Van Lottum - Labour Migration and Economic
Performance: London and the Randstad, c. 1600-
1800
Arbeidsmigratie naar de twee kerngebieden van Engeland en Nederland.
2 hoofdvragen:
1. Op welke wijze verschillen de twee kerngebieden en hun
achterlanden(herkomstgebieden arbeidsmigranten) op het gebied van
demografische, economische en ruimtelijke structuren – en hoe het dat
bijgedragen aan de verschillende trends in arbeidsmigratie?
2. Wat was het effect van de samenstelling van de vraag- en aanbodfactoren
van Londen en de Randstad voor hun economieën en voor de mensen die
er woonden?
Migratie = belangrijke factor voor economische groei
Republiek gezien als economisch dominant vanaf 1580 overgenomen door
Engeland in de laatste decennia van de 17 e eeuw.
Migratie relatief belangrijke rol in Nederlandse economische geschiedenis. Bij
Engeland 17e/18e eeuw veel minder naar gekeken. Arbeidsmigratie bij vergelijking
van de twee wordt genegeerd.
Economische ontwikkeling en arbeidsmigratie sterk aan elkaar gebonden te
weinig arbeidskrachten( hoge lonen inflatie prijzen slechte positie op de
wereldmarkt) in een economisch kerngebied = slecht voor de economie van een
land.
Arbeid blijft een essentiële productiefactor, ook in tijden van technologische
verbeteringen.
De twee kerngebieden verschilden in vraag- en aanbodfactoren die de
arbeidsmigratie bepaalden afwijkende economische prestaties.
I: historiografie
Tot 1960(verschuiving in het denken over het belang van geografische mobiliteit
in pre-industrieel noordwest Europa): vroeg moderne noordwest Europese
gemeenschap gezien als immobiel (post-)industriële periode als begin
grootschaalse volksverhuizingen in Europa.
Tegenwoordig: geografische mobiliteit = de regel, niet de uitzondering, ook voor
de industriële revolutie.
Waarom voor 1960s niet?
- Weinig beschikbare bronnen als:
o Volkstellingen
o Intra-Europese immigratie archieven
, - Oplossen met imperfecte middelen als belastingregisters,
huwelijksregisters, etc.
Vroege pogingen vooral lokaal
Tegenwoordig vrij goed begrip van de omvang en patronen van de
geografische mobiliteit in Europa
3 uitspraken over internationale migratie in de vroegmoderne Noordzee regio:
1. De bevolking van vroegmodern Europa was relatief mobiel 2
massamigratiegolven tussen 1550 en 1950:
o Piek 1650-1700: grootschaalse migratie naar de Republiek
o 2e helft 19e eeuw: massamigratie naar de Nieuwe Wereld
2. De Nederlandse Republiek had een prominente rol in deze migratiestromen
3. 2 migratiesystemen die naast elkaar bestaan zonder al te veel overlap, en
op het eerst gezicht veel op elkaar lijken:
o Brits migratiesysteem: Britse eilanden Londen
o Noordzee migratiesysteem: Habsburgse Nederlanden, West Duitse
staten en Scandinavië West-Nederlanden
De 2 migratiesystemen hielden elkaar in balans. Waar men heen ging, hing af
van:
- Transportatiekosten naar Londen of Amsterdam (voor Noren ongeveer
gelijk)
- Transactiekosten (sterke netwerken die al bestaan tussen de Republiek en
Noorwegen vs. relatief onbekend terrein in Londen voor Noren)
(Noren dus toch naar de Republiek, ondanks relatief gelijke
transportkosten)
Bronnenprobleem:
- Geen informatie beschikbaar over de kwantitatieve ontwikkeling van
migratie naar Londen
- Iets meer bronnen voor de Republiek, vooral Amsterdam (en Holland) al
onderzocht)
Volkstellingen afwezig, maakt vergelijking beide kernen moeilijk, maar
uit de beschikbare bronnen blijkt dat het profiel van de
immigrantenbevolking in beide kernen vergelijkbaar was:
o Grote aantallen dienstboden, man en vrouw
o Verschillende soorten leerlingen en handelaren
o Een breed scala aan arbeiders
Randstad relatief meer maritieme werkers (VOC)
Randstadimmigranten 1600-1800, Lucassen: groot aantal buitenlandse
immigranten, maar minder vanaf 1700
Alternatieve methode voor het vergelijken van het belang van migratie in twee
kernen: Annual Net Migration Rate (ANMR)
Natuurlijke groei aftrekken van de jaarlijkse groei van een stad
Vergelijking ANMR Londen en Amsterdam:
Performance: London and the Randstad, c. 1600-
1800
Arbeidsmigratie naar de twee kerngebieden van Engeland en Nederland.
