• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 19 páginas
Resumen

samenvatting agogische vaardigheden 1.1

Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 19 páginas

alle informatie van de leerpaden vind je hier beknopt terug.

Vista previa del contenido

Communicatie en Agogische 1.1
ONDERDEEL COMMUNICATIE 1.1

Module 2: Spreken en taalattitude
Voorlezen
1. Inleiding
Bij het voorlezen is de taalvaardigheid van de leerkracht van essentieel belang. Hij is in staat om een
tekst te kiezen die geschikt is om voorgelezen te worden, die hem aanspreekt en die geschikt is voor
zijn publiek. Hij leest het verhaal zo expressief mogelijk voor, rekening houdend met zijn eigen sterke
en zwakke punten. Tijdens het voorlezen houdt hij rekening met de reactie van de leerlingen of
kleuters en stimuleert hun spreekvaardigheid. Indien nodig, stuurt hij zijn leestempo of intonatie bij.
In dit hoofdstuk staat de ‘praktijk’ van het spreken centraal.

2. Waarom voorlezen
Voorlezen heeft tal van positieve effecten op de ontwikkeling van kinderen. Zowel op emotioneel,
cognitief als sociaal vlak. Voorlezen draagt bij tot een betere taal- en leesvaardigheid van het kind.
Hoe vroeger en regelmatiger kinderen worden voorgelezen, hoe groter de voordelen zijn. ‘Waarom
voorlezen?’ komt uitgebreid aan bod in de cursus van het vak Nederlands. In het onderdeel
Communicatie komt vooral de ‘technische’ kant van voorlezen aan bod.

3. Voorbeelden
Uit voorbeelden leren werkt. Daarom willen we je aanmoedigen om te luisteren naar enkele
voorbeelden. Op het internet vind je tal van sites waarop je zogenaamde ‘luisterboeken’,
‘radioboeken’ of ‘audioboeken’ (gratis of tegen een klein prijsje) als een mp3-bestand of via een
podcastsysteem kan downloaden. Enkele voorbeelden www.voorlezr.net; www.luisterlezen.nl;
www.radioboeken.be; https://alleswatikmooikanvinden.org/kijk-en-luister/.

4. Tien tips voor een goede voorlezer

1. Voorlezen doe je op een rustige plek. Voorlezen kan in principe overal, tenminste als er weinig
of geen afleiding mogelijk is. Creëer indien mogelijk een stille, rustige hoek in de klas voor het
voorleesmoment.

2. Lees altijd zelf op voorhand de verhalen die je gaat voorlezen. Improviseren is leuk, en het kan
zelfs goed zijn om niet al te dicht bij de tekst te blijven, maar een goede voorkennis van het
verhaal en ook van de prenten is noodzakelijk om je van de tekst los te kunnen maken. Kijk dus
vooraf hoe het verhaal in elkaar zit, waar de moeilijkheden kunnen zitten, en verzin mogelijke
oplossingen.

3. Probeer steeds een boek te kiezen dat aansluit bij de ontwikkeling, de belangstelling en de
leefwereld van je leerlingen of kleuters.

4. Vertel voor je begint voor te lezen kort iets over het verhaal. Zomaar aan het verhaal beginnen,
is vaak een te abrupte start. Als je daarentegen kort iets over de inhoud zegt (“en nu een boek
over een beertje dat gaat slapen”), dan kunnen je leerlingen of kleuters zich al een eerste beeld
vormen van wat er gaat gebeuren, en daar een verwachtingshorizon aan vasthangen. Je kan het

, vergelijken met wat je doet als je een boek gaat kiezen in de bib: de achterflap lezen om te
weten wat je nu eigenlijk naar huis meeneemt.

5. Lees langzaam en duidelijk voor. Pas je tempo en je articulatie aan aan het begripsniveau van je
leerlingen of kleuters. Zij bepalen uiteindelijk hoe snel en hoeveel boeken je leest. Las af en toe
bewust een korte pauze in.

6. Moeilijke woorden moet je tijdens het voorlezen uitleggen. Maar de voorleesuurtjes zijn ook
geen lessen “Nederlandse woordjes”. Het doel is boven alles dat je leerlingen of kleuters plezier
beleven aan het voorlezen, niet dat zij beter Nederlands gaan begrijpen of spreken. Is een
bepaald woord essentieel voor het goede begrip van het verhaal, dan vraag je best eerst of je
leerlingen de betekenis ervan kennen. Als niet, dan leg je het woord uit, liefst aan de hand van
voorbeelden of situaties die aansluiten bij de leefwereld van je leerlingen.

7. Stel af en toe vragen over het verhaal. Door tijdens het voorlezen af en toe een vraag te stellen,
kan je je leerlingen of kleuters op (meer) actieve wijze bij het verhaal betrekken. Vragen stellen
laat ook toe te zien of ze het verhaal wel goed begrijpen. Maar overdrijf ook niet met het
vragen stellen: de dynamiek van het voorlezen mag er niet onder lijden. Je kan hen
bijvoorbeeld vragen hoe het verhaal verder gaat, of hoe het zou aflopen. Iets moeilijker is het
om naar verbanden met een ander verhaal te vragen, of naar verhaalelementen die
overeenkomen of in contrast staan met zijn of haar leefwereld.

