur krachten en machten heersen
Positieve feitellijk en wetenschappelijk
4. Welk probleem wordt tijdens de ontwikkeling van een samenleving naar het
derde stadium van Comte overwonnen?
Hoe in plaats van waarom dus er wordt daadwerkelijk antwoord gegeven op vragen en we
vergaren daadwerkelijk kennis
5. Wat werd er door de zogenoemde hermeneutici tegen het positivisme ingebracht
en waarom?
niet alle kennis en begrip kunnen worden teruggebracht tot empirische feiten en objectieve
observaties. Ze benadrukten het belang van interpretatie, betekenis en contextuele begrip in de
menswetenschappen, waarbij subjectiviteit en ervaring centraal staan
6. Wat wordt bedoeld met hermeneutica?
De kunst van het interpreteren van teksen en kunstwerken verstehen en empathie
7. Hoe werkt de methode verstehen in de sociale wetenschappen?