WFT Basis Samenvatting 2023. Hoofdstuk 1
Wat is financiële dienstverlening(FD)?
Het adviseren van en het verlenen van diensten aan consumenten in financiële zaken zoals betalen, sparen, beleggen,
lenen en/of verzekeren.
Welke financiële producten zijn er meer?
Betaalproducten(betaalrekening), Spaar- en beleggingsproducten (rendementsproducten),
Consumptieve kredieten, Hypothecaire kredieten, schadeverzekeringen, levensverzekeringen,
pensioenen.
Deze producten worden ook wel diensten genoemd, producenten worden aanbieders genoemd. Ook
is er een markt waar deze diensten worden verhandeld.
Een financieel dienstverlener is een bedrijf dat adviseert of diensten aanbied, we kennen soorten
dienstverleners: aanbieders, adviseurs en bemiddelaars. Een persoon/bedrijf kan meerdere rollen
hebben. Mensen die geen specifiek product of dienst adviseren worden financieel planners
genoemd.
Consumenten leveren 3 productiefactoren aan de andere sectoren: arbeid, kapitaal en grond. Voor
deze factoren vangen zij inkomen, waarvan een deel naar de overheid en ondernemingen gaat, het
overige deel gaat naar de financiële instellingen in de vorm van sparen of beleggen. FD zorgt ervoor
dat het geld op de juiste plekken komt en verzorgen de overschotten en tekorten. Het verplaatsen
van dit geld wordt ook wel de vermogensmarkt genoemd.
Bij het verkopen van FDs moet er gekeken worden naar de financiele huishouding van de klant, denk
hierbij aan de juridische positie, financiele positie en de fiscale positie.
Aanbieders FDs zijn: banken, verzekeraars en pensioenfondsen.
lOMoARcPSD|
Banken
Zorgen voor betalingsverkeer,
brengen geldaanbieders- en vragers naar elkaar, hierbij zie je dat het geld dat de bank aantrekt de
bank rente kost, het geld dat zij als krediet verstrekken levert rente op. Dit verschil heet de
rentemarge.
Bemiddelingsactiviteiten, denk aan beleggingsfondsen
Adviseren over FDs
Banken lopen een aantal risico’s:
Kredietrisico: leners kunnen niet terug betalen
Renterisico: bij lange leningen is de rentevergoeding hoger, dus als zij veel lang aangetrokken geld
hebben en veel korte leningen aanbieden is de rentemarge klein of negatief. Dit kan voorkomen
worden door looptijden van aanbieders en leners te matchen, ook kan er gemismatched worden,
waarbij de bank bewust geld langer uitzet en geld op de korte termijn probeert aan te trekken.
Valutarisico: het kan geld opleveren door in andere valuta’s geld te investeren omdat de renten overal
verschillen, door plotselinge koersdalingen kan een valuta ten onder gaan of minder waard zijn dan
oorspronkelijk is geinvesteerd.
Liquiditeitsrisico: Spaarders nemen teveel geld op waardoor er niet voldoende liquide middelen
aanwezig zijn.
Marktrisico: de effecten die door de bank gekocht zijn kunnen in waarde dalen.
Verzekeraars
Klanten sluiten een verzekering af tegen een onzeker voorval, een gebeurtenis waarvan niet zeker is
of deze zich voordoet. De klant betaald hier, per jaar, per maand of per kwartaal premie voor. Bij een
levensverzekering is dit meestal een eenmalig bedrag, of te wel een koopsom. Als het voorval zich
voor doet betaalt de verzekeraar een van tevoren afgesproken bedrag.
De wet van de grote getallen: de totale hoogte van de te verwachten verzekeringsuitkeringen steeds
zekerder wordt, naarmate de groep die zich verzekert groter wordt. Een verzekeraar berekent dan
ook met landelijke of regionale statistische gegevens hoe groot de kans op schade is en hoe groot de
gemiddelde schadeomvang is.
Herverzekeren: om het risico te verspreiden herverzekeren veel maatschappijen bij een andere
verzekeraar een deel van de verzekering.
Reserves: verzekeraars bouwen altijd reserves op, sommige jaren zijn er meer stormen en dus meer
uitkeringen.