2 hoofdvragen:
1. Op welke wijze verschillen de twee kerngebieden en hun
achterlanden(herkomstgebieden arbeidsmigranten) op het gebied van
demografische, economische en ruimtelijke structuren – en hoe het dat
bijgedragen aan de verschillende trends in arbeidsmigratie?
2. Wat was het effect van de samenstelling van de vraag- en aanbodfactoren
van Londen en de Randstad voor hun economieën en voor de mensen die
er woonden?
Migratie = belangrijke factor voor economische groei
Republiek gezien als economisch dominant vanaf 1580 overgenomen door
Engeland in de laatste decennia van de 17 e eeuw.
Migratie relatief belangrijke rol in Nederlandse economische geschiedenis. Bij
Engeland 17e/18e eeuw veel minder naar gekeken. Arbeidsmigratie bij vergelijking
van de twee wordt genegeerd.
Economische ontwikkeling en arbeidsmigratie sterk aan elkaar gebonden te
weinig arbeidskrachten( hoge lonen inflatie prijzen slechte positie op de
wereldmarkt) in een economisch kerngebied = slecht voor de economie van een
land.
Arbeid blijft een essentiële productiefactor, ook in tijden van technologische
verbeteringen.
De twee kerngebieden verschilden in vraag- en aanbodfactoren die de
arbeidsmigratie bepaalden afwijkende economische prestaties.
I: historiografie
Tot 1960(verschuiving in het denken over het belang van geografische mobiliteit
in pre-industrieel noordwest Europa): vroeg moderne noordwest Europese
gemeenschap gezien als immobiel (post-)industriële periode als begin
grootschaalse volksverhuizingen in Europa.
Tegenwoordig: geografische mobiliteit = de regel, niet de uitzondering, ook voor
de industriële revolutie.
Waarom voor 1960s niet?
- Weinig beschikbare bronnen als:
o Volkstellingen
o Intra-Europese immigratie archieven
, - Oplossen met imperfecte middelen als belastingregisters,
huwelijksregisters, etc.
Vroege pogingen vooral lokaal
Tegenwoordig vrij goed begrip van de omvang en patronen van de
geografische mobiliteit in Europa
3 uitspraken over internationale migratie in de vroegmoderne Noordzee regio:
1. De bevolking van vroegmodern Europa was relatief mobiel 2
massamigratiegolven tussen 1550 en 1950:
o Piek 1650-1700: grootschaalse migratie naar de Republiek
o 2e helft 19e eeuw: massamigratie naar de Nieuwe Wereld
2. De Nederlandse Republiek had een prominente rol in deze migratiestromen
3. 2 migratiesystemen die naast elkaar bestaan zonder al te veel overlap, en
op het eerst gezicht veel op elkaar lijken:
o Brits migratiesysteem: Britse eilanden Londen
o Noordzee migratiesysteem: Habsburgse Nederlanden, West Duitse
staten en Scandinavië West-Nederlanden
De 2 migratiesystemen hielden elkaar in balans. Waar men heen ging, hing af
van:
- Transportatiekosten naar Londen of Amsterdam (voor Noren ongeveer
gelijk)
- Transactiekosten (sterke netwerken die al bestaan tussen de Republiek en
Noorwegen vs. relatief onbekend terrein in Londen voor Noren)
(Noren dus toch naar de Republiek, ondanks relatief gelijke
transportkosten)
Bronnenprobleem:
- Geen informatie beschikbaar over de kwantitatieve ontwikkeling van
migratie naar Londen
- Iets meer bronnen voor de Republiek, vooral Amsterdam (en Holland) al
onderzocht)
Volkstellingen afwezig, maakt vergelijking beide kernen moeilijk, maar
uit de beschikbare bronnen blijkt dat het profiel van de
immigrantenbevolking in beide kernen vergelijkbaar was:
o Grote aantallen dienstboden, man en vrouw
o Verschillende soorten leerlingen en handelaren
o Een breed scala aan arbeiders
Randstad relatief meer maritieme werkers (VOC)
Randstadimmigranten 1600-1800, Lucassen: groot aantal buitenlandse
immigranten, maar minder vanaf 1700
Alternatieve methode voor het vergelijken van het belang van migratie in twee
kernen: Annual Net Migration Rate (ANMR)
Natuurlijke groei aftrekken van de jaarlijkse groei van een stad
Vergelijking ANMR Londen en Amsterdam: