RC Medische professionele vorming
3
RC De invalshoek van de epidemiologie
ZSO1
-Bij baby’s is er vaak sprake van babyvet, en niet van obesitas. Als baby’s
dik zijn is dit dus geen risicofactor voor het krijgen van obesitas op latere
leeftijd
Odds ratio
Gebruikt bij patiëntcontrole onderzoek
Groep patiënten, en dan kijken hoe de verdeling van de risicofactor
is (a/b)
Grootte controlegroep is zelf te bepalen, kijken hoe hier de
verdeling van de risicofactor is (c/d)
-Relatief risico wordt gebruikt bij een cohortonderzoek, omdat je daar geen
invloed hebt op de grootte van de groepen a en b(je volgt mensen in de
tijd) relatief risico = a / a+b
ZSO3
PAR = Populatie Attributief Risico = mate waarin een risicofactor bijdraagt
aan de (specifieke) ziekte in de populatie, een factor uitsplitsen
PIF = Potentiële Invloed Fractie = effect op de incidentie als het
percentage blootgestelden veranderd middels een preventiemaatregel
Standaardfout van het gemiddelde: verdeling van de gemiddeldes,
beschrijving van de gemiddeldes van alle steekproeven
95% BI: bij oneindig herhalen ligt de uitkomst 95% keer binnen het
interval, nauwkeurigheid van de schatting
-Des te groter de populatie(n), des te nauwkeuriger de schatting van het
gemiddelde en des te kleiner SEM
RC De invalshoek van voeding
ZSO5
-Bejaarden hebben een lagere calorische behoefte en nemen dus minder
voedsel tot zich. Micronutriënten(vitaminen) zitten verpakt in de
macronutriënten, als je dus minder macro nodig hebt dan loop je dus risico
op ondervoeding van je micronutriënten(heb je onverminderd nodig)
Energiebron gezonde mensen
Koolhydraten 50-55 procent
Vet 20-30 procent
Eiwit 10-12%
, -Er zijn ziektebeelden waarbij je meer/minder van bepaalde energie bron
nodig hebt. Bijvoorbeeld kankerpatiënten teren vooral op eiwitten, en
hebben dus meer eiwit verrijkte voeding nodig. Nierpatiënten wil je juist
minder in eiwitten belasten en hebben een eiwitarm dieet
-Reumatoïde artritis kost heel veel energie(calorieën), en je gaat dus
eerder in energie verliezen
-Vrouwen mogen ongeveer 2000 kilo calorieën per dag, dit is een
algemene richtlijn en kan dus bij bepaalde ziektebeelden afwijken
Vitamine D deficiëntie: onvoldoende inname gepaard met te weinig
blootstelling aan zonlicht, vooral bij migranten/negroïde mensen, gepaard
gaande met botpijn(osteoporose), spierpijn en vermoeidheid
Vitamine B12 deficiëntie: disfunctie van de maag(bij opname
afhankelijk van intrinsic factor), gepaard gaande met ijzerdeficiëntie, leidt
tot pernicieuze anemie en polyneuropathie
ZSO6
Behandeling naar BMI:
BMI 25-30: overgewicht, vooral advies, meer bewegen,
dieetadviezen
BMI 30-35: obesitas, adviezen en cardiovasculair risico in kaart
brengen, bloeddruk, cholesterol, bloedsuiker meten en zo nodig
medicijnen starten
-Risico’s inname glucocorticosteroïden bij inname langer dan 3 weken of
een dosis van > 10 mg/dag risico op Cushing, verlaagde weerstand,
osteoporose, hyperglycaemie(diabetes), groeivertraging bij kinderen
NNT: aantal patiënten die je moet behandelen om bij 1 patiënt de
gewenste uitkomstmaat te hebben
NNT = 1/risicoverschil = 1/(patiëntgroep-controlegroep) =
1/absoluut risico
ZSO7
-Bij de restrictieve methode wil men de maag zo klein mogelijk maken
door middel van een maagband. Spijsverteringssysteem blijft intact en het
geeft daarom minder complicaties
-Malabsorptieve methode houdt in dat men stukken maagdarmstelsel
weghaalt, waardoor op sommige plekken het voedsel niet meer wordt
verteerd. Risico op voedingsdeficiënties, grote operatie met meer
bijwerkingen en complicaties. Alleen toegepast bij hoge nood
-Succes van een operatie wordt uitgedrukt in percentageafname van het
BMI, dit zegt niet direct iets over het eindgewicht
-Voor de opname van vitamine B12 en eiwitten is de maag(zuur) nodig