Samenwerkingsverbanden:
Co-assurantie: samenwerking van verzekeraars waarbij ze een evenredig deel van de verzekering voor
hun rekening nemen.
Pools: samenwerkingen om grote risico’s te verzekeren, of om wegens tactische redenen zelf niet
willen verzekeren. Zo is er geen rechtstreeks verband tussen de verzekeraar en de klant, hij verzekerd
via de pool die een NV wordt. Zo worden meerdere maatschappijen samen een pool.
lOMoARcPSD|
Concernvorming: een groep vennootschappen die onder gezamenlijke leiding staan en als eenheid
optreden, bovenaan staat de moedermaatschappij. De dochtermaatschappijen blijven wel
zelfstandig, redenen zijn risicospreiding en schaalvoordeel (groot inkoop = goedkoper). Dit hoeven
niet per sé alleen verzekeraars te zijn, denk aan zorgverzekeringen en ziekenhuizen.
Pensioenfondsen
Werkgevers en deelnemers betalen pensioenpremies aan pensioenfondsen om over een aantal jaar
de deelnemer een pensioenuitkering te kunnen doen. Een pensioenfonds heeft 3 taken: innen,
beheren(laag risico beleggen) en uitkeren. Ook moeten ze communiceren met (ex)deelnemers over
hun opgebouwde pensioen en rechten. In de pensioenwet staat dat een werkgever de toegezegde
pensioengelden moet onderbrengen bij een fonds of verzekeraar, het mag dus niet binnen de eigen
onderneming blijven, wel bij een zustervennootschap.
Soorten:
Bedrijfstakpensioenfonds Specifieke branche • Bedrijfspensioenfonds voor de
Bouwnijverheid (bouwsector)
• Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
(overheid en onderwijs)
• Pensioenfonds Zorg en Welzijn
(zorgsector)
Ondernemingspensioenfonds Specifieke onderneming • Shell
• Unilever
• Ahold
Beroepspensioenfonds Bepaalde beroepsbeoefenaren
van een vrij beroep
• medisch specialisten
• notarissen
• advocaten
• huisartsen
Bij het beroepspensioenfonds kan het personeel en de bedrijfseigenaar deelnemer van het fonds zijn.
Ook kunnen levensverzekeraars pensioenproducten aanbieden, dit alleen als er in het CAO geen
verplicht pensioenfonds is gegeven of er een extra pensioenvoorziening gegeven kan worden. Ook
zijn er nog pensioeninstellingen (ppi) waarbij alleen word geind, belegd en uitgekeerd. Er wordt dus
niks verzekerd aan de deelnemer.
Distributie FDs
Rechtstreekse verkoop: De aanbieder verkoopt het product zelf aan de klant, er zijn twee kanalen
voor: kantorennet (in een kantoor)en direct writing (electronisch, schriftelijk of telefonisch).
Verkoop via bemiddeling(loondienstagent):
Assurantietussenpersonen: helpen de klant bij het kiezen van de geschikte verzekering door
inventariseren van de behoefte, risicoanalyse en productvergelijking. De klant maakt zelf de keuze.
Gevolmachtigd agenten: zij doen het zelfde als ATP’s, maar mogen ook verzekering accepteren, onder
eigen label uitbrengen, polissen opmaken en schades afwikkelen. Deze verantwoordelijkheden legt
de verzekeraar bij de agent. Precieze overeenkomsten staan in een volmachtsovereenkomst.
lOMoARcPSD|
Distributie van consumptieve kredieten:
Rechtstreeks via: banken, creditcards- financieringsmaatschappijen, verzekeraars en de overheid.
De bemiddelaars: professionele kredietbemiddelaars; assurantietussenpersonen; leveranciers van
duurzame consumptiegoederen; warenhuizen, winkelketens en postorderbedrijven.
Distributie van hypothecaire geldleningen
Ook bij hypothecaire kredieten is er sprake van rechtstreekse distributie door aanbieders en via
bemiddeling.
Rechtstreekse distributie door de aanbieder
Het direct aanbieden van een hypothecair krediet gebeurt direct door een geldgever, bijvoorbeeld
een bank, een verzekeraar of een pensioenfonds. De bemiddelaars: makelaars,
assurantietussenpersonen en onafhankelijke hypotheekadviseurs.
