Hoofdstuk 3, Tijd van monniken en ridders (500-1000)
Oefenvragen aan het einde van de samenvatting.
3.1
KA:Ontstaan en verspreiding van de islam.
De islam was gelijk een geloof van de koningen, in tegenstelling tot het joden- en
christendom, die eerst bestreden werden. Mohammed is de profeet van de islam, en het
boek heet de koran. Na de dood van Mohammed waren er opvolgers, die het arabische rijk
steeds verder uitbreidde, tot 650, toen de verspreiding stopte door burgeroorlogen. Aan het
einde van de 7e eeuw gingen ze weer verder, eerst naar het oosten (pakistan & afghanistan)
en daarna via noord-afrika naar Europa. In 750 werden de Omajjaden vermoord door de
Abbasiden, die weer een kalief dynastie begon. Uiteindelijk, in de 10e eeuw, viel het
arabische rijk uiteen in kleinere staten. Ondanks de versnippering bleven veel van deze
kleinere staten verbonden door handel en ambacht. Zo namen sommige rijken ook veel
dingen over van de Griekse cultuur.
3.2
KA:De volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via het hofstelsel en horigheid.
De landbouwstedelijke samenleving was rond de 6e eeuw bijna helemaal verdwenen, alles
was moeras geworden. Dit kwam door de instorting van het romeinse rijk en de germaanse
invasies. Geld werd ook schaarser, waardoor de hele economie in elkaar stortte en en niks
meer verkocht en gekocht kon worden. In het Romeinse rijk werden boeren verboden om
nog hun land te verlaten door een lage productie. Ook ging de veiligheid omlaag, waardoor
boeren veiligheid zochten in ruil voor verplichtingen die werden overgedragen op de
kinderen van de boeren. Deze boeren heten horigen.
In de 7e eeuw ontstond in West-Europa de horigheid. Een stuk land behoorde aan de adel,
de adel leende een stuk land uit aan een boer (horige) die niet zonder toestemming van het
land mocht. De boer moest een deel van zijn oogst opgeven, maar kreeg in ruil daarvoor dus
land om te bewerken en veiligheid. Mensen werden autarkisch (zelfvoorzienend).
3.3
KA:Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
De Franken namen na vele veroveringen het bestuurssysteem van de Romeinen over,
namelijk door in belangrijke delen van hun rijk hertogen aan te stellen en in minder
belangrijke delen een graaf. Zij bestuurden een stuk land namens de koning, zodat de
koning niet overal tegelijk hoefde te zijn. In de 8e eeuw kwam de macht over frankrijk in de
handen van Karel de Grote. Karel veroverde grote delen van Europa en in 800 liet hij
zichzelf kronen tot keizer door de paus. Karel bond zijn leenmannen aan zich door een eed
van trouw. Karel (als leenheer) leende een stuk grond uit aan een leenman, met de belofte
de leenman te beschermen. In ruil daarvoor zou de leenman dan zijn hele leven lang trouw
zijn aan in dat geval Karel.
Oefenvragen aan het einde van de samenvatting.
3.1
KA:Ontstaan en verspreiding van de islam.
De islam was gelijk een geloof van de koningen, in tegenstelling tot het joden- en
christendom, die eerst bestreden werden. Mohammed is de profeet van de islam, en het
boek heet de koran. Na de dood van Mohammed waren er opvolgers, die het arabische rijk
steeds verder uitbreidde, tot 650, toen de verspreiding stopte door burgeroorlogen. Aan het
einde van de 7e eeuw gingen ze weer verder, eerst naar het oosten (pakistan & afghanistan)
en daarna via noord-afrika naar Europa. In 750 werden de Omajjaden vermoord door de
Abbasiden, die weer een kalief dynastie begon. Uiteindelijk, in de 10e eeuw, viel het
arabische rijk uiteen in kleinere staten. Ondanks de versnippering bleven veel van deze
kleinere staten verbonden door handel en ambacht. Zo namen sommige rijken ook veel
dingen over van de Griekse cultuur.
3.2
KA:De volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via het hofstelsel en horigheid.
De landbouwstedelijke samenleving was rond de 6e eeuw bijna helemaal verdwenen, alles
was moeras geworden. Dit kwam door de instorting van het romeinse rijk en de germaanse
invasies. Geld werd ook schaarser, waardoor de hele economie in elkaar stortte en en niks
meer verkocht en gekocht kon worden. In het Romeinse rijk werden boeren verboden om
nog hun land te verlaten door een lage productie. Ook ging de veiligheid omlaag, waardoor
boeren veiligheid zochten in ruil voor verplichtingen die werden overgedragen op de
kinderen van de boeren. Deze boeren heten horigen.
In de 7e eeuw ontstond in West-Europa de horigheid. Een stuk land behoorde aan de adel,
de adel leende een stuk land uit aan een boer (horige) die niet zonder toestemming van het
land mocht. De boer moest een deel van zijn oogst opgeven, maar kreeg in ruil daarvoor dus
land om te bewerken en veiligheid. Mensen werden autarkisch (zelfvoorzienend).
3.3
KA:Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
De Franken namen na vele veroveringen het bestuurssysteem van de Romeinen over,
namelijk door in belangrijke delen van hun rijk hertogen aan te stellen en in minder
belangrijke delen een graaf. Zij bestuurden een stuk land namens de koning, zodat de
koning niet overal tegelijk hoefde te zijn. In de 8e eeuw kwam de macht over frankrijk in de
handen van Karel de Grote. Karel veroverde grote delen van Europa en in 800 liet hij
zichzelf kronen tot keizer door de paus. Karel bond zijn leenmannen aan zich door een eed
van trouw. Karel (als leenheer) leende een stuk grond uit aan een leenman, met de belofte
de leenman te beschermen. In ruil daarvoor zou de leenman dan zijn hele leven lang trouw
zijn aan in dat geval Karel.