HOOFDSTUK 8
.Kenmerken van ecosystemen.
8.1, Populatiedynamiek in ecosystemen
VOEDSELKETEN, KRINGLOPEN EN ENERGIE
Alle soorten zijn deel van de voedselketens en voedselwebben. Deze
soorten zijn de biotische factoren van een habitat. De niet levende
dingen zijn de abiotische factoren. Deze factoren samen vormen een
ecosysteem. Binnen een ecosysteem worden veel stoffen hergebruikt
door kringlopen. Een voedselketen begint met producenten (planten),
zij maken organische stoffen (alle stoffen met een c-h binding) uit
anorganische stoffen (al het andere) door voortgezette assimilatie
(opbouw). Consumenten halen organische stoffen uit andere
organismen. Reducenten krijgen uiteindelijk alle restjes en en zetten
organische stoffen om in anorganische stoffen.
GRENZEN AAN GROEI
Populaties kunnen blijven groeien tot een bepaald punt, dit is de
beperkende factor. Dit kan bijvoorbeeld zijn: voedsel, broedplaats,
mannen die besloten hebben dat jagen leuker is dan darten of ruimte.
Hoeveel aantallen een populatie maximaal heeft wordt de draagkracht
genoemd.
SCHOMMELINGEN EN VERANDERINGEN
Populaties kunnen erg schommelingen en dit wordt populatiedynamiek
genoemd. Dit komt door abiotische en biotische factoren.
VERSTORINGEN
Toch is het goed als een populatie niet groter wordt dan een bepaald
aantal, anders kan deze het ecosysteem verstoren.
BRONNEN
.Kenmerken van ecosystemen.
8.1, Populatiedynamiek in ecosystemen
VOEDSELKETEN, KRINGLOPEN EN ENERGIE
Alle soorten zijn deel van de voedselketens en voedselwebben. Deze
soorten zijn de biotische factoren van een habitat. De niet levende
dingen zijn de abiotische factoren. Deze factoren samen vormen een
ecosysteem. Binnen een ecosysteem worden veel stoffen hergebruikt
door kringlopen. Een voedselketen begint met producenten (planten),
zij maken organische stoffen (alle stoffen met een c-h binding) uit
anorganische stoffen (al het andere) door voortgezette assimilatie
(opbouw). Consumenten halen organische stoffen uit andere
organismen. Reducenten krijgen uiteindelijk alle restjes en en zetten
organische stoffen om in anorganische stoffen.
GRENZEN AAN GROEI
Populaties kunnen blijven groeien tot een bepaald punt, dit is de
beperkende factor. Dit kan bijvoorbeeld zijn: voedsel, broedplaats,
mannen die besloten hebben dat jagen leuker is dan darten of ruimte.
Hoeveel aantallen een populatie maximaal heeft wordt de draagkracht
genoemd.
SCHOMMELINGEN EN VERANDERINGEN
Populaties kunnen erg schommelingen en dit wordt populatiedynamiek
genoemd. Dit komt door abiotische en biotische factoren.
VERSTORINGEN
Toch is het goed als een populatie niet groter wordt dan een bepaald
aantal, anders kan deze het ecosysteem verstoren.
BRONNEN