Distributie van beleggingen
De distributie van beleggingen verloopt via een broker (bank of commissionair). Er zijn hiervoor
verschillende bedieningsconcepten, te weten execution only, advies en vermogensbeheer.
Toezicht:
Functioneel toezicht:
Gedragstoezicht:
AFM houdt toezicht bij de FD, de FD moet handelen in belang van klant, dit moet op een juiste en
niet-misleidende manier. Een FD moet een vergunning bij het AFM regelen voor het verstrekken van
financiele producten. Voor onderneming op de beurs effecten handelen zijn er ook regels. Deze zijn
vooral voor aanbieders en handelaren van effecten, en voor accountants. Ook mag er niet gehandeld
worden met voorkennis. Ook wel bekend als insider trading.
Prudentieel toezicht
Voor de klant is het belangrijk dat een financieel dienstverlener de afgesproken
betalingsverplichtingen kan nakomen. Ook wel bekend als bedrijfseconomisch toezicht.Denk hierbij
aan kredietinstellingen, verzekeraars, pensioenfondsen, beleggingsfondsen, geldwisselkantoren en
banken. Adviseurs en bemiddelaars niet, want oor de klant heeft het geen of weinig nadeel als zij
failliet gaan.
minister van Financiën : hoofdverantwoordelijk voor functioneren financiële stelsel
Autoriteit Financiële Markten (AFM) :
gedragstoezicht → gedrag financieel
dienstverleners richting consument
De Nederlandsche Bank (DNB) :
prudentieel toezicht → voorkomen
faillissementen financiële instellingen
systeemtoezicht → stabiliteit van
financieel systeem als geheel
lOMoARcPSD|
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Solvency II (Solvency I kon e niet voor zorgen dat Ineas failliet ging, en moest dus vernieuwd worden)
Bij het opstellen van Solvency II had de Europese Commissie de volgende doelstellingen voor ogen:
• Verzekeraars hebben voldoende geld in kas, om verzekeringsclaims uit te kunnen betalen.
• Verzekeringnemers worden beschermd tegen een mogelijk faillissement van de verzekeraar.
• Toezichthouders hebben meer inzicht in de bedrijfsvoering van de verzekeraar en kunnen dan
eerder maatregelen nemen.
• Het vertrouwen in de financiële sector wordt hersteld.
Dit wordt behaald door 3 pijlers. Kapitaaleisen op basis van risico’s, governance en organisatie,
rapportage en verantwoording.
Verzekeraars moeten voldoende reserves in huis hebben, er wordt gekeken wordt er gekeken naar
marktrentes en specifieke risicos. (langlevenrisico, sterfterisico, opzegrisico, catastroferisico en
operationeel risico).
Ook moet de verzekeraar voldoen aan bepaald eisen zoals verplichte functies, het doen van
bedrijfsprocessen en controles. Ook moeten ze jaarlijks openheid van zaken geven over hun
financiële huishouding en hun solvabiliteitspositie.
Kleine verzerkaars (-5mln premieinkomsten, -25mln technische voorziening (het vermogen dat nodig
is om alle lopende verzekeringsverplichtingen te kunnen dekken))
Natura-uitvaartverzekeraars
Sommige verzekeraars hebben een volledige vrijstelling, dus ook van Solvency II Basic.
Dit zijn de allerkleinste schade- en natura-uitvaartverzekeraars met bruto premie-inkomsten van niet
meer dan € 2 miljoen per jaar en technische voorzieningen van niet meer dan € 10 miljoen per jaar.
De Nederlandsche Bank (DNB) houdt dan ook geen toezicht op deze verzekeraars.
Om het risico voor verzekeringnemers bij deze verzekeraars te verminderen, gelden er aanvullende
voorwaarden zoals een beperking van de toegestane omvang van de herverzekeringsactiviteiten en
een maximale dekking per verzekerd object of per leven van € 12.500.
