Week 1
Hoofdstuk 1
Wat heb je nodig om een kwalitatief onderzoeker te worden:
- Interesse in processen en betekenissen
- Kritische benadering ten opzichte van het leven en kennis
- Ogen en oren→ je moet goed kijken hoe mensen reageren en luisteren naar wat mensen
zeggen en hierop doorvragen
- Reflecteren op de resultaten in onderzoek en op je zelf
- Goede sociale vaardigheden
Wat is kwalitatief onderzoek:
- woorden als data
- betekenissen (die mensen ergens aan geven)
- rijke data
- theorie ontwikkelen
→ zie tabel 1.1 op pagina 4 voor vergelijking kwalitatief en kwantitatief onderzoek
Groot kwalitatief onderzoek:
- paradigma (wereldbeeld hoe je de wereld en kennis ziet)
- perspectief
Klein kwalitatief onderzoek:
- technieken
- mixed methods
Hoofdstuk 2
10 fundamentele kenmerken van kwalitatief onderzoek:
1) het gaat over betekenissen en niet over cijfers/percentages
2) kwalitatief onderzoek leidt niet tot een eenduidig antwoord
3) kwalitatief onderzoek is de context belangrijk. Subjectiviteit in je data, analyse is ook subjectief
4) kwalitatief onderzoek kan ervaringsgericht (experiential)(Verstehen)(nadruk op mensen een stem
geven) of kritisch zijn (critical)(bv. culturele ideeën, onderliggende waarde → niet perse wat
deelnemers zeggen dat ze vinden)
5) kwalitatief onderzoek is underpinned bij ontologische assumpties (relativisme—kritische
realisme—realisme)
6) kwalitatief onderzoek is underpinned bij epistemologische assumpties (constructionisme –
contextualisme -- positivisme
7) kwalitatief onderzoek bevat een kwalitatieve methodologie (begint bij paradigma, dan naar een
kleiner level methodologie, vervolgens naar een nog kleiner level methodes/technieken)
8) kwalitatief onderzoek gebruikt alle soorten data (interviews, focusgroepen, inhoudsanalyse)
9) kwalitatief onderzoek bevat kwalitatief denken
10) kwalitatief onderzoek waardeert subjectiviteit en reflectie
Hoofdstuk 3
Steekproeftrekking
-Verzadiging= kennis is verzadigd over de onderzoeksvraag die je had (als je geen nieuwe resultaten
meer vindt)
, - doelgerichte steekproef (purposive sampling) (soort steekproef) (je hebt een doel dus je moet die
doelgroep selecteren) (overkoepelende term)
- steekproef strategie (gemakssteekproef, gestratificeerde steekproef, theoretische steekproef)→
zie box 3.3 pagina 57
Cyclisch proces:
- Onderzoeksvraag
- sensitizing concepts
- tabula rasa
- purposive sampling/ data collection
- analyses
Samenvatting→ meten is weten, maar praten is begrijpen
Week 2
Vier manieren van data verzameling:
1) interviews
2) focus groepen
3) participerende observatie
4) kwalitatieve inhoudsanalyse
Interview:
- warm welkom
- non verbale gedrag veel belangrijker dan de vragen zelf
- vragen stellen waaruit de geïnterviewde begrijpt dat hij moet doorpraten
Hoofdstuk 4
Soorten interviews:
1) semi-gestructureerd, meest gebruikt,
- topics gestructureerd en hoe je begint over die onderwerpen (initiële vraag)
- maar daarna vrij vragen stellen en de door stel vragen zijn niet gestructureerd
- voordeel: rijke en gedetailleerde data, flexibel (in het interview)→ data verzameling aan gepast aan
de mensen waar het over gaat, je hebt bepaalde controle over wat er gebeurd in het interview (meer
dan in een focusgroep)
- nadeel: het kost tijd, transcriberen, minder breedte (je interviewt niet heel veel mensen), gebrek
aan anonimiteit,
Onderzoeksvraag→ doel van het interview→ interview guide→ interview vragen
Interview guide:
- onderzoeksvragen
- hoe begin en eindig je het interview (met welke vraag begin je en met welke eindig je)
- volgorde van de vragen/topics (wat is logisch voor de geïnterviewde)
- formulering van de vragen
- doorvragen
- Voorbereiding per topic
- doel
- introductie
- initiele vraag
