Hoofdstuk 2- DNA
2.1 Wat kun je doen met DNA? p 72
Genetische modificatie: eigenschappen van organismen veranderen door genen van een
organisme van een ander te brengen
Transgeen, ggo (genetisch gemodificeerd organisme), gmo (genetically modified organism):
een organisme met gemodificeerde genen/ veranderd DNA
2.2 De bouw en functie van DNA p 76
Genoom: geheel aan erfelijke informatie in een cel van een organisme
mtDNA: DNA in mitochondriën
Prokaryoten: DNA los in cytoplasma, circulair, soms nog plasmiden (korte extra stukjes
circulair DNA)
- DNA = nucleïnezuur
o Bestaat uit 2 complementaire nucleotiden in helix-structuur die elk zijn
opgebouwd uit:
Monosacharide desoxyribose
Bestaat uit 5 C-atomen
Fosfaatgroep
Zit aan 5e C-atoom
Stikstofbase, zit aan 1e C-atoom
Adenine (A)
Thymine (T)
Cytosine (C)
Guanine (G)
Nucleosoom: een aantal histonen (eiwitten) met een DNA-keten eromheen gewikkeld
Niet-coderend DNA:
- Codeert niet voor eiwitten
- Junk-DNA
- Functie bij regulatie synthese eiwitten
- 98,5% van DNA
DNA-sequentie: nucleotidevolgorde