Een volledig vrijgestelde natura-uitvaartverzekeraar kan ervoor kiezen zich toch vrijwillig onder
DNBtoezicht te stellen en te werken met een Solvency II Basic-vergunning. Dan moet deze
naturauitvaartverzekeraar wel aan de daarvoor geldende eisen voldoen. Deze verzekeraars moeten
expliciet melden aan hun klanten dat zij niet onder het DNB toezicht staan.
Systeemtoezicht
Het doel van het systeemtoezicht is het voorkomen van zogeheten systeemrisico’s. Systeemrisico’s zijn
problemen binnen een financiële instelling of markt die leiden tot een economisch verlies of tot het
verlies van vertrouwen in het financiële stelsel
Strafrechtelijktoezicht
Het OM en de opsporingsdienst van de belastindienst (FIOD-ECD) zijn strafrechtelijk toezichthouders,
er wordt gecontroleerd op strafbare feiten zoals fraude en witwassen.
lOMoARcPSD|
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Een FD kan in beroep gaan als hij een sanctie krijgt opgelegd. De DNB, FIOD-ECD en het OM
overleggen welke stappen er gemaakt worden als er sprake is van een economisch delict. De
gesanctioneerde kan tot 6 weken bezwaar indienen. Vervolgens kan er in beroep gegaan worden bij
de bestuursrechter, vervolgens het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Als laatste kan men in
cassatie gaan bij de Hoge Raad. Als het AFM een sanctie oplegt kan er bezwaar gemaakt worden bij
het AFM en vervolgens kan men in beroep gaan bij de rechter.
Voorlichting klant
AFM, er is een site met hun rechten als consument over FPs
Nibud, is een stichting die informeert en adviseert over financiën van huishoudens.
Consumentenbond
Brancheorganisaties
Klachtenprocedure
Een FD moet een interne klachtenprocedure hebben. Deze procedure moet schriftelijk vastgelegd
worden en geinformeerd worden aan de klant.
Ook moeten zij aangesloten zijn bij een erkend klachteninstituut. Zoals Klachteninstituut Financiële
Dienstverlening (Kifid) en de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). De voordelen
t.o.v. rechtbank is snelle afhandeling en de lagere kosten. Als de klant het nog niet eens is kan er een
civiele procedure bij een burgerlijk rechter aangespannen worden.
Intake
Na het indienen van de klacht bij het Kifid krijgt de klant binnen 1 week te horen of de klacht
inhoudelijk in behandeling wordt genomen of niet-behandelbaar is.
Juridische toets
Als de klacht in behandeling wordt genomen, neemt de jurist (de behandelaar) van het Kifid binnen 2
weken contact op met de klant. Aan de hand van alle stukken wordt vervolgens besloten of de zaak
zich leent voor bemiddeling door de Ombudsman of dat de Geschillencommissie de zaak verder in
behandeling neemt.
Financiële
Ombudsman vanaf hier intake
Kifid+ juridische
toets
binnen 3 mnd. binnen 6 wkn. +
belang ≥ € 25.000
IKP
Financiële
Dienstverlener
Geschillencommissie
Commissie
van Beroep
lOMoARcPSD|
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
De ombudsman
De Ombudsman houdt zich sinds 1 oktober 2014 alleen nog maar bezig met bemiddeling. Als de
Ombudsman het met de klant eens is over de klacht, zal hij bij de dienstverlener opkomen voor de
belangen van de klant. De Ombudsman doet dan een bemiddelingsvoorstel of een aanbeveling. Het
bemiddelingsvoorstel of de aanbeveling is niet bindend
Geschillencommissie Financiële Dienstverlening
De wet verplicht Kifid de keuze voor bindend of niet-bindend advies open te laten. Als de klant het
niet eens is met de bindende beslissing van de Geschillencommissie dan kan hij het geschil binnen
zes weken voorleggen aan de Commissie van Beroep. De klant kan dan ook naar de rechter, maar dan
volgt alleen toetsing van juiste procedure en voldoende motivatie. Bij een nietbindend advies kan de
klant het geschil wel inhoudelijk aan de rechter voorleggen.
Commissie van Beroep
Een klacht kan bij de Commissie van Beroep worden ingediend door:
• een klant. Het moet hierbij wel gaan om een bedrag van minimaal € 25.000;
• een financieel dienstverlener.Het moet hierbij wel gaan om een bedrag van minimaal € 25.000 of
het belang voor de betrokken bedrijfstak bedraagt minstens vijf miljoen euro.
