BPS: PRENATALE PERIODE
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
KORTE HYSTORIEK
Ontwikkelingspsychologie = het veranderen van een aanwezige structuur.
-> Het is de wetenschap die het gedrag, het denken en het beleven van de mens
bestudeert.
INDELING IN FASEN
Iedere levensfase vertoont specifieke kenmerken:
o Kwantitatieve: hoeveel kennis en vaardigheid hij beschikt.
o Kwalitatieve: de manier van denken, voelen en handelen.
Iedere overgangsfase bevat een ‘crisis’ waar men doorheen moet als mens. =
discussiepunt, er zijn verschillende ontwikkelingsmodellen:
1. TRAPMODEL
Klassieke voorstelling van de levensloop. Het is een trap met een hoogtepunt
rond het 50ste levensjaar. Alles in het leven draait rond het verwezenlijken van
een levensdoel. De laatste levensfase is de ‘ontknoping’ = afscheid nemen van
het leven.
2. GELAAGDE
MODEL
Opeenvolgende levensfases
zien er hier uit als de
geologische aardkost. Het
is het resultaat van een reeks
toevallige
gebeurtenissen die elkaar
hebben opgevolgd doorheen het leven. Er kunnen een soort aardbevingen
plaatsvinden in de bovenste lagen door bv. een trauma uit de kinderjaren.
Hier is geen levensdoel, men richt zich op het NU.
-> Sigmund Freud
3. LIJNMODEL
, Een proces van constante verandering, zonder bruuske overgangen. Het is een
soort doorlopende lijn. De lijn laat de vaardigheden en inzichten die men stap
voor stap uitbreid en steeds meer perfectioneert van iemand zien. Door de
dagelijkse gebeurtenissen is er een constante evolutie van de mens. Er is geen
plaats voor aparte ontwikkelingsfases.
HOE ONTSTAAT DE ONTWIKKELING?
o Nature: natuurlijk, genetische aanleg.
o Nurture: opvoeding, alle invloeden.
TWEE FUNDAMENTELE ONTWIKKELINGSTHEORIEËN
1. Erikson
2. Piaget
1. ERIKSON
Mensen worden gevormd door de samenleving en de cultuur waarin we leven.
Mensen groeien op vlak van hun psychologische identiteit. Identiteitsontwikkeling
is een belangrijke taak in het proces van het volwassen worden.
Het leven is een opeenvolging van 8 stadia: Tussen elk stadia is er een
psychosociale crisis omdat het individu biologische verandert, de sociale
omgeving verwacht dan ook andere zaken van het individu.
-> crisis kondigt nieuwe fase aan.
het bestaande identiteit word
doorheen geschud, het moet op
zoek naar een nieuw evenwicht.
-> Het kernconflict evolueert positief
of negatief: dit hangt af van de
kansen die men op dat moment
krijgt van de sociale omgeving en in
hoeverre de persoon in staat is.
2. PIAGET
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
KORTE HYSTORIEK
Ontwikkelingspsychologie = het veranderen van een aanwezige structuur.
-> Het is de wetenschap die het gedrag, het denken en het beleven van de mens
bestudeert.
INDELING IN FASEN
Iedere levensfase vertoont specifieke kenmerken:
o Kwantitatieve: hoeveel kennis en vaardigheid hij beschikt.
o Kwalitatieve: de manier van denken, voelen en handelen.
Iedere overgangsfase bevat een ‘crisis’ waar men doorheen moet als mens. =
discussiepunt, er zijn verschillende ontwikkelingsmodellen:
1. TRAPMODEL
Klassieke voorstelling van de levensloop. Het is een trap met een hoogtepunt
rond het 50ste levensjaar. Alles in het leven draait rond het verwezenlijken van
een levensdoel. De laatste levensfase is de ‘ontknoping’ = afscheid nemen van
het leven.
2. GELAAGDE
MODEL
Opeenvolgende levensfases
zien er hier uit als de
geologische aardkost. Het
is het resultaat van een reeks
toevallige
gebeurtenissen die elkaar
hebben opgevolgd doorheen het leven. Er kunnen een soort aardbevingen
plaatsvinden in de bovenste lagen door bv. een trauma uit de kinderjaren.
Hier is geen levensdoel, men richt zich op het NU.
-> Sigmund Freud
3. LIJNMODEL
, Een proces van constante verandering, zonder bruuske overgangen. Het is een
soort doorlopende lijn. De lijn laat de vaardigheden en inzichten die men stap
voor stap uitbreid en steeds meer perfectioneert van iemand zien. Door de
dagelijkse gebeurtenissen is er een constante evolutie van de mens. Er is geen
plaats voor aparte ontwikkelingsfases.
HOE ONTSTAAT DE ONTWIKKELING?
o Nature: natuurlijk, genetische aanleg.
o Nurture: opvoeding, alle invloeden.
TWEE FUNDAMENTELE ONTWIKKELINGSTHEORIEËN
1. Erikson
2. Piaget
1. ERIKSON
Mensen worden gevormd door de samenleving en de cultuur waarin we leven.
Mensen groeien op vlak van hun psychologische identiteit. Identiteitsontwikkeling
is een belangrijke taak in het proces van het volwassen worden.
Het leven is een opeenvolging van 8 stadia: Tussen elk stadia is er een
psychosociale crisis omdat het individu biologische verandert, de sociale
omgeving verwacht dan ook andere zaken van het individu.
-> crisis kondigt nieuwe fase aan.
het bestaande identiteit word
doorheen geschud, het moet op
zoek naar een nieuw evenwicht.
-> Het kernconflict evolueert positief
of negatief: dit hangt af van de
kansen die men op dat moment
krijgt van de sociale omgeving en in
hoeverre de persoon in staat is.
2. PIAGET