RC3 Beweging
3
RC De invalshoek van de epidemiologie
ZSO1
-Bij baby’s is er vaak sprake van babyvet, en niet van obesitas. Als baby’s
dik zijn is dit dus geen risicofactor voor het krijgen van obesitas op latere
leeftijd
Odds ratio
Gebruikt bij patiëntcontrole onderzoek
Groep patiënten, en dan kijken hoe de verdeling van de risicofactor
is (a/b)
Grootte controlegroep is zelf te bepalen, kijken hoe hier de
verdeling van de risicofactor is (c/d)
-Relatief risico wordt gebruikt bij een cohortonderzoek, omdat je daar geen
invloed hebt op de grootte van de groepen a en b(je volgt mensen in de
tijd) relatief risico = a / a+b
ZSO3
PAR = Populatie Attributief Risico = mate waarin een risicofactor bijdraagt
aan de (specifieke) ziekte in de populatie, een factor uitsplitsen
PIF = Potentiële Invloed Fractie = effect op de incidentie als het
percentage blootgestelden veranderd middels een preventiemaatregel
Standaardfout van het gemiddelde: verdeling van de gemiddeldes,
beschrijving van de gemiddeldes van alle steekproeven
95% BI: bij oneindig herhalen ligt de uitkomst 95% keer binnen het
interval, nauwkeurigheid van de schatting
-Des te groter de populatie(n), des te nauwkeuriger de schatting van het
gemiddelde en des te kleiner SEM
RC De invalshoek van voeding
ZSO5
-Bejaarden hebben een lagere calorische behoefte en nemen dus minder
voedsel tot zich. Micronutriënten(vitaminen) zitten verpakt in de
macronutriënten, als je dus minder macro nodig hebt dan loop je dus risico
op ondervoeding van je micronutriënten(heb je onverminderd nodig)
Energiebron gezonde mensen
Koolhydraten 50-55 procent
Vet 20-30 procent
Eiwit 10-12%
, -Er zijn ziektebeelden waarbij je meer/minder van bepaalde energie bron
nodig hebt. Bijvoorbeeld kankerpatiënten teren vooral op eiwitten, en
hebben dus meer eiwit verrijkte voeding nodig. Nierpatiënten wil je juist
minder in eiwitten belasten en hebben een eiwitarm dieet
-Reumatoïde artritis kost heel veel energie(calorieën), en je gaat dus
eerder in energie verliezen
-Vrouwen mogen ongeveer 2000 kilo calorieën per dag, dit is een
algemene richtlijn en kan dus bij bepaalde ziektebeelden afwijken
Vitamine D deficiëntie: onvoldoende inname gepaard met te weinig
blootstelling aan zonlicht, vooral bij migranten/negroïde mensen, gepaard
gaande met botpijn(osteoporose), spierpijn en vermoeidheid
Vitamine B12 deficiëntie: disfunctie van de maag(bij opname
afhankelijk van intrinsic factor), gepaard gaande met ijzerdeficiëntie, leidt
tot pernicieuze anemie en polyneuropathie
ZSO6
Behandeling naar BMI:
BMI 25-30: overgewicht, vooral advies, meer bewegen,
dieetadviezen
BMI 30-35: obesitas, adviezen en cardiovasculair risico in kaart
brengen, bloeddruk, cholesterol, bloedsuiker meten en zo nodig
medicijnen starten
-Risico’s inname glucocorticosteroïden bij inname langer dan 3 weken of
een dosis van > 10 mg/dag risico op Cushing, verlaagde weerstand,
osteoporose, hyperglycaemie(diabetes), groeivertraging bij kinderen
NNT: aantal patiënten die je moet behandelen om bij 1 patiënt de
gewenste uitkomstmaat te hebben
NNT = 1/risicoverschil = 1/(patiëntgroep-controlegroep) =
1/absoluut risico
ZSO7
-Bij de restrictieve methode wil men de maag zo klein mogelijk maken
door middel van een maagband. Spijsverteringssysteem blijft intact en het
geeft daarom minder complicaties
-Malabsorptieve methode houdt in dat men stukken maagdarmstelsel
weghaalt, waardoor op sommige plekken het voedsel niet meer wordt
verteerd. Risico op voedingsdeficiënties, grote operatie met meer
bijwerkingen en complicaties. Alleen toegepast bij hoge nood
-Succes van een operatie wordt uitgedrukt in percentageafname van het
BMI, dit zegt niet direct iets over het eindgewicht
-Voor de opname van vitamine B12 en eiwitten is de maag(zuur) nodig
RC3 Beweging