Waarborgen onafhankelijkheid
De minister van Financiën moet zijn goedkeuring verlenen aan de statuten, reglementen, begroting
en benoeming van het bestuur, de Ombudsman en de voorzitter van de Geschillencommissie. Zo is de
onafhankelijkheid van de Kifid gewaarborgd.
Online klachtenloket Mijn Kifid
1. Aanmaken van een persoonlijk account op Mijn K
2. Invullen van het online klachtenformulier
3. Uploaden van relevante documenten
Vista previa del contenido
WFT Basis
Samenvatting 2023
, lOMoARcPSD|10935195
WFT Samenvatting
Hoofdstuk 1
Wat is financiële dienstverlening(FD)?
Het adviseren van en het verlenen van diensten aan consumenten in financiële zaken zoals betalen, sparen, beleggen,
lenen en/of verzekeren.
Welke financiële producten zijn er meer?
Betaalproducten(betaalrekening), Spaar- en beleggingsproducten (rendementsproducten),
Consumptieve kredieten, Hypothecaire kredieten, schadeverzekeringen, levensverzekeringen,
pensioenen.
Deze producten worden ook wel diensten genoemd, producenten worden aanbieders genoemd. Ook
is er een markt waar deze diensten worden verhandeld.
Een financieel dienstverlener is een bedrijf dat adviseert of diensten aanbied, we kennen soorten
dienstverleners: aanbieders, adviseurs en bemiddelaars. Een persoon/bedrijf kan meerdere rollen
hebben. Mensen die geen specifiek product of dienst adviseren worden financieel planners
genoemd.
Consumenten leveren 3 productiefactoren aan de andere sectoren: arbeid, kapitaal en grond. Voor
deze factoren vangen zij inkomen, waarvan een deel naar de overheid en ondernemingen gaat, het
overige deel gaat naar de financiële instellingen in de vorm van sparen of beleggen. FD zorgt ervoor
dat het geld op de juiste plekken komt en verzorgen de overschotten en tekorten. Het verplaatsen
van dit geld wordt ook wel de vermogensmarkt genoemd.
Bij het verkopen van FDs moet er gekeken worden naar de financiele huishouding van de klant, denk
hierbij aan de juridische positie, financiele positie en de fiscale positie.
Aanbieders FDs zijn: banken, verzekeraars en pensioenfondsen.
, lOMoARcPSD|10935195
Banken
Zorgen voor betalingsverkeer,
brengen geldaanbieders- en vragers naar elkaar, hierbij zie je dat het geld dat de bank aantrekt de
bank rente kost, het geld dat zij als krediet verstrekken levert rente op. Dit verschil heet de
rentemarge.
Bemiddelingsactiviteiten, denk aan beleggingsfondsen
Adviseren over FDs
Banken lopen een aantal risico’s:
Kredietrisico: leners kunnen niet terug betalen
Renterisico: bij lange leningen is de rentevergoeding hoger, dus als zij veel lang aangetrokken geld
hebben en veel korte leningen aanbieden is de rentemarge klein of negatief. Dit kan voorkomen
worden door looptijden van aanbieders en leners te matchen, ook kan er gemismatched worden,
waarbij de bank bewust geld langer uitzet en geld op de korte termijn probeert aan te trekken.
Valutarisico: het kan geld opleveren door in andere valuta’s geld te investeren omdat de renten overal
verschillen, door plotselinge koersdalingen kan een valuta ten onder gaan of minder waard zijn dan
oorspronkelijk is geinvesteerd.
Liquiditeitsrisico: Spaarders nemen teveel geld op waardoor er niet voldoende liquide middelen
aanwezig zijn.
Marktrisico: de effecten die door de bank gekocht zijn kunnen in waarde dalen.
Verzekeraars
Klanten sluiten een verzekering af tegen een onzeker voorval, een gebeurtenis waarvan niet zeker is
of deze zich voordoet. De klant betaald hier, per jaar, per maand of per kwartaal premie voor. Bij een
levensverzekering is dit meestal een eenmalig bedrag, of te wel een koopsom. Als het voorval zich
voor doet betaalt de verzekeraar een van tevoren afgesproken bedrag.
