Week 1: Meten van (on)veiligheid
Objectieve veiligheid → feiten, hoeveel slachtoffers/incidenten. Een gemeten niveau op een vooraf
vastgestelde schaal van veiligheid met een vooraf omschreven methode.
Negatieve trend
Subjectieve veiligheid → gevoel. De mate waarin mensen zich veilig voelen. Persoonlijke beleving.
Negatieve trend (= positief, want mensen voelen zich steeds veiliger in hun omgeving/steeds minder
mensen voelen zich onveiliger)
Voorbeeld speed pedelec (kan 45 km per uur)
Objectief gezien niet heel erg veilig:
-snelheidsverschillen (automobilisten schatten dit vaak in als een gewone fiets)
-een steeds groter percentage van de verkeersdoden
Subjectief gezien:
- risicobron is bekend
- veel ervaring
- op tijd vertrekken
- rekening houden met de omgeving (snelheid verlagen op kruispunten)
- niet bij slechte weersomstandigheden
Objectieve veiligheid → feiten, hoeveel slachtoffers/incidenten. Een gemeten niveau op een vooraf
vastgestelde schaal van veiligheid met een vooraf omschreven methode.
Negatieve trend
Subjectieve veiligheid → gevoel. De mate waarin mensen zich veilig voelen. Persoonlijke beleving.
Negatieve trend (= positief, want mensen voelen zich steeds veiliger in hun omgeving/steeds minder
mensen voelen zich onveiliger)
Voorbeeld speed pedelec (kan 45 km per uur)
Objectief gezien niet heel erg veilig:
-snelheidsverschillen (automobilisten schatten dit vaak in als een gewone fiets)
-een steeds groter percentage van de verkeersdoden
Subjectief gezien:
- risicobron is bekend
- veel ervaring
- op tijd vertrekken
- rekening houden met de omgeving (snelheid verlagen op kruispunten)
- niet bij slechte weersomstandigheden