Hoofdstuk 1
Wat heb je nodig om een kwalitatief onderzoeker te worden:
- Interesse in processen en betekenissen
- Kritische benadering ten opzichte van het leven en kennis
- Ogen en oren→ je moet goed kijken hoe mensen reageren en luisteren naar wat mensen
zeggen en hierop doorvragen
- Reflecteren op de resultaten in onderzoek en op je zelf
- Goede sociale vaardigheden
Wat is kwalitatief onderzoek:
- woorden als data
- betekenissen (die mensen ergens aan geven)
- rijke data
- theorie ontwikkelen
→ zie tabel 1.1 op pagina 4 voor vergelijking kwalitatief en kwantitatief onderzoek
Groot kwalitatief onderzoek:
- paradigma (wereldbeeld hoe je de wereld en kennis ziet)
- perspectief
Klein kwalitatief onderzoek:
- technieken
- mixed methods
Hoofdstuk 2
10 fundamentele kenmerken van kwalitatief onderzoek:
1) het gaat over betekenissen en niet over cijfers/percentages
2) kwalitatief onderzoek leidt niet tot een eenduidig antwoord
3) kwalitatief onderzoek is de context belangrijk. Subjectiviteit in je data, analyse is ook subjectief
4) kwalitatief onderzoek kan ervaringsgericht (experiential)(Verstehen)(nadruk op mensen een stem
geven) of kritisch zijn (critical)(bv. culturele ideeën, onderliggende waarde → niet perse wat
deelnemers zeggen dat ze vinden)
5) kwalitatief onderzoek is underpinned bij ontologische assumpties (relativisme—kritische
realisme—realisme)
6) kwalitatief onderzoek is underpinned bij epistemologische assumpties (constructionisme –
contextualisme -- positivisme
7) kwalitatief onderzoek bevat een kwalitatieve methodologie (begint bij paradigma, dan naar een
kleiner level methodologie, vervolgens naar een nog kleiner level methodes/technieken)
8) kwalitatief onderzoek gebruikt alle soorten data (interviews, focusgroepen, inhoudsanalyse)
9) kwalitatief onderzoek bevat kwalitatief denken
10) kwalitatief onderzoek waardeert subjectiviteit en reflectie
Hoofdstuk 3
Steekproeftrekking
-Verzadiging= kennis is verzadigd over de onderzoeksvraag die je had (als je geen nieuwe resultaten
meer vindt)
, - doelgerichte steekproef (purposive sampling) (soort steekproef) (je hebt een doel dus je moet die
doelgroep selecteren) (overkoepelende term)
- steekproef strategie (gemakssteekproef, gestratificeerde steekproef, theoretische steekproef)→
zie box 3.3 pagina 57
Cyclisch proces:
- Onderzoeksvraag
- sensitizing concepts
- tabula rasa
- purposive sampling/ data collection
- analyses
Samenvatting→ meten is weten, maar praten is begrijpen
Week 2
Vier manieren van data verzameling:
1) interviews
2) focus groepen
3) participerende observatie
4) kwalitatieve inhoudsanalyse
Interview:
- warm welkom
- non verbale gedrag veel belangrijker dan de vragen zelf
- vragen stellen waaruit de geïnterviewde begrijpt dat hij moet doorpraten
Hoofdstuk 4
Soorten interviews:
1) semi-gestructureerd, meest gebruikt,
- topics gestructureerd en hoe je begint over die onderwerpen (initiële vraag)
- maar daarna vrij vragen stellen en de door stel vragen zijn niet gestructureerd
- voordeel: rijke en gedetailleerde data, flexibel (in het interview)→ data verzameling aan gepast aan
de mensen waar het over gaat, je hebt bepaalde controle over wat er gebeurd in het interview (meer
dan in een focusgroep)
- nadeel: het kost tijd, transcriberen, minder breedte (je interviewt niet heel veel mensen), gebrek
aan anonimiteit,
Onderzoeksvraag→ doel van het interview→ interview guide→ interview vragen
Interview guide:
- onderzoeksvragen
- hoe begin en eindig je het interview (met welke vraag begin je en met welke eindig je)
- volgorde van de vragen/topics (wat is logisch voor de geïnterviewde)
- formulering van de vragen
- doorvragen
- Voorbereiding per topic
- doel
- introductie
- initiele vraag