De wet van de grote getallen: de totale hoogte van de te verwachten verzekeringsuitkeringen steeds
zekerder wordt, naarmate de groep die zich verzekert groter wordt. Een verzekeraar berekent dan
ook met landelijke of regionale statistische gegevens hoe groot de kans op schade is en hoe groot de
gemiddelde schadeomvang is.
Herverzekeren: om het risico te verspreiden herverzekeren veel maatschappijen bij een andere
verzekeraar een deel van de verzekering.
Reserves: verzekeraars bouwen altijd reserves op, sommige jaren zijn er meer stormen en dus meer
uitkeringen.
Samenwerkingsverbanden:
Co-assurantie: samenwerking van verzekeraars waarbij ze een evenredig deel van de verzekering voor
hun rekening nemen.
Pools: samenwerkingen om grote risico’s te verzekeren, of om wegens tactische redenen zelf niet
willen verzekeren. Zo is er geen rechtstreeks verband tussen de verzekeraar en de klant, hij verzekerd
via de pool die een NV wordt. Zo worden meerdere maatschappijen samen een pool.
, lOMoARcPSD|10935195
Concernvorming: een groep vennootschappen die onder gezamenlijke leiding staan en als eenheid
optreden, bovenaan staat de moedermaatschappij. De dochtermaatschappijen blijven wel
zelfstandig, redenen zijn risicospreiding en schaalvoordeel (groot inkoop = goedkoper). Dit hoeven
niet per sé alleen verzekeraars te zijn, denk aan zorgverzekeringen en ziekenhuizen.
Pensioenfondsen
Werkgevers en deelnemers betalen pensioenpremies aan pensioenfondsen om over een aantal jaar
de deelnemer een pensioenuitkering te kunnen doen. Een pensioenfonds heeft 3 taken: innen,
beheren(laag risico beleggen) en uitkeren. Ook moeten ze communiceren met (ex)deelnemers over
hun opgebouwde pensioen en rechten. In de pensioenwet staat dat een werkgever de toegezegde
pensioengelden moet onderbrengen bij een fonds of verzekeraar, het mag dus niet binnen de eigen
onderneming blijven, wel bij een zustervennootschap.
Soorten:
Bedrijfstakpensioenfonds Specifieke branche • Bedrijfspensioenfonds voor de
Bouwnijverheid (bouwsector)
• Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
(overheid en onderwijs)
• Pensioenfonds Zorg en Welzijn
(zorgsector)
Ondernemingspensioenfonds Specifieke onderneming • Shell
• Unilever
• Ahold
Beroepspensioenfonds Bepaalde beroepsbeoefenaren • medisch specialisten
van een vrij beroep • notarissen
• advocaten
• huisartsen
Bij het beroepspensioenfonds kan het personeel en de bedrijfseigenaar deelnemer van het fonds zijn.
Ook kunnen levensverzekeraars pensioenproducten aanbieden, dit alleen als er in het CAO geen
verplicht pensioenfonds is gegeven of er een extra pensioenvoorziening gegeven kan worden. Ook
zijn er nog pensioeninstellingen (ppi) waarbij alleen word geind, belegd en uitgekeerd. Er wordt dus
niks verzekerd aan de deelnemer.
Distributie FDs
Rechtstreekse verkoop: De aanbieder verkoopt het product zelf aan de klant, er zijn twee kanalen
voor: kantorennet (in een kantoor)en direct writing (electronisch, schriftelijk of telefonisch).
Verkoop via bemiddeling(loondienstagent):
Assurantietussenpersonen: helpen de klant bij het kiezen van de geschikte verzekering door
inventariseren van de behoefte, risicoanalyse en productvergelijking. De klant maakt zelf de keuze.
Gevolmachtigd agenten: zij doen het zelfde als ATP’s, maar mogen ook verzekering accepteren, onder
eigen label uitbrengen, polissen opmaken en schades afwikkelen. Deze verantwoordelijkheden legt
de verzekeraar bij de agent. Precieze overeenkomsten staan in een volmachtsovereenkomst.