Week 1
Europees beleid -> opvattingen en kennis omtrent de EU en hun beleid
VB: Bootvluchtelingen
Om te bepalen of een kwestie tot het EU-beleid behoort kijkt men naar:
Is het een nationaal probleem?
Of reikt het verder, gaat het de EU aan?
‘Unie’ = een eenheid
De verdragsluitende partijen -> de lidstaten. Deze leveren allemaal deel van
soevereiniteit in om de werking van het beleid te bevorderen/mogelijk te maken.
Art. 1 VEU
EU beoogd tot stand brengen van een hechter verbod tussen lidstaten van
Europa.
-> om hier aan mee te doen moeten lidstaten worden toegelaten.
Art. 2 VEU
Waarden v. basis v. EU
deze zijn verder terug te vinden in Grondwet, VN-Handvest, EVRM
Art. 3 VEU
Uit het ‘hechter verbond’ vloeien gemeenschappelijke doelstellingen.
Lid 6: d.m.v. passende middelen
VB
Doel: Men wil een interne markt
Middel: binnengrenzen vervallen
Art. 47 VEU
De unie bezit rechtspersoonlijkheid
Bevoegdheden
Wie kan een besluit nemen over een bepaald beleid?
Nationaal niveau: Regering
Een lidstaat levert soevereiniteit in op het moment dat zij de EU bevoegdheden
toekent.
Verdeling van bevoegdheden, art. 2 t/m 6 VWEU
- Exclusief -> alleen EU, lidstaten niet
- Gedeeld -> EU-instellingen en lidstaten tezamen
- Ondersteunend/coördinerend -> lidstaat zelf met ondersteuning v. EU
, Art. 5 lid 3 VEU
Subsidiariteitsbeginsel: De EU kan alleen besluiten nemen als het
beter/efficiënter is op EU-niveau dan per lidstaat afzonderlijk.
Art. 5 lid 4 VEU
Evenredigheidsbeginsel: De EU mag niet verder gaan dan nodig is problemen
oplossen of regels opstellen
VWEU + VEU VWEU VEU
• Juridische basis v. • Beleidsterreinen (Hst • Uitzondering v.
beleidsterreinen + Titels) beleidsterrein:
• Besluitvormingsproce Gemeenschappelijk
dures in betreffende Buitenlands en
artt. Veiligsheidsbeleid
• Secundaire wetgeving (defensie)
(richtlijnen)
Artikelen omtrent EU-beleid: