Het ontstaan van de verzuiling (par 1)
Verschillende groepen voelden zich achtergesteld
●
Katholieken voelden zich tweederangs burgers
●
Orthodoxe protestanten voelden zich achtergesteld bij de
andere protestanten
Vrijzinnigen= De protestanten die vonden dat de Bijbel moest
worden uitgelegd volgens de uitkomsten van wetenschappelijk
onderzoek.
Achtergestelden groepen gaan zich organiseren om hun doel te
bereiken
Katholieken, Orthodoxen en later ook socialisten voelden zich
achtergesteld door de groepen die op politiek gebied het meest te
zeggen hadden: conservatieven en liberalen.
●
Orthodoxen en Katholieken wilden eigen scholen met
financiele hulp van de overheid.
●
De socialisten wilden vooral algemeen kiesrecht
,Om hun doel te bereiken gingen ze organisaties oprichten:
vakverenigingen, politieke partijen, kranten, schoolverenigingen.
Hiermee begon de verzuiling.
In 1917 werd het protestanst en katholiek onderwijs gelijkgesteld
met het openbaar onderwijs. De liberalen en socialisten stemden
daar mee in omdat de confessionele partijen in ruil daarvoor
instemden met algemeen kiesrecht. In 1919 kregen de vrouwen ook
kiesrecht.
De verzuiling neemt vanaf de jaren '20 sterk toe
Vanaf de jaren '20 gingen katholieken, protestanten en socialisten
zich op steeds meer gebieden afzonderlijk organiseren.
Katholieke zuil: Was meer een afgesloten eenheid dan de andere
zuilen.
Socialistische zuil: De meeste mensen in de socialistische zuil
behoorden tot de benedenlaag van de bevolking. Het was minder
afgesloten dan de confessionele zuilen. Het hoefde geen eigen
scholen, het openbaar onderwijs bood voldoende mogelijkheden
voor de ontwikkeling van arbeiders.
Protestantse zuil: Waren verdeelt over verschillende
kerkgenootschappen. Een deel gereformeerd en een deel
hervormd.
, Neutrale zuil: Vormde de midden- en bovenlaag van de bevolking.
Waren tegen de verzuiling en moesten noodgedwongen een zuil
vormen.
Waarom nam de verzuiling sterk toe?
1.
Door het succes in de schoolstrijd wilden de katholieken ook
op andere gebieden naar gelijkheid streven, door zich af te
zonderen.
2.
Socialisten wilden meer dan kiesrecht, ook gelijkheid op
gebied van inkomens.
3.
De protestanten hadden in ons lange tijd voorrechten gehad.
Zij gingen zich in eigen organisaties afzonderen omdat zij zich
bedreigd voelden door de andere zuilen.
De zuilen over elkaar
De katholieken ..
●
Hadden een afkeer van protestanten, omdat die zich van de
moederkerk hadden gescheiden. En juist hen as tweederangs
burgers hadden behandeld.
Verschillende groepen voelden zich achtergesteld
●
Katholieken voelden zich tweederangs burgers
●
Orthodoxe protestanten voelden zich achtergesteld bij de
andere protestanten
Vrijzinnigen= De protestanten die vonden dat de Bijbel moest
worden uitgelegd volgens de uitkomsten van wetenschappelijk
onderzoek.
Achtergestelden groepen gaan zich organiseren om hun doel te
bereiken
Katholieken, Orthodoxen en later ook socialisten voelden zich
achtergesteld door de groepen die op politiek gebied het meest te
zeggen hadden: conservatieven en liberalen.
●
Orthodoxen en Katholieken wilden eigen scholen met
financiele hulp van de overheid.
●
De socialisten wilden vooral algemeen kiesrecht
,Om hun doel te bereiken gingen ze organisaties oprichten:
vakverenigingen, politieke partijen, kranten, schoolverenigingen.
Hiermee begon de verzuiling.
In 1917 werd het protestanst en katholiek onderwijs gelijkgesteld
met het openbaar onderwijs. De liberalen en socialisten stemden
daar mee in omdat de confessionele partijen in ruil daarvoor
instemden met algemeen kiesrecht. In 1919 kregen de vrouwen ook
kiesrecht.
De verzuiling neemt vanaf de jaren '20 sterk toe
Vanaf de jaren '20 gingen katholieken, protestanten en socialisten
zich op steeds meer gebieden afzonderlijk organiseren.
Katholieke zuil: Was meer een afgesloten eenheid dan de andere
zuilen.
Socialistische zuil: De meeste mensen in de socialistische zuil
behoorden tot de benedenlaag van de bevolking. Het was minder
afgesloten dan de confessionele zuilen. Het hoefde geen eigen
scholen, het openbaar onderwijs bood voldoende mogelijkheden
voor de ontwikkeling van arbeiders.
Protestantse zuil: Waren verdeelt over verschillende
kerkgenootschappen. Een deel gereformeerd en een deel
hervormd.
, Neutrale zuil: Vormde de midden- en bovenlaag van de bevolking.
Waren tegen de verzuiling en moesten noodgedwongen een zuil
vormen.
Waarom nam de verzuiling sterk toe?
1.
Door het succes in de schoolstrijd wilden de katholieken ook
op andere gebieden naar gelijkheid streven, door zich af te
zonderen.
2.
Socialisten wilden meer dan kiesrecht, ook gelijkheid op
gebied van inkomens.
3.
De protestanten hadden in ons lange tijd voorrechten gehad.
Zij gingen zich in eigen organisaties afzonderen omdat zij zich
bedreigd voelden door de andere zuilen.
De zuilen over elkaar
De katholieken ..
●
Hadden een afkeer van protestanten, omdat die zich van de
moederkerk hadden gescheiden. En juist hen as tweederangs
burgers hadden behandeld.