8. Maak je verhaal zo levendig mogelijk, maar zonder in theatraliteit te vervallen. Intonatie en
mimiek zijn heel belangrijk bij het voorlezen. In dialogen kan je spelen met je stem en je
gelaatsuitdrukking. Idem om bepaalde verhaalelementen te benadrukken: verrassing,
ontknoping, spanning, ontgoocheling, blijdschap... Maar maak er ook geen toneel van. Je bent
de verteller, de doorgever van een verhaal en niet het hoofdpersonage van dat verhaal.

9. Verlies je leerlingen of kleuters niet uit het oog tijdens het voorlezen. Ook al ga je als lezer soms
volledig mee in het voorleesverhaal, zorg ervoor dat je je leerlingen of kleuters niet uit het oog
verliest. Speel in op hun reacties (volgen ze geboeid of kijken ze net ongeïnteresseerd?
Begrijpen ze het verhaal) en verlies de orde niet uit het oog.

10. Voorlezen gaat met vallen en opstaan. De ene dag gaat het voorlezen je geweldig goed af. Een
andere keer lijkt het helemaal niet te lukken. Ligt het aan jezelf, aan het gekozen boek, aan je
leerlingen of kleuters ...? Moeilijk om te zeggen. Niet opgeven is de boodschap. En er eens met
medevoorlezers over praten, eens raad vragen aan je collega’s, of aan de bibliothecaris. Door
ervaringen uit te wisselen over de “kunst” van het voorlezen of door tips uit te wisselen over
leuke boeken, zal voorlezen niet alleen steeds beter gaan, maar ook leuker worden.


5. Voorlezen: hoorbare factoren

Intonatie:

De intonatie is als het ware de ‘melodie’ van je spreken. De intonatie wordt bepaald door de
klemtonen,

, De accenten die je in de zin legt. Grofweg kan men drie manieren onderscheiden waarop je een
accent kan leggen in een zin:

 Een dynamisch accent: luider spreken
 Een temporeel accent: langzamer spreken
 Een muzikaal accent: spreken met een toonhoogteverandering

Er zijn geen vaste regels voor het leggen van accenten in een zin. Het is de inhoud van de zin die
het intonatiepatroon bepaalt. Afhankelijk van de actie of het moment in het verhaal, kies je dus
voor een andere intonatie. Of beter: met je intonatie breng je aan de toehoorder over hoe jij de
zin begrijpt en welk deel van de zin jij het belangrijkst vindt. Kennis van het verhaalverloop is
hierbij ontzettend belangrijk.

Wel kunnen we enkele tips geven voor een goede intonatie:

 Vermijd monotoon spreken. Leg niet altijd de klemtoon op hetzelfde deel van de zin. Begin
niet elke zin met een beklemtoning van het eerste woord en beklemtoon zeker ook niet altijd
het laatste woord van de zin door telkens aan het einde van de zin omhoog te gaan.
 Vermijd al te ‘zangerig’ spreken.
 Als je een lange opsomming moet voorlezen, zorg dan voor voldoende intonatieverschillen
tussen de verschillende elementen van de opsomming.

Tempo

Hier gaat het om het zoeken naar een gulden middenweg. Zowel jachtig, snel spreken als lijzig, traag
spreken dienen vermeden te worden, tenzij dit erg goed past in het verhaal. Overdrijf echter niet, je
moet verstaanbaar blijven. Tijdens het voorlezen kan je spelen met het tempo, om spanning op te
drijven, om luisterhonger te creëren bij je leerlingen of kleuters of om de leerlingen of kleuters aan te
sporen om nog wat beter op te letten.

Stopwoorden en afleidende geluiden

Stopwoorden zijn stereotiepe woorden waarmee je vaak onbewust de pauzes in je spreken probeert
op te vullen. Enkele typische stopwoorden zijn ‘ik bedoel maar’, ‘het is te zeggen’, ‘eigenlijk’, ‘allé’,
‘weet je’, ‘begrijp je’, ‘snap je’, … Sommige sprekers vullen de pauzes niet op met woorden, maar
met afleidende geluiden, zoals kuchen, de keel schrapen, smakken of het herhalend gebruik van het
aarzelende ‘euh’. Als je even de draad kwijt bent in je verhaal of je moet een bladzijde omdraaien en
dit gaat niet zo vlot, vermijd dan stopwoorden of andere afleidende geluiden. Je mag gerust even een
stiltemoment laten vallen, zo creëer je rust tijdens het voorlezen.

Stemvolume

Pas je stemvolume aan aan de situatie. Je kan fluisteren om de spanning op te drijven, zodat de
leerlingen op hun puntje van hun stoel komen te zitten. Je kan heel luid voorlezen als een groot
personage op het toneel verschijnt of als een personage erg kwaad wordt. Leef je in en zet je
stemvolume in ten voordele van de inleving van je leerlingen.

6. Voorlezen: zichtbare factoren

Oogcontact

Información del documento

Estudio
Subido en
28 de diciembre de 2022
Número de páginas
19
Escrito en
2021/2022
Tipo
Resumen
$7.49

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Vendido
26
Seguidores
19
Artículos
14
Última venta
4 meses hace




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes